‘Mijn dochter van achttien kan dit boek niet aan’

In ‘Klimaatoorlogen’ schetst de Canadees Gwynne Dyer (1943) een angstwekkend toekomstbeeld. Grote groepen vluchtelingen raken op drift, staten storten ineen en in Europa breken oorlogen uit om voedsel. ‘Maar maak je over de aarde geen zorgen, die blijft wel bestaan.’

Nadat ik uw boek had gelezen, had ik dringend behoefte aan een grote pils.

“Daar kan ik me iets bij voorstellen, al ben ik zelf een wijndrinker.”

Of heeft u ons bang willen maken in de hoop verzekerd te zijn van aandacht?

“Nee, zo zit ik niet in elkaar. Dat zou zich ook tegen mijn geloofwaardigheid keren. Maar het is waar, ik heb stevig aangezet om de boodschap helder te krijgen.”

Maar er is toch nooit iets vaags geweest aan die boodschap: we gaan naar de knoppen als we niets doen tegen de opwarming van de aarde!

“Omdat dit boek over de politieke en strategische consequenties van klimaatverandering gaat, heb ik voor de wetenschappelijke onderbouwing gebruik gemaakt van gepubliceerd secundair bronnenmateriaal van onder andere het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dat is een op zichzelf gezaghebbend instituut, al vind ik dat ze vaak met oud materiaal werken. Het IPCC komt ook te weinig bij elkaar, eens in de vier, vijf jaar. Dat is te weinig om actuele ontwikkelingen te kunnen bijbenen. Een aantal van de wetenschappers die ik heb geïnterviewd, is verbonden aan die instelling en toonde zich uit dien hoofde vaak voorzichtig. Maar onder vier ogen durfden ze explicieter te zijn, gingen ze veel verder.”

Waarom durfden ze dat dan niet in IPCC-verband?

“Het IPCC heeft tot taak alle regeringen op de wereld te vertellen wat ze kunnen verwachten op het gebied van klimaatverandering. Dat kan nooit al te specifiek zijn, want dat is ondoenlijk en onwerkbaar. Noodgedwongen is het dus een algemene boodschap waar binnen het IPCC altijd consensus over dient te bestaan. Zodra er een dissonant is, verdampt meteen de hele boodschap. Voorzichtige boodschappen vergroten de kans op consensus.”


Zijn het daarom van die nietszeggende boodschappen?

“De toon mag niet al te alarmerend zijn, want dat laat de politieke situatie in sommige landen misschien niet toe. Er kunnen grote binnenlandse problemen zijn, een land kan geen geld hebben om maatregelen te treffen, men kan impopulaire en geldverslindende maatregelen voor zich uitschuiven naar de volgende verkiezingen.”

Schokkend toch, want je zou verwachten dat mensen onderhand doordrongen zijn van de ernst van de situatie?

“Yep, maar we hebben met mensen te maken. En je kunt ze de nare boodschappen moeilijk door de strot duwen.”

Zou het kunnen dat de onheilstijdingen die u beschrijft eigenlijk niet te bevatten zijn, en dat we daarom liever wegkijken?

“Dat is het punt. Mijn dochter van achttien leest mijn boek niet. Om die reden. Het is haar toekomst, maar ze leest het niet. En het is verder een hele slimme meid.”

Nog even dan voor alle achttienjarigen: hoe erg staan we ervoor op het dieptepunt van de klimaatcrisis? Bestaat de aarde dan nog wel?

“O, maak je over de planeet geen zorgen, die blijft bestaan. Die heeft wel vaker klimaatveranderingen meegemaakt. 35 miljoen jaar geleden was de temperatuur ook aanmerkelijk hoger. Op de bodem van uw eigen Noordzee, die toen nog droog was, groeiden tropische planten en liepen tijgers, olifanten en andere wilde dieren rond die je nu alleen op de steppen van Afrika ziet. Maar de menselijke bevolking zal gedecimeerd zijn.”

Hoeveel mensen leven er nog op de hele wereld?

“Een half miljard, meer zal het niet zijn. Die zullen bijeengedreven zijn langs de kusten van Antarctica, Nieuw-Zeeland, Patagonië.”


Jee, een half miljard nog maar…

“Het is niet anders.”

En eh… Nederland?

“Dat is dan weggevaagd. Wetenschappers hebben vastgesteld dat de ijskap van Groenland in de komende eeuwen dermate instabiel zal worden dat het ijs grotendeels zal smelten. In het ergste geval stijgt het waterpeil van de Noordzee zeventien meter. De helft van Duitsland zal eveneens onder water staan, het oosten van Engeland idem.”

En binnen welke termijn zal deze catastrofe plaatshebben?

“Als uw land de bevindingen opvolgt van de commissie-Deltawerken en het water stijgt de komende negentig jaar zo’n anderhalve meter, dan kunt u nog wel in Haarlem blijven wonen. Maar in de eeuw erna zal het zeeniveau al met vier meter zijn gestegen, en dan zou ik maar snel verkassen in oostelijke richting.”

Zou het niet kunnen dat het veel langer duurt voordat de boel hier onderloopt? De afgelopen tienduizend jaar is onze kustlijn erg stabiel gebleken.

“Dat is waar, maar algemeen wordt aangenomen dat Antarctica binnen drie eeuwen volledig zal zijn gesmolten. Dus dat zit er niet in, vrees ik.”

In uw boek stelt u dat geo-engineering een oplossing kan bieden. Wat is dat?

“Dat zijn methoden om de temperatuurstijging in de hand te houden door de hoeveelheid zonlicht op aarde te temperen. Vergelijk het met de uitbarsting van een vulkaan. De laatste van betekenis hadden we in 1991 op de Filippijnen. Toen kwam een ongekende hoeveelheid zwaveldioxide in de hogere stratosfeer terecht, en die wolk is daar zo’n twee jaar blijven hangen, als een schild tegen het zonlicht. In die twee jaar was de temperatuur op de Filippijnen een halve graad lager. Je hoeft geen vulkanen te laten uitbarsten, maar je kunt wel zwaveldioxide in enorme tanks onder vliegtuigen de lucht in brengen en verspreiden.”


We kunnen toch ook kunstmatige wolken maken?

“Ja, door boven de oceanen enorme hoeveelheden water de lucht in te brengen, waardoor turbulentie ontstaat die dan wolkenpartijen maakt.”

U zegt ook iets over het wit verven van daken en straten.

“Als we alle daken op aarde, alle straten, pleinen en andere openbare ruimten die aan de zon worden blootgesteld wit zouden verven, bereiken we een temperatuurdaling van een graad.”

Alle beetjes helpen, nietwaar? Waarom passen we geo-engineering niet al op grote schaal toe?

“Geo-engineering is een oplossing, niet dé oplossing. Het is betrekkelijk goedkoop en vrij gemakkelijk uitvoerbaar. Maar je kunt er de opwarming niet mee ongedaan maken; dat kan alleen als wereldwijd de CO2-uitstoot wordt teruggebracht. Maar goed, zover zijn we nog niet, dus als je de temperatuurstijging kunt vertragen, win je tijd, en die tijd is nodig om alle landen in de wereld op één lijn te krijgen wat betreft die reductie van broeikasgassen. Want die zijn en blijven de grote boosdoener.”

En die landen zitten niet op één lijn?

“De meeste regeringen zien de urgentie om binnen een kwart eeuw een reductie te realiseren van zeventig procent. Dat is technisch gezien mogelijk. In 2035 moet dat dan tachtig procent zijn. Twee graden opwarming kunnen we net aan, daarna verlies je de controle.”

Maar?

“De meeste broeikasgassen die het klimaat beïnvloeden, waaronder CO2, zijn zo’n tweehonderd jaar oud en zijn geproduceerd door een kleine groep rijke, geïndustrialiseerde landen. Dan hebben we het over een miljard mensen die daarvoor verantwoordelijk gehouden mogen worden. Maar die overige 5,5 miljard hebben daar niets mee van doen. Dat zijn de mensen uit de arme, onderontwikkelde landen. In onze tijd ontwikkelen uitgerekend deze landen zich in hoog tempo, en dat brengt automatisch nieuwe uitstoot van schadelijke gassen teweeg. Het probleem is dat er geen millimeter ruimte meer is voor nog meer CO2.”


De VS, schrijft u, stellen zich op het standpunt: laten we de geschiedenis vergeten en iedereen hetzelfde percentage laten reduceren. Dat is fair, lijkt me.

“Dat ben ik niet met u eens, want die arme, zich ontwikkelende landen worden dan net zo zwaar belast als de rijke landen die in de afgelopen eeuwen een enorme economische voorsprong hebben kunnen opbouwen. Dat is dus niet fair, als je het mij vraagt.”

Maar ja, reductie naar draagkracht betekent oeverloos onderhandelen, terwijl volgens u daarvoor de tijd ontbreekt.

“De arme landen zeggen: als wij net zoveel moeten reduceren als de rijke landen, dan betekent dat een verminderde groei en blijven we de facto arm. De arme landen kunnen misschien wel veel reduceren en niet-fossiele brandstoffen gebruiken, maar dat levert ze hoe dan ook schade op. En die schade zou gecompenseerd moeten worden.”

Door de rijke landen, neem ik aan?

“Ja.”

Maar dat zullen astronomische bedragen zijn, en zo veel geld heeft het rijke Westen nu ook niet meer.

“Als uw regering vijf miljard dollar betaalt aan arme, snel groeiende landen om die schoner te laten produceren, is dat inderdaad lastig aan de burger uit te leggen. Ik bedoel, zou u als belastingbetaler puur voor dit doel extra willen betalen?”

Ik zou daar wel een probleem mee hebben. Want we leven in het heden en moeten naar de toekomst kijken, en dan lijkt het me beter dat we de rijen sluiten en allemaal even veel reduceren.

“Mensen gaan liever dood dan dat ze oneerlijk behandeld worden, en zo ervaren ze het. Dat is de menselijke natuur. En de mens is het materiaal waarmee we moeten werken. Het is niet anders.”


Of denk ik te beperkt, moet ik meer global minded worden?

“Uiteindelijk wordt de mensheid het wel eens, hoor, over wie nog wat kan uitstoten. Over een jaar of dertig, veertig. Maar wat gebeurt er in de tussentijd? Niets, valt te vrezen. Dus hebben we over veertig jaar nog rigoureuzer ingrepen nodig die het leven op aarde nagenoeg onmogelijk maken.”

Misschien brengt alleen een ongekende natuurramp op aarde ons tot inkeer.

“Die gedachte bekruipt ons allemaal weleens, al hoop ik dan dat die ramp niet in mijn achtertuin plaatsvindt. Maar het zou wel ergens in de westerse wereld moeten gebeuren, want dan komt het ’t hardst aan. Maar verwacht ook van een ramp niet al te veel. De VS hebben ondanks de verwoestingen van Katrina de dijken rond New Orleans nog altijd niet versterkt.”

Hoe kan dat?

“De mens is niet geneigd vooruit te denken. Het is vaak toch: na mij de zondvloed.”

Eerlijk gezegd denk ik ook: wat kan mij het schelen als de mensheid zichzelf over duizend jaar heeft uitgeroeid? Dan zijn mijn kinderen en kleinkinderen allang dood, en hun nazaten… dat gaat mijn voorstellingvermogen te boven.

“Dat kan ik wel volgen, maar je zegt duizend jaar… Dat duurt nog even, maar als we nu niets doen, worden die tussenliggende jaren heel nare jaren waarin de beschaving een geweldige knauw krijgt. Een wereldwijde temperatuurstijging van twee graden, en dat gaat gewoon gebeuren, zal de wereldpolitiek tot het kookpunt brengen. Er zullen massale oorlogen uitbreken om het schaarse voedsel en water, enorme vluchtelingenstromen op gang komen, regeringen zullen keiharde maatregelen moeten nemen… Ik ben een oude man, maar al voor uw kleinkinderen zouden weleens zorgelijke tijden kunnen aanbreken. En hun kinderen zijn helemaal niet te benijden.”


Wat kunnen we zelf doen?

“Het is natuurlijk altijd goed als we ons bewust worden van ons eigen energieverbruik. Maar daar zuiniger mee omspringen zal toch te weinig zoden aan de dijk zetten.”

Zijn al die campagnes voor zuiniger energie dan zinloos?

“Het heeft veel meer zin om politici, beleidsmakers en ondernemers ervan te doordringen dat het gebruik van kolen, gas en olie moet worden stopgezet. Nee, niet verminderd, maar stopgezet. En dat we als de sodemieter moeten investeren in alternatieve, niet-fossiele energie. Daar ligt een taak voor de komende veertig jaar.”

En komt het dan nog goed?

“Alleen dan komt het goed.”

Mag ik u dan nu een glas wijn aanbieden en op de toekomst toosten?

“Ha ha… dat mag. Ik kan u zeggen dat er veel wijn doorheen is gegaan toen ik dit boek schreef.”

Gwynne Dyer: Klimaatoorlogen. Spectrum. €19,99. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Frans van Deijl