Pyrrusoverwinning

De uitslag van het CDA-congres vormt uiteraard een enorme moreleoverwinning voor het kamp van Ab Klink. Een derde van de partijleden verzette zich tegen het maatschappelijke gifgas dat onze samenleving op den duur door een gedoogcoalitie met de Partij Voor Vreemdelingenhaat zal inhaleren.

Want reken maar dat nog veel meer leden tegen hadden willen stemmen als er voor hun gevoel nog een echte keuze was geweest en de consequenties van een ‘nee’-stem op korte termijn voor de eigen partij niet zo dramatisch zouden zijn geweest. Want met een ‘nee’ hadden zij het CDA politiek onthoofd en meteen in chaos gestort. En het vergt nogal wat om dat risico te durven nemen.

De zege van Maxime Verhagen is daarmee niet meer dan een pyrrusoverwinning: zijn partij is volledig gespleten – en dat zal zich, indien Geert Wilders straks even onhandelbaar zal blijken als voorheen, onvermijdelijk wreken. Dan wordt dit zelfbehoud op de korte termijn zelfmoord op de langere termijn.

Dat betekent ook het einde van Verhagen, wiens politieke voortbestaan nu volledig aan de nieuwe coalitie verbonden is – ongeacht of het duo Kathleen Ferrier & Ad Koppejan dan wel de SGP voor die wankele meerderheid zorgt. In het laatste geval steunt het Wilders-kabinet, dat met gedoogsteun van CDA en VVD Nederland uit naam der vrijheid voor een ‘islamitische theocratie’ wil vrijwaren, dus op een partij die een christelijke theocratie wil invoeren. Hoe bizar kun je het hebben?

Niet toevallig dat vrijwel iedereen die er in het verleden in het CDA toe heeft gedaan zich fel tegen deze coalitie keerde. Slechts door hen als mastodonten weg te zetten, kon de huidige machtshongerige partijleiding, die inhoudelijk het spoor volledig bijster is, het gevaar voor de eigen carrière van die zijde keren. De enige ex-partijleider die vóór was, was Elco Brinkman. Diens leiderschap was niet erg langdurig.

Het was beschamend om te zien wat mensen die jarenlang op partijcongressen waren toegejuicht nu over zich heen kregen. Kritiek op de oude garde: dat bestaat in andere partijen ook. Maar er zat nu bij sommige sprekers iets haatdragends in, alsof men zich na jaren eindelijk van gehate bevoogding had bevrijd. En daar zit in díé zin ook wel iets in, als men weet hoe vroeger – met dank aan de dissidentvijandige hand van partijvoorzitter Bukman – CDA-congressen slechts applausmachines waren. De kenschets van Ad Koppejan enige decennia geleden van het parlement als de ‘Schapen-Generaal’ had ook op de interne partijdemocratie van toepassing kunnen zijn.


Cees Veerman noemde het congres een farce, omdat Verhagen de leden de facto voor voldongen feiten stelde – het is dit of de chaos – maar het is wel een farce die in een traditie past. Want zo hebben Veerman en eerdere partijprominenten vroeger ook vaak geopereerd om hun zin te krijgen – Jan Peter Balkenenende eveneens.

De splijting van het CDA vormt dan ook mede de oogst van acht jaar Balkenende: die heeft bij het thema integratie steevast weggekeken, en zich nooit erover uitgelaten hoe het christen-democratische gedachtegoed zich zowel tot de islam als tot de islamofobie verhoudt. Door die vraag liet het CDA, na de val van Paars machtsdronken, graag de andere twee volkspartijen zichzelf verscheuren. Nu ontkomt het echter niet aan die vraag, en moet het de gifbeker van interne verdeeldheid tot de bodem leegdrinken – en die bodem is nog niet in zicht.

Die morele worsteling valt evenwel verre te prefereren boven het totale gebrek daaraan bij de VVD. Frans Weisglas, Gijs de Vries en de eveneens naar D66 weggevluchte Joris Voorhoeve uitgezonderd heerst daar een geestelijke woestenij. Frits Bolkestein, die twee decennia lang op hoge toon iedereen de les las over westerse beschaving, zwijgt nu opportunistisch als het graf. Zijn ideologische leegheid werd recent weer eens bij Uitgesproken VARA herhaald door Frank de Grave, die niet verder kwam dan het opsommen van wat praktische materiële voordeeltjes, en het voor het eerst in honderd jaar weer hebben van de post van minister-president.

Inderdaad: de post. Maar niet meer dan dat. Tegenover Wilders zal alleen een krachtige persoonlijkheid stand houden. Dat is Rutte niet. De beelden van de presentatie van het Wildersakkoord spraken boekdelen. Toen Wilders zei dat hij niet zoveel met verbinden en bruggen bouwen had, maar de beide andere heren graag in die waan achterliet, kwam de premier van Vingeraflikkend Rechts Nederland niet verder dan een inhoudsloze stupide grijns. Het maakte definitief duidelijk dat Rutte moreel, intellectueel en karakterologisch zijn ambt onwaardig is. Hij zal sedert deze grijns nooit ‘mijn premier’ kunnen worden. Nooit.

import thomas von der dunk