Racistisch ongemak

Twee jaar geleden koos Amerika voor het eerst een zwarte president. Althans, een man met een zwarte vader en een blanke moeder. Of Amerika ‘het racisme voorbij’ is, blijft de vraag, maar dat zoveel blanken op een niet-blanke stemden, was een doorbraak. Een terugslag is niet uitgesloten en de opkomst van de Tea Party, een protestbeweging uit het hart van Amerika, wijst daar ook op. Als een zwarte president kan worden, markeert dat het verval van het blanke superioriteitsgevoel, dat weliswaar al sinds de burgerrechtenbeweging uit de jaren zestig taboe is verklaard, maar onderhuids nog volop leeft. Alleen zitten de diepste frustraties nu binnen de eigen groep. Doorsnee blanken die zich gereduceerd weten tot hun huidskleur (white trash) voelen zich in de wind gezet door de professionele (blanke) elites, die hun neus voor het volk ophalen omdat het benepen en racistisch zou zijn.

Tot zover Amerika, waarvan wij op school hebben geleerd dat er racisme is. Nee, dan bij ons in Europa. Hier is Barack Obama nog steeds populair, in de publieke opinie. De Europese politieke elites, die hem twee jaar geleden als verlosser verwelkomden, kijken inmiddels verbijsterd toe hoe hij Europa niet ziet staan. Hoe Obama’s populariteit zich verhoudt tot de opkomst van de anti-immigratiepartijen, is voer voor psychologen. Voor kiezers op de PVV of de Zweden-Democraten is Obama vanwege zijn handreikingen naar de moslimwereld eerder een dhimmie. Maar rechts had nooit zo de wind in de zeilen gekregen als het multicultidenken nog zo sterk was als pakweg tien jaar geleden. Links is daarover zelf aan het twijfelen geraakt. Vandaar de euforie toen er vanuit het niets een zwarte president in het Witte Huis belandde die in progressieve kringen als ‘een van ons’ wordt beschouwd. De president geldt als cool en intelligent, een mondiale superman. Maar een Europese Obama is nergens in zicht en al onze kosmopolieten zijn blank. Alleen Ayaan Hirsi Ali, kompaan van Geert Wilders, stak daar oogverblindend tegen af en zorgde als islamcritica voor totale verwarring.

Het Europese ongemak tussen de verschillende rassen is onverminderd groot. Wij bekennen kleur door kleurenblind te zijn. Hoewel de politieke correctheid aan alle kanten kraakt, is er geen groter taboe dan racisme. Wie van Apartheid wordt beschuldigd, zoals het ‘zionistische Israël’, moet voor internationale uitsluiting vrezen. Tegelijk is het racisme niet meer wat het is geweest. Waar de blanke suprematie in koloniale tijden een gegeven was, zijn de vroegere koloniale mogendheden zich nu van hun zonden bewust. Daarbij treft het dat het ergste racisme uit nazi-Duitsland stamt, een schaamlap voor de andere Europeanen.


Ook de Scandinavische volken met hun blonde koppen en Nobelprijzen voelden zich hoogverheven. De heilstaat Zweden voerde uit gezondheidsoverwegingen een actieve bevolkingspolitiek, die pas in de jaren zeventigeen stille dood stierf. Als er nog racisme is, dan is het racisme light en wordt het van overheidswege bestreden.

Toch blijft het spook rondwaren. Vooral na 11/9 heeft het Westen aan den lijve onder-vonden dat onze universele waarden niet overal worden gedeeld en dat er in de moslimwereld sterke antiwesterse gevoelens leven. Dat mensen tegenover wie wij onze best doen om niet te discrimineren óns wel discrimineren, kwam als een schok. De Marokkaantjes die toen stonden te juichen, hebben sindsdien een ‘k’ voor hun naam. Vreemdelingen worden kritischer bekeken. Menig taboe is gesneuveld. Er wordt gevraagd wat immigratie kost en welke groepen wat opleveren (alleen kenniswerkers, ‘de besten’). Met elitevorming heeft niemand meer moeite. Onderwijskundigen melden dat zwarte scholen slechter presteren dan witte scholen. Demografen laten zien dat minderheden zoveel kroost produceren dat zij in de grote steden straks in de meerderheid zijn. Criminologen vertellen dat onze gevangenissen vol buitenlanders zitten. Eugenetische inzichten worden weer courant. Je kunt het zo bruin niet bedenken of het klopt, het geurt ernaar of we hadden het altijd al gedacht. In rap tempo worden er open deuren dichtgetrapt met het idee dat wij zelf weer moeten uitmaken wie erin komt en wie niet.

Ik vrees dat dit een illusie is, het spiegelbeeld van het verduisterde multiculti-ideaal. Aanscherping van beleid is onvermijdelijk, maar het ontkent ook dat immigratie in vrije samenlevingen niet is terug te draaien en integratie niet op staatsbevel valt af te dwingen. Wie dat toch probeert, roept nieuwe spanningen op. Ik weet niet of deze vaststelling politiek correct is of niet, maar wen er vast aan. Van racisme, een even natuurlijk als menselijk fenomeen, zijn we in Europa nog niet af.

import dirk jan van baar