Trots treintraject

De hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Rotterdam is een bekende pispaal: torenhoge aanlegkosten, weinig passagiers, voortdurend vertragingen en boze omwonenden. Vol goede moed op pad met de Fyra, ‘het vervoer van de 21ste eeuw’.

Alles is tegenwoordig een ‘ervaring’ of moet, op z’n minst, een ‘ervaring’ worden. Vanaf welk moment het nu precies hard is gegaan met die afgoderij van het woord ‘ervaring’ is lastig te achterhalen, maar feit is: als je anno nu een week of zelfs een dag lang niets meemaakt wat met droge ogen tot de galerij der ‘ervaringen’ kan worden toegelaten, ben je al snel een beklagenswaardig mens. Wachten op de Rotterdamse metro op station Beurs, bijvoorbeeld, is al anderhalf jaar een heuse ‘ervaring’ te noemen: veertien schermen dompelen je onder in een wereld van nieuws, cultuur en entertainment, en uit onderzoeken blijkt dat het station sinds de installatie van de schermen een stuk veiliger is geworden. Met andere woorden: zolang we iets beleven, midden in een ‘ervaring’ zitten, hebben we kennelijk minder animo om andere mensen te bespieden, uit te dagen en in het ernstigste geval met de blote vuist of een verraderlijk mes te bespringen. Zolang we iets ervaren, zijn we dus gered. Onaangename vragen blijven op afstand en er gebeurt niet al te veel.

Het zou wel een wonder zijn als het woord ‘ervaring’ geen rol heeft gespeeld in de embryonale ontwerpfase van de Fyra-lijn Amsterdam-Rotterdam. De bedrijfskleuren rood-paars zijn dermate stringent doorgevoerd in de binnen- en buitenkant van de coupés, de bedrijfskleding van de treinstewards en -stewardessen en de aankleding van de stationslounges, dat het niet anders kan of hier is geprobeerd – jawel – een ‘ervaring’ te creëren.


Op een van onze tochten van Amsterdam naar Rotterdam zal een Engelse professor (‘Ik ga een lezing geven over deltasteden’) de trein, vermoedelijk geheel naar de ultieme droomwens van de ontwerpers, als ‘slick, smooth and comfortable’ omschrijven.

Hij zit voor het eerst in de Fyra en is enthousiast. “Dit is vervoer van de 21ste eeuw. Weinig ruimtebeslag. Veel comfort. En zonder veel poespas direct in de binnenstad.” Ik vraag of hij toevallig een bijbaan heeft in de treinsector, maar hij ontkent glashard. “Wat ben je voor een mens als je hier niet van geniet?” reageert hij, eerst naar zijn stoel en dan naar buiten wijzend. “In welk vervoersmiddel zit je lekkerder? Zeg het maar.” Het Britse pleidooi is nog niet afgerond of een supervriendelijke mannenstem maakt in drie talen bekend dat we binnen vijf minuten op Rotterdam CS zullen arriveren. En dat hij ons vriendelijk bedankt voor het feit dat we Fyra hebben gekozen.

Hoewel ‘ervaring’ suggereert dat je jezelf vergeet, je overgeeft aan de situatie en daar helemaal in opgaat, heeft de Brit – helaas, voor de marketingafdeling – natuurlijk niet het laatste en ultieme woord over Fyra gesproken. Ja, inderdaad, het is zeker een ‘ervaring’ om erin te zitten, de stewardess in haar lieflijke bedrijfspakje te zien passeren en naar het hypnotische blokjesmotief van de zij- en achterwanden te staren, maar zetten we de bril van de consumentenman op en pakken we ons wensenlijstje erbij, dan valt ook de Fyra uiteen in een reeks prozaïsche pro’s en contra’s, plussen en minnen, voor- en nadelen, mee- en tegenvallers. Later in dit stuk zullen we er met een dienstverlenend oog naar de lezer een paar opsommen. Maar eerst toch nog even wat dieper de ‘ervaring’ Fyra in!


Fyra, wat betekent dat eigenlijk? We vragen het aan de hoofdconducteur die op de Fyra ‘boardmanager’ heet. Hij is trots dat ‘zijn’ trein door een heuse reportageploeg in beeld wordt gebracht en legt uit: “Fyra is Zweeds voor ‘vier’. Op den duur gaan we vier steden aan elkaar koppelen: Brussel, Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam.” Klinkt mooi. Maar voorlopig haalt Fyra vooral de pers met de geringe bezettingsgraad (gemiddeld vijftien procent), de tamelijk astronomische aanlegkosten (circa zeven miljard euro) en de niet geheel compatibele treinstellen, die in de gemeente Lansingerland (Berkel & Rodenrijs, Bergschenhoek, Bleiswijk) honderden mensen uit hun slaap houden. En dan te bedenken dat de huidige topsnelheid (160 kilometer per uur) nog ver onder de uiteindelijke streefsnelheid van 250 kilometer per uur ligt. “Ze zijn nu aan het testen met de nieuwe treinstellen,” zegt de boardmanager hoopvol. “Die zullen beter op de rails passen en geruislozer zijn.”

De hamvraag is natuurlijk wanneer die langverwachte nieuwe treinstellen in gebruik kunnen worden genomen. De boardmanager trekt met zijn mondhoeken, het liefst zegt hij ‘morgen’. Maar dan bedenkt hij wat het officiële antwoord moet luiden en herinnert hij zich de instructie van de communicatiemanager (“Altijd marge aanhouden!”): “Die treinstellen komen op z’n snelst pas in 2012, of anders in 2013. Tja, het is niet anders…”

Om exact 10.30 uur schuiven we station Rotterdam CS uit. We hebben dan al een stukje ‘ervaring’ achter de rug in de zogenaamde HiSpeed-lounge, een speciale ruimte voor eersteklas-Fyra-reizigers, waar drukte (schermen aan de wand) en eenzaamheid (new-age-achtige leunstoelen en -banken) elkaar in een wonderlijk rood-paars evenwicht houden. Achter de toegangsbalie zit een strenge mevrouw met baret, bij wie je moet aantonen dat je inderdaad eersteklas-Fyra-reiziger bent, alvorens je mag aanvallen op de gratis drankjes in de koelvitrine. Het is vanaf het begin duidelijk dat we hier gelanceerd zijn in iets dat een kosmopolitisch sfeertje poogt te creëren. Het publiek draagt pakken, dure horloges en rechts achteraan is een vergaderruimte. Op een van de loungeschermen draait – vanzelfsprekend – de eigen Fyra-promo, waarin we een animatietrein in razende vaart langs symbolen als het Atomium (Brussel), het Sportpaleis (Antwerpen), de Euromast (Rotterdam), een grachtenpand (Amsterdam) en een windmolenpark zien zoeven. De pay-off: “Fyra. Opent nieuwe wegen.”


Aantonen dat de werkelijkheid niet geheel overeenstemt met beloften in commercials is natuurlijk een gedateerd kunstje (zulks weet iedereen), maar als we langs het Sint-Franciscus Gasthuis, circa anderhalve kilometer na Rotterdam CS en vlak voordat we de eerste tunnel induiken, al vaart minderen, kijken uw dienaren elkaar toch wel even bevreemd aan. Eerst denken we nog dat het een vergissing is of dat de trein snel weer vaart zal maken, op weg naar die illustere snelheid van 160. Maar nee, de trein blijft vaart minderen, de lampen van de tunnel schuiven tergend langzaam voorbij (er is genoeg tijd om de spinnenwebben te bestuderen) en een paar honderd meter verderop, weer half boven de grond ter hoogte van Berkel en Rodenrijs, gaat de trein nog dieper in de remmen en rijden we stapvoets langs halfgesloopte kassen en splinternieuwe schoolgebouwen. Krák! Aha, de speaker van de Fyra gaat een mededeling doen. (Dat we pas na donker in de gemeente Mokum aankomen?) Let op. “Geachte reizigers, excuses voor het oponthoud. Er is een man op het traject gesignaleerd. Uit voorzorg hebben wij onze snelheid verminderd. We hopen dat dit zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dank voor uw begrip.”

De paar passagiers in de dun bezette trein laten het gelaten over zich heen komen. Een van hen begint, bij wijze van reactie, meteen al naar kantoor te sms’en dat hij mogelijk wat later komt. “Ik vind het een mooie trein, hoor,” zegt de man van middelbare leeftijd. “Maar de helft van de tijd kom je later aan dan volgens het boekje staat gepland. Gelukkig is het meestal nog te overzien en heb je vertraging van een minuut of tien.” Gevraagd naar de ongerijmdheid van de te betalen Fyra-toeslag (die dusdanig varieert per type reiziger dat een studie vooraf noodzakelijk is) en de dus vaak niet gerealiseerde tijdwinst, zegt hij: “Ik blijf de Fyra trouw. Het is verre van perfect, maar ik moet er niet aan denken dat ik in zo’n volle intercity moet stoppen in Delft, Den Haag en Leiden. Dan kom ik liever wat later in deze gerieflijke omgeving.”


Zelf kijk ik intussen nieuwsgierig naar buiten, in de hoop een glimp op te vangen van de onverlaat die de trein in zijn macht heeft. Aan de westzijde van de coupé duikt inderdaad ineens een man op: lang, bruine ribbroek, pet op zijn kners, stevig doorwandelend. Hij lijkt eerder een abonnee op het natuurtijdschrift Grasduinen dan een vandaal die ons reisplezier wil saboteren. Als ik navraag doe bij de conducteur en ander cabinepersoneel bezweert iedereen dat dit ‘echt de eerste keer is’ dat zich een persoon op het traject begeeft en dat er om die reden in de remmen moet worden geknepen.

Na een minuut of vijf komt de trein weer op stoom. We glijden richting Groene Hart-tunnel, het geboorde mirakel waarvan menig landschapsarchitect nu ineens zegt dat hij niet nodig was ‘omdat rechte lijnen heel erg in het oorspronkelijke landschap passen’ (bij nader inzien was het project hoofdzakelijk een onteigeningspuzzel die ontweken is). Het cabinepersoneel zit gezellig bijeen; het werk zit er alweer op. Tijd voor een dieptegesprekje met de boardmanager. “Toen ik bij Fyra solliciteerde, dacht ik: mooi, kaartjes knippen. Dat wordt relaxed. Nou, niet dus!” Zijn ogen glimmen. Alsof hij zeggen wil: vraag dóór! Ik schiet de kans voor open doel maar binnen. Hij vervolgt: “Wat je aan regelgeving op je af krijgt – poeh… Ik moet niet alleen jouw kaartje knippen. Ik moet jou ook reanimeren als je een hartstilstand hebt. En proberen je te redden als er brand uitbreekt. Nou, dan weet je wel dat ik hier en daar een cursusje heb moeten volgen. Nadat ik was aangenomen, ging ik dan ook een halfjaartraject in.” Ik probeer hem welwillend aan te kijken, al weet ik niet hoe dat precies moet. Geïnteresseerd is misschien een beter woord. Hoe dan ook, mijn houding werpt vruchten af, want de boardmanager vervolgt zijn verhaal. “En dat is nog niet alles. Omdat België ook tot ons dekkingsgebied behoort, heb ik ook de hele Belgische regelgeving uitentreuren in mijn kop moeten stampen.” Hij wijst op zijn hoofd, alsof hij zeggen wil: ik geloof het zelf amper, maar het schijnt er allemaal in te zitten.


Regels. Veiligheid. Procedures. Toelagen. Tijdelijke voordeelacties. Meer nog dan een trein lijkt Fyra op een door bureaucraten dichtgetimmerde relaxzone voor een keurige, oppassende, consequent scharreleieren etende en op de EU georiënteerde elite. Of je nu het treinkaartje achter de digitale balie koopt, gebruikmaakt van de Fyra-lounges of te elfder ure op een van de wagons springt: voor alles lijk je wel een bonnetje of bewijs in drievoud nodig te hebben. “Als u geen Fyra-toeslagticket heeft, wordt u verzocht over te stappen op een normale trein,” roept de speaker telkens om, vlak voor het verlaten van het station. En je denkt bij jezelf: waarom doen ze niet een beetje aan klantenbinding? Waarom hebben ze geen oog voor de relatieve onbekendheid van hun eigen lijn? En waarom bieden ze een enthousiaste reiziger, die in een bui van frivoliteit besluit twintig minuten eerder in Amsterdam of Rotterdam aan te komen, geen mogelijkheid om ter plekke die rottige Fyra-toeslag te voldoen? Desgevraagd brandt een van de conducteuren los: “Ach, weet je waarom? Omdat die yuppen daarboven er geen snars van begrijpen! Die zijn met heel andere dingen bezig dan klantvriendelijkheid. Die willen een plekje opschuiven in de pikorde. Al moeten ze er duizend extra regels voor bedenken!”

In de HiSpeed-lounge op Amsterdam CS krijgen we ook al snel een geüniformeerde op ons af, type Rita Verdonk. “Wat doen jullie hier? Als er pers komt, komt er eerst altijd een mailtje binnen van meneer Meijer. Zo’n mailtje hebben we helemaal niet gehad.” Wanneer we de lounge na enige tijd weer verlaten, krijgen we een papier onder onze neus geschoven. We moeten onze naam opschrijven voor het geval er stront aan de knikker komt. Met flinke weerzin zet ik mijn krabbel. Ben ik de enige die een punthoofd van al dat geregistreer krijgt? Of zit ik hier, deels, te peuren in de poel van onvrede die miljoenen landgenoten gevoelig maakt voor klassiek rechtse praat als ‘minder regels’, ‘kleinere overheid’ en ‘einde aan de bedilzucht’? Toppunt is misschien wel de mededeling van de speaker, even daarvoor, als we Amsterdam CS binnenrijden. Omdat de trein meer dan een kwartier vertraging heeft opgelopen (officiële tijd: 42 minuten) en we pas een goed uur na vertrek voet op Amsterdamse bodem zetten, krijgen we het advies naar de site van NS HiSpeed te surfen en aldaar een declaratieformulier te downloaden. Ik kan mijn lachen amper inhouden: de treinreis als huiswerk! En dit beoogt een ‘luxe ervaring’ te zijn? Whoehahaaaa!


De eerstvolgende Fyra vertrekt om 12.26 uur. Precies op het moment dat de grote wijzer van de stationsklok bovenaan even stilstaat, komt de trein inderdaad in beweging. Langzaam, hoor. Station Lelylaan passerend kan ik bijna elke veeg of kruimel op de plastic wachtkamerstoeltjes zien zitten, zó kabbelend is de vaart. Vlak voor de Schipholtunnel trapt de machinist dan ineens weer op het gas en op redelijk volle vaart knallen we de duisternis in, om vervolgens weer diep in de remmen te gaan voor station Schiphol. Dan lijkt ineens alles te kloppen en razen we de tunnel weer uit. “Prima trein,” zegt een zakenman uit Breda, die zojuist is ingestapt. “Alleen jammer dat-ie maar tot Rotterdam gaat.” Hij zit achter een laptop en ik vraag of er WiFi is. Nee dus. “Dat zou je wel op deze trein verwachten,” beaamt hij. “Ik ben de doelgroep.”

In mijn rug komt het karretje van de catering aangereden, opvallend stil. Ik draai me om en kijk in het lieftallige gezicht waarmee ik op de heenreis al guitige blikken heb gewisseld. “Wat zijn de Fyra-toppers?” vraag ik. Ze moet even nadenken. “De cappuccino verkoop ik het meest.” Ah, dat klinkt vertrouwd. Al is de cappuccino toch net dat treetje hoger dan de gewone koffie in een gewone NS-trein. “En verder?” vraag ik. “Wat komt er na de cappuccino?” “Mmm… Ik denk de gevulde koek.” Ik bestel de bewezen Fyra-toppers en ga, om alles nog eens goed op me te laten inwerken, achterover zitten in mijn eersteklascoupé terwijl in de verte de skyline van Rotterdam zich al aandient.

Ik las, kortom, op de valreep mijn eigen contemplatiemomentje in. Wat vind ik nu eigenlijk van de Fyra? Wat vertellen mij al die bedrijfspakjes, die baretten, die bedrijfslogo’s, die gelikte commercials en die scanners waar je je kaartje doorheen moet halen? Ze vertellen me dat het – als alles goed gaat (en je al je huiswerk hebt gedaan) – allemaal prima geregeld is en je werkelijk een prettige en onthaastende reiservaring met de Fyra kunt hebben. Ze vertellen me ook dat er een (te) zware managementlaag aanwezig is, die de reiziger overschat. En tot bizarre karweitjes aanzet, zoals het downloaden van een declaratieformulier. Ik begin een vaag verband te zien tussen de bedrijfskleuren rood-paars en het Paarse kabinet uit de jaren negentig, dat levensvragen dacht weg te kunnen toveren door budgetten te verhogen en managementlagen uit te breiden. De erfenis waarvan we het duivelsmasker nu pas beginnen te begrijpen.


Maar ondanks de ongemakken, het surrealisme en het overduidelijke voorbijgaan aan de wensen en noden van wat ‘de gewone mens’ heet, besluit ik de Fyra een mooi project te vinden. Iedereen doet zijn best. Het traject ligt er als een gladgeschoren racebaan bij. Ja, het geheel straalt een bijna uitgestorven optimisme uit over het Snellere, Betere en Mooiere van de Toekomst! En weet je wat het einde van het liedje is? Dat de deuren van Fyra op Rotterdam CS om 13.06 uur opengaan, exáct veertig minuten (!) na ons vertrek. En dus twee minuten eerder dan volgens schema. Een piekervaring van de eerste orde!

Hans van Willigenburg