‘Zorgmijders bestaan niet’

Veel daklozen vinden alles beter dan in een ‘traject’ te worden gestopt. Ze doppen liever hun eigen boontjes dan in een moeras van bureaucratie, wachtlijsten en sancties weg te zinken. Elly Burgering van Stichting Straat Consulaat Den Haag en zelf ervaringsdeskundige: “Een dakloze moet zich aan allerlei regels houden. Als hij ergens tegen protesteert, wordt vaak gedacht dat hij niet mee wil werken en wordt hij op zijn uitkering gekort. De hulpverleners zijn van goede wil, maar hebben de neiging om voor de cliënt te denken in plaats van zich in hem te verplaatsen en van daaruit naar de beste oplossing te zoeken.”

Zo is er de regel dat daklozen hun ‘traject’ moeten starten in hun eigen gemeente, terwijl ze door hun ongeregelde bestaan juist vaak in andere steden verzeild raken.

Geld maakt de zaken nog ingewikkelder. Niet alleen de daklozen zelf, maar ook de instellingen zijn voor hun financiering aan regels gebonden. “Die financiële afhankelijkheid komt de hulpverlening niet ten goede,” zegt Burgering. “Daardoor woedt er een continue machtsstrijd tussen de instanties. Het systeem werkt gewoon niet. Er zijn te veel belangen, te weinig opvangplekken en te weinig projecten die werkelijk op de cliënt gericht zijn. De idealisten onder de hulpverleners haken gefrustreerd af.”

En intussen vallen veel daklozen buiten de boot, zegt Burgering. “Niemand wil dakloos zijn en niemand kiest er voor om buiten te slapen, maar er zijn wel mensen die ervoor kiezen om niet in een traject te stappen, omdat ze daarin niet de zorg krijgen die ze nodig denken te hebben. ‘Zorgmijders’ bestaan niet, alleen mensen voor wie er geen passende zorg bestaat of gevonden wordt. Alle buitenslapers zijn dus een gevolg van het falen van die hulpverlening.”

import undercover