Chapeau!

In principe is de journalistiek ervoor om wat niet deugt aan de kaak te stellen. Maar tegen het principe in moet hier toch even iets positiefs worden gezegd over het nieuwe kabinet. Het is knap dat het er is gekomen. Want bijna was het op het laatste moment nog misgegaan. Nadat Kathleen Ferrier en Ad Koppejan onder het Binnenhof leken te zijn geschoffeld, pruttelden ze opeens op alle zenders heftig na met anti-Wilderstaal. Verzet ná de oorlog, maar Geert Wilders was woedend. De hele bordesscène ging bijna niet door.

Te weinig liberaal, te veel PVV, een gehavend CDA en een te wankele basis: allemaal waar, maar het kabinet zit er wel! Om Camiel Eurlings te citeren: “Chapeau!”.

En wat maakt zo’n regeerakkoord nu helemaal uit? Een flinke nachtvorst en het hele beleid moet weer worden aangepast. Jan Peter Balkenende liet al halverwege zijn laatste regeerperiode de borden met ‘Samen leven, samen werken’ in de kelder opbergen, en geen hond die het opviel.

Mark Rutte en Maxime Verhagen hebben in hun enthousiasme veel cadeaus uitgedeeld aan ‘zonder wie het niet mogelijk was geweest’. De VVD-informateurs zijn beloond, Ruttes onderhandelingsteam krijgt een auto met chauffeur, Henk Bleker en Piet Hein Donner – de para-commando’s in het CDA – zijn gefteerd. Een extra vermelding verdient Hans Hillen, die het leger onder zich krijgt. Hillen heeft Verhagen in diens strijd om de eindstreep te halen door dik en dun gesteund. Zo gaat het gerucht dat hij de brief van Ab Klink aan de CDA-leiding heeft laten lekken. Maar het zou hypocriet zijn als ik ontkende niet graag met Hillen te hebben gebeld.

Rutte is, gezien de samenstelling van het kabinet, gewapend voor de tegenaanval. De vraag is alleen waar die vandaan komt. De oppositie is hopeloos verdeeld. Het is denkbaar dat de aanval uit het buitenland komt, het deel van de wereld waar Nederland steeds minder weet van heeft.

In een hoofdartikel in The Guardian wordt het minderheidskabinet een ‘recept’ voor politieke instabiliteit genoemd. In het commentaar wordt vastgesteld dat ‘de nuances’ in de Nederlandse parlementaire politiek elders in de wereld niet worden begrepen. Met andere woorden, voor het buitenland zit Geert Wilders gewoon ín het kabinet. Nederland verdient de komende maanden meer aandacht, lees ik in de Britse krant. Maar goed ook, want van andersom is helaas geen sprake.

Kees Boonman