Churchill of Chamberlain?

Zolang er een beetje kans is op vrede, heb ik liever honderd Chamberlains dan één Churchill.

Er doen geruchten de ronde dat de ingebruikname van een Iraanse kerncentrale vertraging heeft opgelopen vanwege een computerworm. Een futuristische cyberwar, waarachter de hand van de CIA en de Mossad wordt vermoed. Het zou mooi zijn als alle oorlogen voortaan als computerspel konden worden afgedaan. Maar ondertussen tikt de tijdbom van het Iraanse kernprogramma door en is het volgens de Israëlische regering ‘1938’. Dat is geen ‘back to the future’, maar een onheilspellende historische analogie. In Israël is het bomalarm nooit ver weg en bestaat een gevoel dat de rest van de wereld de gevaren van een Iran met kernwapens niet ziet. En zeg eens dat het niet waar is, want in Europa hebben we andere prioriteiten, zien we het optreden van Holocaust-ontkenner Ahmadinejad als retoriek en behoort ‘wegkijken’ tot de beproefde methoden om de lieve vrede te bewaren.

Je kunt dit als overdrijving afdoen, zoals we ook genoeg hebben van al diegenen die steeds over Hitler beginnen als er een Haider of Wilders de kop opsteekt. Hysterisch gedoe, laten we normaal doen, het is 2010 en geen 1938. De waarschuwingen voor het nazi-spook zijn aan slijtage onderhevig, de linkse kerk wordt niet meer geloofd. Maar tegelijk hebben degenen die voor de islamisering van het Westen waarschuwen er zich meester van gemaakt. Met enkele rolverwisselingen doen dezelfde spoken de ronde, met dit verschil dat 11/9 en de oorlog tegen het moslimterrorisme geen verzinsels zijn, maar echte gebeurtenissen uit onze eigen tijd. Het gebeurt vlak onder onze neus, en we krijgen er aan Nederlandse keukentafels en zelfs binnen het CDA hoogoplopende ruzies over. Wat het hart van Geert Wilders, die met de dood wordt bedreigd, echt doet tikken, is zijn strijd tegen het ‘islamofascisme’. Hij is pro-Israël, heeft contacten met Likoed, vergelijkt de Koran met Mein Kampf en vaart uit tegen theedrinkers, de laffe appeasers die het met imams op een akkoordje gooien en als ‘dhimmies’ naar Mekka buigen. Dat zijn beelden die onder de huid kruipen. Wie het niet gelooft, kan naar het filmpje Fitna kijken, om aan de hand van videoshots uit de moslimwereld zelf te zien dat het waar is.


Fitna is afgedaan als knip- en plakwerk van een havo-scholier. Velen zien er agitprop in tegen de islam en het wegzetten van bevolkingsgroepen. Het zou een miljard moslims over één kam scheren. Maar het (suggestieve) filmpje bezorgt je inderdaad de koude rillingen, en daarom kijken we er liever niet naar. Wat degenen die op de gevaren van de islam wijzen weer in hun idee sterkt dat het Westen de kop in het zand steekt. En dan zijn we met een reuzensprong terug bij 1938, toen Europa de ogen sloot voor de gevaren van nazi-Duitsland en Neville Chamberlain het in München met Hitler op een akkoordje gooide. De weinigen die van een valse vrede spraken, Winston Churchill voorop, werden als oorlogshitsers gezien. Het is in deze context dat ‘onze Geert’ door Amerikaanse bewonderaars als eigentijdse Churchill wordt gevierd. Ik had het zelf niet kunnen bedenken, en moest me de ogen uitwrijven toen ik het voor het eerst las (onze Geert een Churchill!), maar als het kwartje eenmaal is gevallen, vallen alle stukken op hun plaats en zie je het licht. En precies daarin schuilt het gevaar.

Enerzijds is de analogie zo grotesk dat je hem niet serieus kunt nemen. Anderzijds blijft de echo van de jaren dertig, toen het democratische Westen zich tegenover agressieve totalitaire ideologieën geplaatst zag en eerst moest zien te ontdekken uit welke hoek het gevaar kwam en hoe daarmee om te gaan. Geen simpele kwesties. Achteraf zijn we Chamberlain, oud-burgemeester van Birmingham (een soort Job Cohen), als naïeve burgervader gaan zien die bij Herr Hitler op de thee ging en dacht dat hij met een normale staatsman van doen had. Churchill wist toen al dat het anders lag. Maar om Hitler als brutale dictator te ontmaskeren, moest hij eerst diplomatiek worden getest. Zelfs toen niemand de kwaadaardigheid van Hitler meer kon ontkennen, duurde het nog tot mei 1940, toen de Britten zelf werden aangevallen en op hun eiland snel alleen kwamen te staan, voordat Churchill premier werd. En toen de oorlog na veel bloed, zweet en tranen gewonnen was, stemden de Britten hun visionaire leider meteen weer weg.


Een aansprekend verhaal voor mensen zoals ik, die voor het Vrije Westen en pro-Israël zijn, en de islam akelig opdringerig vinden. Maar zolang er nog een beetje kans op vrede bestaat, heb ik liever honderd Chamberlains dan één Churchill. Je kunt oorlogen beter te laat dan te vroeg voeren. Alleen voor het kleine Israël ligt dat anders. Verder hoop ik voor de toekomst dat de computerwormen aan onze kant staan.

import dirk jan van baar