Dat hakt erin!

Zo’n twintig jaar geleden kende de populariteit van thrillerschrijver Jim Thompson (1906-1977) een opmerkelijke heropleving. Thompson had in de jaren vijftig en zestig enige naam gemaakt met inktzwarte en realistische boeken over misdaad, boete, lust, wreedheid en hebzucht. Het leverde hem de bijnaam ‘The Dimestore Dostoyevsky’ op. Filmmakers toonden zich geïnteresseerd in zijn werk. Hoewel Thompson scenario’s schreef voor illustere grootheden als Stanley Kubrick, Robert Redford en Sam Peckinpah, bleef de samenwerking toch altijd een beetje ongemakkelijk. Thompsons personages waren voor Hollywood-begrippen vermoedelijk wat al te duister en verknipt. Ruim tien jaar na zijn dood werden zijn boeken echter opeens weer herdrukt en stortten filmmakers zich en masse op zijn werk.

In drie jaar tijd werden maar liefst vijf van zijn boeken verfilmd, waar onder The Grifters en The Getaway. Het leverde ongemakkelijke films op die zich afspelen op het grensgebied van thriller en kitchen sink drama. En dat geldt ook weer voor The Killer Inside Me, de tweede verfilming (de eerste dateert van 1976) van Thompsons gelijknamige boek. Bij aanvang van de film krijgen we te zien hoe de hulpsheriff van een Texaanse provincieplaats (een sterke rol van Casey Affleck) een sado-masochistische relatie begint met een prostituee (Jessica Alba). Zij heeft een halfbakken plannetje verzonnen om aan geld te komen, maar de sheriff besluit daar een geheel eigen draai aan te geven. Vanaf dat moment begint het dodental in het stadje opeens onrustbarend op te lopen.

Wat deze film van reguliere thrillers onderscheidt, is de onopgesmukte en broodnuchtere rauwheid van het geweld. Een vrouw wordt hard in het gezicht geslagen. En nóg een keer. En nóg een keer. De toeschouwer is de banale monotonie van dat aanhoudende geweld niet gewend. Misdaad en agressie worden doorgaans opgediend met een fijn vernisje (dan wel een stevige laag) glamour. En dus wachten we bij zo’n moment van onversneden bruutheid onwillekeurig op het moment dat de camera zal wijken. Maar dat gebeurt dus niet. Regisseur Michael Winterbottom blijft onbarmhartig registreren hoe deze vrouw mishandeld wordt tot ze geen teken van leven meer vertoont. In goed Nederlands: dat hakt erin.

De Engelsman Winterbottom is een van de ijverigste en meest veelzijdige regisseurs van de 21ste eeuw. Hij maakte in de afgelopen jaren zulke uiteenlopende films als het sf-vehikel Code 46 (2003), het seksueel expliciete 9 Songs (2004), de literaire kostuumfilm A Cock and Bull Story (2005) en de geruchtmakende documentaire The Road to Guantanamo (2006). Winterbottom heeft maling aan conventies en beleeft er telkens weer genoegen aan om opzichtig ‘buiten de lijntjes’ te kleuren. Zo ook nu weer in The Killer Inside Me, waar – tegendraadser kan bijna niet – een huiveringwekkende en gewelddadige scène wordt begeleid door een vrolijk voorthuppelend bluegrassmuziekje.


Voor zover je deze film al een thriller kunt noemen, dan toch eentje die eerder aan Misdaad en straf doet denken dan aan – laten we zeggen – The Big Sleep. The Killer Inside Me is een rauwe, sombere en ontregelende film.

The Killer Inside Me. Regie: Michael Winterbottom. Vanaf 14 oktober in de bioscoop.

Erik Spaans