De bezem door Rio

Om de voetballiefhebbers over vier jaar een zorgeloos WK te kunnen bieden, worden nu al de drugsbaronnen uit de sloppenwijken van Rio de Janeiro verjaagd. Wat schieten de bewoners daarmee op? Drugs en wapens zijn van de straat, maar achter gesloten deuren gaat de handelgewoon door.

Santa Marta, een favela in het zuiden van Rio de Janeiro, is de eerste sloppenwijk waar door de vredespolitie de rust en orde zijn hersteld en wordt door de Braziliaanse overheid als paradepaardje gepresenteerd. Kapitein Priscilla de Oliveira Azeredo, een mooie vrouw van 31 jaar, heeft de leiding over het politiekorps van Santa Marta. Zij werd in 2008 als eerste vrouw opgeleid tot lid van de vredespolitie. Anders dan de oude politiegarde is de vredespolitie erop getraind het vertrouwen van de bevolking te winnen en conflicten niet direct met geweld op te lossen. De overheid is dit vreedzame initiatief gestart om de naam te zuiveren van de huidige politiegarde, die bekend staat om ontelbare corruptieschandalen.

Voordat Santa Marta in 2008 werd overgenomen door de vredespolitie, was de sloppenwijk al zo’n dertig jaar het speelterrein van drugsbaronnen. Twaalfjarigen liepen als marionetten rond met pistolen en handgranaten. Sinds de komst van de vredespolitie waait echter een frisse wind door de wijk, is het gelach van spelende kinderen hoorbaar en kun je er als buitenstaander veilig over straat.

Als een lappendeken steekt een groepje in felle kleuren geschilderde huizen af tegen de berg waar Santa Marta tegenaan gebouwd is. De twee Nederlandse kunstenaars Jeroen Koolhaas en Dre Urhahn hebben met hun project Favela Painting een steentje bijgedragen aan de renovatie van de huizen. Op het plein ervoor krioelt het van de spelende kinderen, terwijl ouderen goedkeurend een oogje in het zeil houden. Kapitein De Oliveira Azeredo stapt fier door de opgeknapte straten. “In het begin werden we nauwelijks getolereerd. De politie was de vijand,” vertelt ze. “Toch hebben we het vertrouwen van de mensen gewonnen, door te laten zien dat we blijven en dat de situatie zal veranderen.”


De vredespolitie probeert zich zo min mogelijk met geweld in te laten. Door de inzet van de Bope, de militaire tak van de politie, zijn de drugsbaronnen in Santa Marta met harde hand verdreven. Vervolgens heeft de vredespolitie permanent haar intrek in de wijk genomen om de orde te handhaven. Hoewel ook de vredespolitie met zwaar geschut is uitgerust, is het gebruik van geweld niet langer de uitgangspositie.

De Oliveira Azeredo beweegt zich als een filmster door de wijk. Iedereen lijkt haar te kennen en kinderen drentelen als fans om haar heen. Ook de oudere bewoners, die vaak erg kritisch tegenover de politie staan, begroeten haar met een goedkeurend bom dia (‘goedendag’).

“De grote criminelen vormen uiteindelijk maar twee procent van alle mensen die in een sloppenwijk wonen. Het merendeel van de criminelen is naar andere favelas gevlucht, de rest heeft inmiddels ander werk gevonden.” Volgens De Oliveira Azeredo verkiezen veel mensen een normale baan boven de drugshandel. “Mensen zijn blij dat drugsbaronnen niet langer de dienst uitmaken. Nu ze niet meer in de drugshandel zitten, verdienen ze minder, maar daar staat tegenover dat de kinderen veilig op straat kunnen spelen.”

Om de mensen uit het drugscircuit te houden, betrekt de overheid de lokale bevolking bij het renoveren van huizen in de sloppenwijk. “Mensen worden aan een baan geholpen en hun leefomgeving gaat er op vooruit.” Daarnaast pompt de overheid geld in de aanleg van riolering, bestrating en zorg in Santa Marta.

Toch schuilt er nog een andere wereld achter deze façade. Wie zich buiten de brede straten waagt en dieper de steegjes in duikt, vangt een glimp op van het harde leven in de sloppenwijk. Vervallen huizen, grotendeels verwoest door de regenval van afgelopen april, zijn gehuld in een penetrante stank van uitwerpselen. De open riolering in de straten is de speelplaats voor enkele brutale ratten.


Thiago Firmino, een forse jongeman met vriendelijke ogen, woont in een krakkemikkig aandoend huis, dat ondanks de door de regen veroorzaakte modderstroom zowaar nog overeind staat. Rondom zijn woning zijn andere huizen gereduceerd tot stapels stenen en houten planken. De achtergebleven rotzooi doet vermoeden dat hier tot voor kort mensen hebben gewoond, die zijn omgekomen of elders hun heil hebben gezocht.

Firmino is goed op de hoogte van wat zich in de favela afspeelt. Bij een van de vele zijsteegjes blijft hij geëmotioneerd staan. “Dit is een beladen plek voor mij. Het is me meerdere keren overkomen dat ik hier vrienden of bekenden dood aantrof na een uit de hand gelopen schietpartij.”

Hij laat een stilte vallen voordat hij zijn verhaal vervolgt. “Het is goed dat de politie hier nu permanent aanwezig is. Nu raak ik tenminste geen vrienden meer kwijt. Maar verder is de situatie er niet op vooruit-gegaan.” Firmino vertelt dat er nog steeds veel criminelen in de wijk zitten en dat er nog volop wordt gedeald.

Hoewel Firmino kan gaan en staan waar hij wil, voelt hij zich gevangen. “Het lijkt wel alsof we in een dictatuur leven. De politie heeft negen camera’s geplaatst, waarmee ze ons 24 uur per dag in de gaten houden, en om een deel van de favela is een muur gebouwd. Ook mogen we geen grote feesten meer organiseren. Ik kan niet zeggen dat ik heimwee heb naar vroeger, toen zoveel van mijn vrienden het loodje legden, maar met de komst van de vredespolitie is wel alle vrijheid verdwenen.”

Volgens kapitein De Oliveira Azeredo heeft veiligheid nu eenmaal een prijs. Regels zijn nodig om de veiligheid te kunnen handhaven. Met enige trots zegt ze dat alle favelas die onder het bevel van de vredespolitie staan, toegankelijk zijn voor buitenstaanders. Ook een van de bekendste sloppenwijken, Cidade de Deus, is in handen van de vredespolitie, die stelt dat de rust en orde zijn wedergekeerd.


Maar dat is niet de indruk die je krijgt als je in Cidade de Deus over straat loopt, een vallei met scheef gebouwde stenen sloppen onder een wirwar van aan elkaar geknoopte elektriciteitsdraden.

Een hongerige hond doet zich tegoed aan een van de vele vuilniszakken die willekeurig over straat verspreid liggen. In de smoezelige stegen houden politie en bewoners elkaar nauwlettend in de gaten. Een vriendelijk bom dia wordt hier zelden gehoord uit de mond van de politie, en de mensen op hun beurt zijn erg terughoudend ten opzichte van het vredeskorps.

Op de hoek staan twee jongens die nauw betrokken zijn bij de drugshandel. Tegenover hen staat een bemande politieauto. Beide partijen registeren elke beweging van de ander, maar gaan niet tot actie over. Hoewel de straten niet meer worden overheerst door drugs en wapens, voel je dat er achter gesloten deuren nog een levendige handel gaande is.

Claudette da Costa Ferreira woont haar hele leven al in Cidade de Deus en kent de favela als geen ander. Terwijl ze door de wijk loopt, wijst ze naar een leeg zakje op de grond. “Die kleine plastic zakjes herken ik uit duizenden. Daar heeft coke in gezeten. De grote criminelen mogen dan wel de favelas uit zijn, maar de drugsdeals gaan ondertussen gewoon door.”

Tot december vorig jaar was het mogelijk om drugs openlijk op de hoek van de straat te kopen. Elke wijk had een eigen drugsbaron waar je als klant 24 uur per dag terecht kon. “Met de komst van de vredespolitie is er weinig veranderd, behalve dat de drugshandel nu min of meer onzichtbaar is. Ik zou durven zeggen dat de situatie er voor dealers op vooruit is gegaan. In de huidige setting hoeven ze geen geld meer te verspillen aan wapens en kogels.”


Naast het cynische scenario dat door Da Costa Ferreira wordt geschetst, ziet zij ook de zonnige kant van de overname. “Natuurlijk, kinderen kunnen nu weer veilig op straat rommelen, zonder in een vuurgevecht te belanden of met drugs in aanraking te komen.”

Behalve het aanpakken van de criminelen moet er ook op sociaal-economisch gebied nog veel gebeuren wil de leefsituatie inCidade de Deus erop vooruitgaan. Daarom is met de komst van de vredespolitie een aantal sociale projecten gestart. Zo is er een gezondheidskliniek geopend en worden wegen gerenoveerd en voorzien van verlichting. Ook de rivier Rio Grande krijgt een grote schoonmaakbeurt. Er drijft al jaren afval in het water dat zorgt voor een allesoverheersende stank. Uiteindelijk zal de Rio Grande een fris uiterlijk krijgen en worden de oevers ontdaan van alle krotten die langs de rivier zijn gebouwd. “Behalve het garanderen van veiligheid moeten er ook structurele veranderingen worden doorgevoerd, zoals voorzieningenvoor onderwijs en gezondheidszorg,” verklaart De Oliveira Azeredo. “Op die manier zien bewoners dat wij de leefsituatie daadwerkelijk verbeteren.”

Da Costa Ferreira erkent de positieve veranderingen die de vredespolitie heeft gebracht, maar zegt dat er door de machtsovername ook veel angst heerst onder de bewoners. “Vroeger wist je precies wie de favela binnenkwam. De grote criminelen zorgden ervoor dat buitenstaanders zich hier niet vertoonden. Nu staat de poort wagenwijd open en is er geen controle op wie de wijk binnenkomt.”

Da Costa Ferreira doelt met name op corrupte milities, bestaande uit oud-politiemensen die zich tegen de overheid hebben gekeerd en voor eigen rechter zijn gaan spelen. Ze zijn zwaarbewapend en maken de dienst uit in de sloppenwijk. Ze eisen protectiegeld van de bevolking in ruil voor bescherming. De drugsbaronnen hielden deze milities buiten de deur. Nu de baronnen zijn weggejaagd, zijn inwoners bang dat de milities de favela zullen overnemen.


Het vertrouwen tussen bevolking en politie ontbreekt. Hoewel de politie heeft toegezegd te zullen blijven, zijn bewoners sceptisch. “Als de politie toch besluit weg te gaan, wordt de favela opnieuw overgenomen door mensen van buitenaf en zijn we nog slechter af dan we eerst waren.”

Daarnaast blijven de aanlooproutes het speelveld van de drugsbaronnen. Ze zijn wel niet meer lijfelijk aanwezig, maar vanuit andere favelas trekken ze nog steeds aan de touwtjes. Er worden nog volop drugs gedeald, al is dat dan van achter de schermen. En dat is op allerlei manieren te merken. De politie weet dat, en ook de bewoners ondervinden het voortdurend aan den lijve. “Mijn zoon wordt om de haverklap aangehouden door de vredespolitie. Ze laten honden aan zijn neus en zijn handen snuffelen, op zoek naar sporen van drugs,” zegt Da Costa Ferreira.

Hoewel er een goede poging wordt gedaan om de sloppen stukje bij beetje op te knappen, lijkt het vooralsnog een druppel op de gloeiende plaat. Om het vertrouwen van de bewoners te winnen en de leefsituatie te veranderen, heeft de overheid nog een lange weg te gaan. De drugshandel heeft zich de afgelopen dertig jaar diep in de wortels van de sloppenwijk gevreten. De poging van de overheid om terrein terug te winnen en de wijk vrij te maken van dealers en wapens, is een moeizaam proces dat een lange adem vergt.

Of het probleem vóór het WK Voetbal van 2014 is opgelost, zal de toekomst uitwijzen. Al hoeft een ronddwalende bezoeker niet bang te zijn ineens in de loop van een geweer te kijken, omdat de drugshandel zich nu vooral buiten het gezichtsveld afspeelt.


Een favela of sloppenwijk is een staat binnen een staat, waar de regels van de overheid niet gelden. Veelal wordt de favela gedomineerd door een drugsorganisatie. In Rio de Janeiro zijn de kaarten verdeeld tussen drie belangrijke drugskartels: Comando Vermelho, Terceiro Comando Puro en Amigos dos Amigos (respectievelijk het Rode Commando, het Derde Commando en Vrienden van Vrienden).

In de favelas waar de vredespolitie haar intrek heeft genomen, zijn de drugsbaronnen gevlucht naar favelas die in handen zijn van hun eigen kartel. Ogenschijnlijk is met de verdwijning van die grote jongens het probleem opgelost. In de praktijk beheersen de oude drugsbaronnen nog steeds de drugshandel in de sloppenwijk, maar dan op grotere afstand en zonder zichtbare wapenstrijd.

De vredespolitie (Unidade de Polícia Pacificadora) is in het leven geroepen om de slechte naam die de politie in de loop der jaren heeft opgebouwd te doen vergeten. De oude aanpak van de politie bestond uit snelle invallen in de favelas om de drugsnetwerken aan te pakken. Na een hevig vuurgevecht, waarbij vaak onschuldige slachtoffers vielen, verdween de politie weer van het toneel. Ook raakte de politie nogal eens betrokken in corruptieschandalen. Politiemensen worden buitengewoon slecht betaald, waardoor veel dienders zich inlaten met duistere zaakjes.

Om te voorkomen dat de vredespolitie ook het slechte pad op gaat, krijgt deze speciaal opgeleide tak een bonusbedrag van 500 reais (228,50 euro), wat neerkomt op een salarisverhoging van vijftig procent. De vredespolitie heeft als kerntaak om – naast het handhaven van de veiligheid – met de bewoners van de sloppenwijken te communiceren en hun vertrouwen te winnen.


Cidade de Deus werd bekend door de gelijknamige film (City of God) van Fernando Meirelles. De film, over het keiharde leven in deze favela, opende de ogen van de wereld voor de oorlog in de sloppenwijken van Rio.

Margo de Haas