‘De Chinezen lopen ons schaterlachend voorbij’

Bettine Vriesekoop is schrijfster, sinologe en als meervoudig Europees kampioen met afstand de beste Nederlandse tafeltennisster ooit. Nadat haar man stierf, vertrok ze met haar zoontje naar China waar ze jarenlang als correspondent werkte. Momenteel werkt ze aan haar nieuwe boek, Duizend dagen in China.

‘Ik erger me enorm aan hoe wij naar China kijken; ‘China is de grootste vervuiler ter wereld’, ‘een mensenrechtenloos land van anderhalf miljard op elkaar lijkende spleetogen die iedereen bedonderen en jaren op ons achterlopen’. Het is een arrogant clichébeeld waarmee we onszelf grondig in de vingers snijden.

Het gedoe rond de Nobelprijs voor de Vrede past wat dat betreft helemaal in het plaatje. Dissident Liu Xiaobo, die momenteel gevangen zit, heeft hem gekregen. China is boos en het Westen spreekt daar dan weer grote schande van. Beeld bevestigd. Maar ondertussen heeft China de afgelopen tien jaar plaatsgenomen in alle belangrijke internationale fora en daar een stem gekregen waar we rekening mee moeten houden. Hier wordt nauwelijks over gepraat en er is vrijwel niets tegen gedaan.

In het land worden 70.000 kinderen per jaar op straat gekidnapt en voor zo’n duizend euro verkocht aan boeren die geen zoon hebben om het land te bewerken of aan rijke mensen die geen kinderen kunnen krijgen. Opsporing Verzocht bestaat niet en de politie doet er helemaal niets aan. Die ouders zijn gewoon hun kind kwijt! Ik zit momenteel in Yunnan, vlak bij de grens met Birma en Laos, en ik heb voor een verhaal net met zes ouderparen gesproken die dat hebben meegemaakt.

Je moet een tough cookie zijn om het te redden. Ze hebben bijvoorbeeld om de hoek een noodbruggetje over een kolkende rivier aangelegd. De nanny moet er elke dag met mijn zoontje van zes overheen om naar school te komen. Dwarsplankjes tussen touw, waarvan er elke dag wel een paar verdwijnen. Ik zit duizenden kilometers verderop en denk ineens: da’s eigenlijk helemaal niet zo best! De volgende dag heb ik meteen gebeld. Zegt de nanny: ‘Ja, goed dat je het zegt – er zijn er gisteren toevallig twee naar beneden gestort, dus dat bruggetje is nu gesloten.’


Het past in het clichébeeld, maar het ís China niet. Als je ziet wat een enorme offers Chinezen brengen om verder te komen – daar gaat het hier nooit over. Wij zouden dat nooit kunnen opbrengen. Je hebt mensen die werken als nanny, in een fabriek, ze verkopen op straat en hebben nog zeven andere bijverdiensten ook. Ze werken dus altijd en vaak honderden kilometers van huis, alleen maar opdat hun kind naar die iets betere school kan. Alles, álles hebben ze daar voor over, in de wetenschap dat niet eens hun kinderen, maar hun kleinkinderen er waarschijnlijk pas echt profijt van zullen hebben.

En er zijn nog andere dingen gaande. Er wordt bijvoorbeeld veel geld in groene technologie geïnvesteerd. En we denken nog steeds dat ze Philips niet zullen evenaren, maar die Philips-tv’s worden dáár gemaakt en ze hebben echt heel goed gekeken hoe dat moet. De gekopieerde Chinese tv’s prijzen nu alleen in de provincie de grote internationale merken nog uit de markt, maar over een paar jaar ook hier. Hetzelfde is gaande in de IT, de chemie, de auto-industrie en noem maar op. Ongeremde behoefte aan vooruitgang, ontzagwekkende dadendrang, een megamarkt en dito omzetten. En ze zijn gewend op grote schaal te denken, dus er zit van regeringswege een bewust stappenplan achter. Zij nemen namelijk wél de moeite om ons te doorgronden.

Dus terwijl wij ons druk maken over de islam en blijven hangen in clichébeelden, lopen ze ons schaterlachend en langzamerhand zonder enig respect voorbij. En gelijk hebben ze. Ik voorspel dat wíj in de nabije toekomst naar China vliegen om daar als nanny te werken. Zo moet ik natuurlijk niet naar de zaken kijken, maar ik denk toch: eigen schuld, dikke bult. Wij snappen er maar weinig van en doen geen enkele poging om hun cultuur te doorgronden.”

Gijs De Swarte