‘De Leugen heeft me rust gegeven’

Filmmaker Robert Oey (44) schitterde tijdens het Nederlands Film Festival met zijn muzikale documentaire ‘De Leugen’, waarin politici aan het woord komen over de nationaliteitskwestie rond Ayaan Hirsi Ali. ‘Zo veel waarheid gaat er niet schuil achter deze affaire.’

U bent filmmaker, maar ook partner van Femke Halsema (GroenLinks). Hoe heeft u de affaire rondom de dubbelenationaliteit van Ayaan Hirsi Ali destijds gevolgd? Als filmmaker, als partner van een politicus of als gewone burger?

“Die hele affaire heb ik maar van horen zeggen. Ik heb er destijds niets van meegekregen, want ik zat toen op Haïti. Wehadden een keer WiFi op de laptop van een collega van me, en toen zagen we zo’n plaatje van Ayaan die een persconferentie gaf. Zo heb ik de affaire meegekregen.”

Had u de documentaire niet zo kunnen maken als u de kwestie destijds van nabij zou hebben meegemaakt?

“Ik denk dat ik door mijn relatie met Femke meer de achterkant zie, meer details zie. Als ‘partner van’ consumeer je het nieuws niet, want het is dan geen nieuws meer. Het was inderdaad heel anders geweest als ik de affaire destijds direct aan Femkes zijde meegemaakt zou hebben. Want dan weet ik dat zij 24 uur per dag aan het werk is en ik met de kinderen bezig ben.”

In de documentaire komen verschillende leugens naar voren. Wat is de grootste?

“Dat weet ik niet. De film is een bioscoopfilm, een kostbare film. Het gaat eromdat mensen naar de bioscoop gaan om voor zichzelf uit te maken wat die leugen is. Ik heb er geen enkele baat bij om dat te zeggen. Maar het gaat ook om die kleine waarheden. Want zo veel waarheid gaat er ook weer niet schuil achter deze affaire.”

Waarom heet de documentaire dan De leugen?

“Het is een meerduidige titel. Een heel sterke titel. Dat je aan de ene kant kan denken: het is de leugen van Ayaan, want haar werd een leugen verweten door Zembla. Mijn spel dat ik speel met deze film is: ga maar negentig minuten film kijken en laat je entertainen. Daarna kun je voor jezelf uitmaken wie er nu precies liegt. Er zijn inderdaad verschillende leugens.”


In de documentaire laat u Zembla, dat destijds met de scoop over de dubbele nationaliteit van Ayaan kwam, niet aan het woord. Is dat een bewuste keuze?

“Zembla weigerde mee te werken. Daar hebben we nog een stevige briefwisseling over gevoerd. Ik vind dat als je dusdanig links-geëngageerde journalistiek bedrijft – via de Publieke Omroep nota bene – je na afloop weleens rekenschap mag geven voor wat je daar gedaan hebt. Maar dat weigerden ze.”

Schaadt dat de documentaire?

“Het schaadt de film niet, maar het zit er niet in en dat is jammer. Het was leuk geweest als ze hadden meegedaan. De film speelt met het idee van een reconstructie, maar ik probeerde meer de achterliggende motieven weer te geven. De politici moeten bereid zijn te reflecteren.”

En dat is gelukt. U kreeg politici als Rita Verdonk en Femke Halsema aan het zingen. Hoeveel bossen bloemen heeft u daarvoor moeten kopen?

“Ik ben niet zo van de bloemen. Maar als je bijvoorbeeld voortdurend vraagt: ‘Wanneer treed je nou af, wanneer treed je nou af?’ dan levert dat geen nieuws meer op. Je dringt niet meer door tot wat politiek is. Ik vind dat je door mijn manier van kijken, door politici empathisch te benaderen, veel beter ziet wat hun motieven zijn.”

Heeft u dat destijds tijdens de nationaliteitskwestie in de berichtgeving gemist?

“Men wil in de journalistiek altijd het laatste woord hebben. Je wilt mensen afserveren. Kritisch vermogen zit hem altijd in het herhalen van de vraag, ook al weten ze dat ze geen antwoord krijgen. Het heeft heel erg met de benadering te maken. Een filmische, intelligente verbeelding van de politiek, daar hebben we echt geen kaas van gegeten.”


Alle politieke hoofdrolspelers komen in de kwestie-Ayaan goed uit de verf in de documentaire. Had u De leugen niet wat brutaler willen maken?

“Nee, de brutaliteit zit er juist in iedereen de gelegenheid te geven zich kwestbaar op te stellen. Dáár zit ‘m de brutaliteit in. Als ik míjn brutaliteit daar weer overheen had gegooid, waren ze allemaal weggelopen. Dan wordt het een heel andere film, en niet de film die ik wilde maken.”

Uw volgende film gaat over de nabestaanden die hun zoons hebben verloren in Afghanistan.

“Dat project ontwikkelen we nu. En we hópen die film te kunnen maken. We zitten nog in het stadium dat we financiering moeten zoeken en kijken hoe je de film gemaakt krijgt. Het enige wat we eigenlijk hebben, is een heel duidelijke intentie en het enthousiasme van het Ministerie van Defensie. Dat hebben we nodig om te bemiddelen, de weg vrij te maken en ons te introduceren bij de nabestaanden.”

In De Leugen neemt u geen statement in. Is dat in de nieuwe film verandering in?

“Nee, ik ga niet aan die mensen vragen of het zin heeft gehad. Dat is voor mij irrelevant. We willen vooral laten zien hoe de nabestaanden omgaan met het verlies van hun zoons.”

Staan er nog meer filmprojecten op de planning?

“Ja, er komt nog een andere film aan. We hebben de werktitel al: A Brief History of Terrorism. We willen op Europees niveau kijken naar een aantal terroristen die op tamelijk knullige wijze geprobeerd hebben een daad te stellen. Daarbij willen we vooral een keer de camera richten op het milieu waar die terroristen vandaan komen. Het is heel interessant om te zien hoe Al-Qaida probeert terroristen te ronselen in Europa. Dat vind ik een mooi onderwerp.”


Bent u niet bang dat volgende documentaires in het niet vallen bij De Leugen?

“Nee. grappig dat je dat vraagt. Ik ben altijd erg jaloers geweest op mensen die meteen een prijs kregen. Die meteen bij de eerste film veel aandacht kregen. Ik dacht: dat is dé manier! Ik heb dat altijd gewild. Gewoon jong zijn en meteen doen. Boem! en er zijn. Dat is niet de carrière die ik doormaak. Bij mij gaat het gepaard met heel veel gedoe.”

Maar wordt de volgende film beter dan de vorige documentaire?

“Als ik in de gelegenheid wordt gesteld – met het systeem waarin wij werken in Nederland – om een film over de nabestaanden te maken, dan wordt dat een betere film dan De Leugen. Omdat ik het gevoel heb dat morgen alles beter moet zijn. Die film dus ook. Het kan onmogelijk zo zijn dat die film minder aandacht zal krijgen, of minder goed zal zijn dan deze film. Het moet altijd beter worden.”

Wat als u meer voldoening en geluk krijgtbij het maken van de film, maar het resultaat minder is?

“Er is een soort rust over me neergedaald door het maken van De Leugen. Ik ben mijn eigen werkwijze gaan accepteren. Dat neemt niet weg dat alles wat ik nog wil maken altijd en per definitie beter moet zijn dan wat ik nu heb gemaakt.”

Er komen in uw documentaires veel politieke thema’s aan bod. Kriebelde het niet om tijdens de afgelopen formatie uw camera erbij te pakken?

“Ik heb het wel even gehad met de politiek en wil nu een andere film maken. Ik vind de politiek waanzinnig interessant en het is een dankbaar onderwerp als documentairemaker. Het speelt altijd en het houdt nooit op. Er zit bovendien veel drama in. Maar ik wil nu ook wel weer eens wat anders doen. Maar bij zo’n formatie, als je dan hoort hoe dat gaat, dan is dat wel heel bijzonder. Daar kun je een aardige film over maken.”


Wat ging er door u heen tijdens de formatie?

“Ik heb natuurlijk kritisch zitten kijken. Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik ook in afwachting keek. Wat gaan ze doen? Iedereen denkt maar dat ze de formatie beter hadden kunnen doen. Als je die aanname wegneemt, is de manier van kijken heel anders. Je kunt dus als consument naar de politiek kijken.”

Denkt u dat u het beter weet dan sommige politici?

“Het beter kunnen doen, impliceert dat we allemaal politici zijn. Dat we allemaal een idee hebben over hoe we het Nederlands onderwijs bijvoorbeeld zouden moeten inrichten. Ridicuul! Je kunt een mening hebben. En we kunnen kritisch kijken vanuit engagement.”

Hoe kijkt u dan naar zo’n formatie?

“In eerste instantie kijk ik daar zonder mening naar.”

Onmogelijk. Als u dat ziet en hoort, dan heeft u daar een mening over.

“Dat ik zou denken: hoe is het mogelijk dat jullie daar staan, en niet mijn vrouw? Zoiets? Hoe ze bij elkaar zijn gekomen, is evident. En ik snap ook dat ze bij elkaar zijn gekomen. Ik zie Mark Rutte, Geert Wilders en Maxime Verhagen naast elkaar staan, en dan snap ik dat wel. Als je dagelijks politiek binnenkrijgt – want daar valt niet aan te ontkomen, hoezeer ik dat soms ook wil – dan raak je erin geoefend om er op een bepaalde manier naar te kijken. Ik zie die mannen daar staan en ik snap dat.”

Wat is uw politieke overtuiging?

“Je kunt heel academisch naar de politiek kijken en dat hoeft geen mening te bevatten. Voor mij persoonlijk gaat het in de politiek meer om niveau dan om kleuren. Het gaat om intelligentie, over hoe ze praten. In eerste instantie analyseer ik dus processen. Als je dat vaak doet, raak je er geoefend in en kun je er nog steeds vrij kleurloos naar kijken. Daar waar ik opinie toelaat, heeft het bijna altijd te maken met niveau. Minder met kleur.”


Dat geloof ik niet. Uw partner vertegenwoordigt GroenLinks. De informatie die u van haar binnenkrijgt, is gekleurd.

“Dat klopt. Dat Femke van GroenLinks is, dat weet ik. Alle informatie die ik via haar binnenkrijg, zal ik moeten filteren. Door kritisch vermogen en door erover na te denken, kan ik er dan nog steeds kleurloos naar kijken. Mijn vrouw is weliswaar van GroenLinks, maar ik denk dat maar weinig mensen Femke Halsema goed kunnen beoordelen. Zelfs binnen haar eigen partij zie je dat zij intellectueel autonoom is – bijna politiek autonoom. Ze is GroenLinks, maar door de manier waarop zij de afgelopen twaalf jaar in de politiek werkzaam is geweest, toont ze dat ze intellectueel autonoom is.”

Op welke partij heeft u gestemd?

“Dat vertel ik niet, maar wat denkt u? Zoals ik al zei: mijn mening over de Nederlandse politiek zit hem vooral in niveau, in intelligentie en in stijl. Dat is maar heel weinig voorradig in Nederland. Ik vind het niveau erg bedroevend.”

In welk land kunt u zich wel in de politieke ideologieën vinden?

“Ik kan me in geen enkele politieke ideologie vinden. Waar dan ook ter wereld! Maar de manier waarop in Angelsaksische landen over politiek gesproken wordt, spreekt mij veel meer aan. De hoeveelheid politieke films in bijvoorbeeld Amerika en Engeland is veel groter dan hier.”

Waarom heeft Nederland dat dan niet?

“Dat weet ik niet. Het valt me op dat we er hier in Nederland wat fantasielozer naar kijken. Waar dat door komt, weet ik niet. We zijn hier niet zulke lachebekjes.”

Zelf nooit de politiek in gewild?


“Dat is niks voor mij. Ik heb er ook nooit over nagedacht. Ik vind het alleen leuk om het met de camera te bekijken. Ik vind het een waanzinnige arena om naar te kijken.”

Het gaat steeds meer om poppetjes van politieke partijen. Is dat voor een filmmaker een positieve ontwikkeling?

“Als filmmaker heb ik daar geen oordeel over. Het maakt mijn werk eigenlijk alleen maar interessanter. Hoe meer het mij aanleiding geeft om er op een andere manier naar te kijken, hoe beter. Dat de politiek aan het versoapen is, dat zie ik ook wel.”

Er zijn weinig interviews met u te vinden. Bang voor de microfoon?

“Voor deze film heb ik wel wat grote interviews gegeven. De film krijgt veel aandacht. Het gaat meer over de film en minder over mij. Daar ben ik ook wel blij om, omdat ik vind dat de film dat nodig heeft. Zodra het over mij gaat, gaat het toch ook weer snel over mijn partner. Dat vertroebelt de film. Ik wilde per se dat De Leugen geen kleur zou krijgen. Als het over mij zou gaan, en dus over mijn partner, dan zou de film een politieke kleur krijgen.”

Noortje Beumer