Huize Hendrix

Het is veertig jaar geleden dat gitaarvirtuoos Jimi Hendrix in Londen na eenvermoedelijke overdosis in zijn eigen kots stikte. Onder de woning waar hijeen jaar voor zijn dood geruime tijd bivakkeerde is ter gelegenheid hiervaneen speciale expositie georganiseerd.

‘Jimi didn’t have a crap here.”

Terwijl ik gefixeerd naar een plastic wc-bril sta te kijken, weet ik: dit is een zin van het kaliber ‘Elvis has left the building’. Onthouden dus.

“We krijgen die vraag heel vaak van mensen,” gaat Claire Barton, de jongedame die me de sanitaire ruimte laat zien, verder. “Ze willen allemaal even op de wc van Jimi Hendrix zitten. Maar dat kan dus niet, want dit gedeelte hoorde bij de keuken. Oorspronkelijk zat het toilet aan de rechterkant.”

Mijn blik volgt haar hand en pint zich vast op een loze ruimte. Daar moet het dan zijn geweest, tussen 1968 en 1969. Daar moet de grote Jimi Hendrix minimaal éénmaal per dag een – zoals de Engelsen dat zo mooi noemen – ‘Richard the Turd’ hebben geproduceerd, waarna hij met de vingers die The Wind Cries Mary en Crosstown Traffic voortbrachten een velletje papier pakte en… Afijn, u kunt zich een voorstelling maken.

We zijn in Londen, op een steenworp afstand van Oxford Street. Preciezer: op het adres 23 Brook Street. Hier huurde het Britse meisje Kathy Etchingham in de lente van 1968 een bescheiden appartement, voor een bedrag van dertig pond per week. Na de flat naar eigen inzicht te hebben ingericht, trok haar Amerikaanse vriend bij haar in. Die vriend, een half-indiaanse, half-negroïde gitarist met een voorkeur voor felgekleurde blouses, gold op dat moment als de grootste sensatie in de internationale rockmuziek. En dus stuitte zijn komst in deze keurige Londense buurt op verzet. “De buren vonden het helemaal geen goed idee dat Jimi Hendrix hier kwam wonen,” zegt Claire, terwijl ze me de rest van het huis laat zien. “Ze hebben ook echt geklaagd bij de huisbaas. Tja, er stond natuurlijk wel een rijtje versterkers tegen die muur daar…”


Sinds jaar en dag is 23 Brook Street gevestigd naast 25 Brook Street. Op dat laatste adres woonde van 1723 tot 1759 de Duitse componist George Friedrich Händel, en daarom is daar tegenwoordig het Handel House Museum [sic] gevestigd (Engelsen doen niet aan umlauts, behalve in de naam Motörhead). Door een deur uit te zagen in een muur op de eerste verdieping zijn de panden van Händel en Hendrix thans samengevoegd – en dat bood het personeel van het Handel House, voor wie Claire Barton de pr verzorgt, de gelegenheid om op nummer 23 een Hendrix-expositie te organiseren. Dit, omdat het op de kop af veertig jaar geleden is dat de meest innovatieve aller rockgitaristen gewurgd werd door zijn eigen kots. De eigenlijke woonruimte van de snarengeselaar – twee etages boven de tentoonstellingsruimte – is officieel niet voor het publiek toegankelijk, maar wie het vriendelijk vraagt, loopt de kans dat hij toch onder begeleiding een kijkje mag nemen. En omdat ‘iets vriendelijk vragen’ een van mijn vele kwaliteiten is, loop ik op een regenachtige vrijdag achter Claire aan, terwijl ze me voorgaat naar de woonkamer van Jimi en Kathy. “Ze hadden turkooisen gordijnen,” vertelt ze, “en die waren altijd dicht. Daarom werd Jimi in deze buurt ‘De Vleermuis’ genoemd.” Wijzend op de vloer van de ruimte, die tegenwoordig dient als kantoor van het Handel House: “Dit is niet het originele tapijt. Maar het is dus wel rood.” Wat maar weer eens illustreert wat een fantastisch historisch besef die Engelsen hebben. “Dat daar was de kachel. Een open haard? Nee, dat denk ik niet, eerder een…” Electric fire, natuurlijk!


Ze laat me een klein kamertje zien, aan gene zijde van diezelfde haard. “Dat was een opslagruimte,” zegt ze. “Het eigenlijke bed, met zwarte lakens, stond in de voorkamer, vlak bij de ramen.”

En ineens snap ik die klagende buren. Want volgens de overlevering was Jimi niet alleen qua vingers flink geschapen.

“De woon/slaapkamer was de enige ruimte in het huis die Kathy een beetje knap kon houden,” weet Claire. “De rest van het huis lag altijd vol kleren, instrumenten, apparatuur en lege flessen.”

“Voorzichtig,” zegt ze, als we een afgrijselijk steil trappetje beklimmen dat naar de tweede etage van Huize Hendrix leidt. “Je zult niet de eerste zijn die hier een lelijke smak maakt. Chris Wood van de rockband Traffic is hier een keer vanaf gelazerd en die is toen dwars door het raam onderaan de trap geknald. Sinds die dag heeft Kathy besloten er maar geen glas meer in te doen. Wood had trouwens geen ernstige verwondingen, vermoedelijk omdat er op en rond de trap toen ook al tapijt lag. En oké, hij was dronken. “

De bovenste verdieping van 23 Brook Street, die in de jaren zestig niet geïsoleerd of verwarmd was, gold als de plek waar Jimi zijn gitaren bewaarde, een kop thee zette en, nou ja, door de knieën ging als het Engelse eten hem te machtig werd. En dat was dus op een andere plek dan waar dat nu kan. Het toiletraampje van nu is het keukenraampje van toen. Kathy’s kat, door Jimi liefkozend ‘Pussy’ genoemd, klom er vaak door naar buiten, zo meldt de geschiedschrijving.

“Jimi was heel enthousiast toen hij hoorde wie er in het huis hiernaast had gewoond,” zegt Claire, voorzichtig de trap afdalend en vastbesloten niet in de voetsporen van de Traffic-saxofonist te treden. “Hij beweerde zelfs dat hij Händels geest in de badkamerspiegel zag. Kathy vond dat onzin, omdat Händel op nummer 25 had gewoond. Dus waarom zou hij in vredesnaam op nummer 23 in de spiegel verschijnen? Overigens, toen hij hoorde wie hiernaast had gewoond, is Jimi meteen naar een platenzaak in South Molton Street, hier om de hoek, gegaan om een oratorium van Händel te kopen.”


Ik probeer me voor te stellen welk stuk dat geweest kan zijn en streep Il trionfo del tempo e del disinganno weg, ten faveure van titels die Hendrix meer op het lijf geschreven moeten zijn geweest. Esther bij voorbeeld, of Deborah. Want Jimi hield wel van de vrouwtjes, wat wellicht de reden was dat Kathy hem in 1970 vertelde dat ze met de chauffeur van Eric Clapton ging trouwen. Jimi heeft daarna nooit meer een voet gezet in Brook Street.

Stelt de eigenlijke woning met het verplaatste toilet en de nieuwe vloerbedekking een beetje teleur, de tentoonstelling Hendrix in Britain maakt veel, zo niet alles, goed. Althans, als je een Hendrix-aficionado bent. Want dan sta je dus echt kwijlend boven een vitrine waarin een geel stuk papier met blauwe lijntjes rust. Op die blauwe lijntjes dansen woorden, woorden die ergens in de jaren zestig door de God der Gitaristen aan datzelfde gele papier zijn toevertrouwd. Je gaat licht door je knieën en zuigt die woorden in je op. “Well you’re a woman… at least you say you are. Then I find you out… in bed with my guitar. And you leave the real… ME outside… Don’t even care… if I have a…”

Verdomme, doorgekrast!

‘Bad toastie’ lijkt er te staan.

“Het kan me zelfs geen reet schelen of ik een slechte tosti heb.” Was dat de invloed van Engeland op de Amerikaan Hendrix? Hádden ze in het Engeland van de jaren zestig eigenlijk wel tosti’s? Of stond er oorspronkelijk toch iets heel anders? In elk geval is deze passage uit Stepping Stone destijds doorgestreept en heeft de tekstschrijver er ‘Don’t even care… if I have a heart inside’ van gemaakt. Minstens zo cryptisch, maar veel meer in lijn met de poëet die Hendrix was.


Dat Jimi Hendrix wel degelijk een kloppend hart had en dat hij dat met zo veel mogelijk mensen – vooral van vrouwelijke kunne – wilde delen, valt op te maken uit een geschreven notitie in een andere glazenkast. Op papier van het LondonderryHotel in Park Lane – vermoedelijk sliep hijtoen al niet meer bij Kathy tussen de zwartelakens – had hij een routebeschrijving naar het Isle of Wight Festival gekrabbeld. Niet voor zijn drummer of voor zijn bassist, maarvoor het fotomodel Kirsten Nefer. “Car to Portsmouth – time 3 hours (leave your house at 3.30),” schreef hij in zijn rol van navigator. En: “Ferrie to Isle.” Inderdaad: ferrie, in plaats van ferry. Taalkundig interessant, want zijn post-Experience groep noemde hij Band of Gypsys, waar Gypsies grammaticaal juist zou zijn geweest. “Go straight to Hotel Sea Grove,” gaan de instructies verder. “If I’m not there (…) just take cab to main stage gate. Passes will be waiting.”

Jimi’s concert op het Isle of Wight, in augustus 1970, dat hij startte met een bewerking van het Engelse volkslied, geldt als zijn laatste grote optreden. Hij speelde er onder meer een fenomenale versie van Red House en het instrument waar hij die überblues uit wrong, een voor die tijd futuristische, unieke linkshandige Gibson Flying V,is een van de pronkstukken van de expositie.Op 16 september jamde Jimi nog een keer met Eric Burdons War, in Ronnie Scott’s Jazzclub in Frith Street. Twee dagenlater was hij dood.

Op de tentoonstelling ligt de overlijdens-akte van James Marshall Hendrix (‘a musician’) rechts van de Flying V. Op het officiële document laten de doodsoorzaken zich lezen als namen van deathmetalbands.


‘Inhalation of Vomit.’

‘Barbiturate Intoxication.’

Toen Hendrix, exact vier jaar eerder, voor het eerst voet in Londen zette, goldenmannen als Eric Clapton en Jeff Beck als de gevestigde gitaarorde. Volgens de overlevering kregen de heren het Spaans benauwd toen ze werden geconfronteerd met de manier waarop de sensatie uitSeattle met zijn instrument omging. Getuigeeen tekening die op de tentoonstelling is te zien, mocht Jimi graag gebruikmaken van de paniek die hij onder zijn Britse vakbroeders zaaide. Op een (gescheurd) vel papier prijkt een met ballpoint getekend zelfportret van Hendrix en als je er met je neus bovenop gaat staan, ziet je hoe hij Beck met zijn linkervoet vermorzelt, terwijl op de achtergrond een volkomen gedesillusioneerde Clapton zichzelf opknoopt.

In een latere versie zal dat ongetwijfeld zijn chauffeur zijn geweest…

‘Hendrix in Britain’, tot en met 7 november te bezoeken via het Handel House Museum, 25 Brook Street, Londen. Entree: 5,-.

Tot en met 13 november in Snap Galleries (8 PiccadillyArcade) een expositie van Gered Mankowitz. De fotograaf vereeuwigde Jimi Hendrix in 1967 en heeft die beelden prachtig bewerkt. Entree: gratis.

Michiel Blijboom