Opperhufter: Youp van ’t Hek

Youp van ’t Hek zit op een zonnig terras naast Hotel New York. De avond ervoor heeft hij in Rotterdam opgetreden met zijn programma Omdat de nacht, waarin een ongelukkige kantoorlul het niet meer ziet zitten en een uitweg zoekt. ‘Ik ben klaar met al die zeikerds van mjn leeftijd.’

Hoe leg jij een buitenlander uit wie je bent en wat je doet?
“Het is ingewikkeld. Ik had het er laatst nog over met een Amerikaan. Het is een heel Nederlands iets, het staat in een Nederlandse traditie, van Toon, Kan, Freek. Het is een onschuldig vak.”

An innocent profession?
“Het is mijn vak om mensen om zichzelf te laten lachen, te laten lachen om het leven, het leven op een rijtje te zetten. En ik heb die columns.”

En over je status van famous Dutchman?
“Daar zeg ik niks over. Soms komen ze erachter: oh, but you’re very famous! Dat aspect van mijn vak heeft nooit gespeeld.”

Waar gaat jouw werk over?
“Wij zijn op deze aarde en we hebben geen idee waarom. Sommigen hangen zo’n geloofje aan, dat is angst, een verklaring voor onverklaarbare dingen. Je doolt hier een tijdje rond, in een met prietpraat gevuld leven, en dan ga je dood. En dat was het dan. Het halve land is aan de antidepressiva. Ik zet daar vraagtekens bij. Ik heb de wijsheid ook niet in pacht, maar er is zo veel gelul, zo veel onwaarachtigheid. Zo veel opgeblazen types. Als die een beetje worden ontmaskerd, is dat niet erg.”
Het begon met zenuwachtige, repeterende pianomuziek gisteravond, en die mooie schorre stem van Youp die er op gedragen toon bovenuit klonk. Het ging over iemand in de file, in de wezenloze file, met al die auto’s. “Hoeveel domme jaren nog naar dat kantoor,” zei Youp. Hij stond op een groot, leeg podium. In de zaal zaten nette mensen, vrouwen met mooie kleren, mannen met pakken en stropdassen.
Hoeveel jaren nog naar die baan, hoeveel avonden terug naar dat versleten huwelijk, hoeveel kilometers nog in een onbevredigend bestaan. Youp sprak over de sleur, de dagen die op elkaar leken. ’s Avonds thuis nog wat tv-kijken, beetje internetten – porno natuurlijk – en dan eindelijk je kop op het kussen, vrij om weg te dromen naar een wereld waarin de kantoorman rijk en gelukkig is en de meisjes naar hem lachen.

Het verdriet van de burgerman, de vergeten dromen van de kantoormedewerker. Jouw thematiek is al dertig jaar dezelfde.
“De verhalen veranderen, de gedachte blijft hetzelfde, zoals die bij Toon Hermans ook altijd hetzelfde was. En bij Kan ook. De schilderijen van Van Gogh lijken ook op elkaar.”

‘Leef je leven als je allerlaatste uur.’ Het is veel bewonderd, veel bespot ook.
“Natuurlijk. Dat moet ook.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

[[ poll uid=279 ]]

Bert Nijmeijer