‘Ik heb angst nodig om optimaal te presteren’

Als kind al wist Ben Affleck wat hij wilde worden: acteur. Tegenwoordig staat hij niet alleen vóór maar ook áchter de camera. ‘Ik moet elke dag weer zo hard werken als ik maar kan.’ door Erik Spaans

Het beroven van banken is een ambacht dat de nodige expertise vereist. In de thriller The Town wordt veel aandacht besteed aan de fijne kneepjes van het vak. Zo leren we een efficiënte manier om de banden van de beveilingscamera’s te vernietigen. Leg ze simpelweg even in de magnetron. Een eenvoudig manier om sporenonderzoek te frustreren is het op strategische plekken achterlaten van DNA-materiaal van willekeurige (onschuldige) mensen. De criminelen in The Town maken daarbij onder meer gebruik van plukken haar die ze uit de vuilnisbak van een kapper hebben gevist. Verder doen ze veel moeite om persoonlijke informatie over beveiligingspersoneel in te winnen. Zo kunnen ze redelijk inschatten of die misschien van plan zijn ‘de held uit te hangen’. Om zulk gedrag in de kiem te smoren kan het ook handig zijn hardop te laten weten hoe de kinderen van zo’n beveilingsman heten en waar ze naar school gaan.

Ben Affleck, regisseur én hoofdrolspeler van The Town, geeft toe veel plezier te hebben beleefd aan het opdissen van zulke details. “De film gaat over criminelen die als het ware hebben dóórgeleerd in hun vak. Ze stippelen hun strategiën zorgvuldig uit en beschikken over een uitgebreid arsenaal aan trucs. Ze verdiepen zich ook in de werkwijze van de politie en weten precies hoe ze die dwars kunnen zitten.”

The Town is Afflecks tweede film als regisseur. Drie jaar geleden maakte hij een verrassend sterk regiedebuut met Gone Baby Gone (naar het gelijknamige boek van Dennis Lehane). In die inktzwarte thriller kreeg een privédetective (gespeeld door zijn broer Casey Affleck) opdracht een vermist kind op te sporen. Veelzeggend detail: de opdrachtgevers deden een beroep op een particulier omdat ze daar veel meer vertrouwen in hadden dan in de politie. Gone Baby Gone speelde zich af in de groezelige onderwereld van Boston en toonde een milieu waar de autoriteiten amper vat op hebben. Met The Town heeft Affleck een film gemaakt die nadrukkelijk in het verlengde van zijn regiedebuut ligt en die beschouwd mag worden als een waardige opvolger. De straten van Boston vormen andermaal het decor en ook nu weer speelt het verhaal zich goeddeels af in kringen waar ‘politie’ een vies woord is.


De titel verwijst naar Charlestown, een wijk van Boston die de dubieuze reputatie geniet dat hier ’s werelds allerhoogste percentage overvallen op banken en geldtransporten wordt gepleegd.

Affleck groeide op in een wijk die pal naast Charlestown ligt. Hij herinnert zich goed hoe ‘tough’ de kinderen uit die buurt waren. “Het waren vechtersbazen, maar ook fanatieke sporters. Er komen veel goede ijshockeyers uit Charlestown. Jongens met een over-mijn-lijk mentaliteit. En verder heerst er een code of silence. Praten met de politie geldt als een doodzonde. Als ergens een schietpartij is geweest en agenten komen vragen stellen, dan heeft steevast niemand iets gezien. Van de tientallen moorden die in de afgelopen jaren in Charlestown zijn gepleegd, heeft de politie amper een kwart weten op te lossen.”

The Town draait om een groepje professionele bankovervallers die in een kat-en-muisspel met de politie verwikkeld zijn. In weerwil van een stevig quotum aan actiescènes en achtervolgingen is het allerminst een gelikte spektakelfilm geworden. Ook al omdat een deel van het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouwelijke bankmanager (Rebecca Hall), die na een overval korte tijd als gijzelaar- ster wordt meegenomen. De door Affleck vertolkte hoofdpersoon werkt zich in de nesten als hij verliefd op haar wordt.

Affleck: “Zijn wereld wordt op z’n kop gezet. Dat sprak me aan in het verhaal. Het gaat om iemand die is opgegroeid in een keihard milieu en volledig door die omgeving is gevormd. Maar door onvoorziene gebeurtenissen begint hij zich af te vragen of hij daar eigenlijk wel thuis hoort. Hij wordt gedwongen zijn leven opnieuw te evalueren. Ik kom zelf weliswaar niet uit zo’n hard milieu, maar toch herken ik veel van mezelf in dat personage.


“Ben Affleck (38) heeft zijn leven ook een paar keer een nieuwe wending gegeven. Als kind wist hij al zeker dat hij acteur wilde worden (“Ik kon me geen andere manier van leven voorstellen”) en op zesjarige leeftijd speelde hij zijn eerste filmrol. Als tiener was hij in uiteenlopende tv-series te zien, maar met de volwassenheid diende zich een lastige periode aan met veel gesappel en vergeefse audities. Nadat hij geruime tijd genoegen had moeten nemen met nederige rolletjes (basketbalspeler nummer 10 in Buffy the Vampire Slayer) besloot hij al zijn tijd en energie te steken in een ‘eigen’ project. Met zijn jeugdvriend Matt Damon werkte hij vijf jaar lang aan het scenario voor Good Will Hunting – in volstrekte onzekerheid of ze ooit enige beloning voor hun inspanningen zouden krijgen.

Het liep goed af. Glunderend namen Affleck en Damon in 1997 een Oscar in ontvangst voor het scenario dat ze voor Good Will Hunting hadden geschreven. Dat vormde voor beide acteurs een doorbraak en in de daaropvolgende jaren werkten ze zich een slag in de rondte.

Maar terwijl Damon zijn imago van ‘boy next door’ al die tijd aardig wist te handhaven, vertoont de curve van Afflecks populariteit omstreeks 2003 een opmerkelijke neerwaartse knik. Misschien was hij in korte tijd iets te vaak in matige popcornfilms (Pearl Harbor, Daredevil) te zien geweest, en wellicht was de relatie die hij met Jennifer Lopez was aangegaan (en die zeer breed werd uitgemeten in de roddelpers) ook niet bevordelijk voor zijn imago. De collectieve hoon die hij over zich heen kreeg als hoofdrolspeler (tegenover Lopez) van de misdaadkomedie Gigli deed hem ook al geen goed. Gigli belandde met stip in de lijst van ’s werelds slechtste films en werd onlangs zelfs verkozen tot Worst Picture of the Decade.


Affleck ondervond dat de waardering voor sterren even veranderlijk is als het weer. Het ene moment was hij nog een alom gewaardeerd (en geprezen) acteur en lag de wereld aan zijn voeten. Even later werd hij afgeschilderd als een over het paard getilde has-been en constateerde hij verbijsterd het mikpunt van spot te zijn geworden in de Amerikaanse late night talkshows.

Het heeft hem niet onberoerd gelaten. Een jaar of vijf geleden besloot hij een nieuwe koers te gaan varen. Werden er in de loop van 2006 nog vier films uitgebracht waarin hij te zien was, de twee jaar erna bleef de teller op nul staan.

Daar zijn twee oorzaken voor aan te wijzen. Affleck was tussentijds getrouwd met actrice Jennifer Garner (ze hebben inmiddels twee dochters), en daarnaast had hij besloten maar eens serieus werk te gaan maken van het regisseren. Anno 2010 mag worden geconstateerd dat hij daarmee zijn carrière weer aardig vlot heeft getrokken.

Een dag na de première van The Town op het filmfestival van Toronto vertelt een zichtbaar vermoeide Affleck over de onzekerheden die hij moest overwinnen.

“Ik werd tijdens de opnamen door hevige angsten geplaagd. Dat was ook al zo bij mijn eerste film, maar het is eigenlijk niet minder geworden. Het verschil is hooguit dat ik nu weet dat ik de eindstreep kan halen. Maar de onzekerheid blijft, want er zijn zoveel dingen die in de soep kunnen lopen. Dat hoort ook zo. Die angst heb ik nodig om op de toppen van m’n kunnen te presteren. Mensen met meer talent hebben dat misschien niet nodig. Ik wel. Om zo’n film te voltooien moet ik elke dag opnieuw weer zo hard werken als ik maar kan.”


Hij heeft ruim twee jaar aan The Town gewerkt. “En dan moet je vooraf verdomd goed weten waar je aan begint. Als acteur kan het je gebeuren dat je in een film belandt waar je na verloop van tijd niet meer voor honderd procent in gelooft. Dan zul je op de set een paar weken op je tanden moeten bijten. Maar wie zelf een film maakt, doet een veel grotere investering. Je moet je letterlijk afvragen of je op de zevenhonderste werkdag nog even enthousiast zult zijn als op dag één.

“Bij de beslissing regie en hoofdrol te combineren is hij niet over een nacht ijs gegaan. “Ik heb advies ingewonnen bij mensen die daar ervaring mee hebben, zoals Warren Beatty, Clint Eastwood en Kevin Costner. Ze zeiden allemaal hetzelfde: doe jezelf niet tekort. Maak niet de vergissing dat je, in een gebaar van misplaatste generositeit, je eigen acteerprestatie ondergeschikt gaat maken aan die van je collega’s. Als je andere acteurs de tijd en ruimte gunt om een take een aantal keren over te doen, dan mag je dat zelf óók. Een regisseur die dat vergeet, komt in de montagekamer onherroepelijk voor problemen te staan.”

Hij geeft toe dat hij het prettig vond om op de set niet alleen achter de monitor te staan. “Het is fijn om ook letterlijk fysiek aanwezig te zijn in zo’n film. Een regisseur staat normaal gesproken toch een beetje van buiten naar binnen te kijken.”

Dat Affleck prima de weg kent in Boston, had veel voordelen. “Ik ben de burgemeester niet, maar ik ken er natuurlijk wel een hoop mensen, en dat komt soms aardig van pas.”

Gevraagd naar een voorbeeld noemt hij zijn gesprek met een beruchte (en zeer ervaren) bankrover uit Charlestown die een lange gevangenisstraf uitzit. “Ik was erg benieuwd naar de ervaringen van die man en wilde hem graag spreken. Maar mijn verzoek botste op de nodige bureaucratische rompslomp. Toen kwam ik er achter dat één van de cipiers in die gevangenis een jongen is bij wie ik vroeger op school had gezeten. Ik nog maar eens bellen. Hij reageerde meteen heel uitgelaten: ‘Hey man! How’s it going? How’ve you been!’


“Toen ging alles opeens heel makkelijk. Of ik maar even mee wilde komen. Hij haalde ter plekke die man uit z’n cel en zette ons apart zodat ik met hem kon praten. Daarbij zijn ongetwijfeld allerlei officiële procedures genegeerd. Maar voor de research van mijn film was het een zegen.”

Is hij niet bang dat bewoners van Charlestown zich boos zullen maken over de manier waarop hun stadsdeel wordt afgeschilderd? Affleck schudt het hoofd: “De mensen in Charlestown zijn over het algemeen heel trots op hun wijk. En de criminaliteit is daar op een ingewikkelde manier mee verweven. Ze zien het als iets waar ze in uitblinken. In sommige steden zijn mensen trots zijn op hun glasblazerijen, of op hun culinaire traditie, of op hun sportprestaties… In Charlestown zijn ze trots op hun traditie in banken beroven. Het is een vak dat van de ene generatie op de andere wordt overgedragen.”

import interview ben affleck