Onze zesjesmentaliteit

Klagen over negatieve berichtgeving is als klagen over het weer.

Nederland heeft een nieuwe regering. Het beste dat je daarvan kunt zeggen, is dat dit kabinet recht doet aan de ruk naar rechts die de verkiezingsuitslag heeft laten zien en dat de partij die het vorige kabinet heeft opgeblazen, de PvdA, daarvoor niet is beloond en buitenspel is komen te staan. Uit democratisch oogpunt niet slecht. Maar het is ook een minderheidskabinet, en dat stelt hoge eisen aan de nieuwe premier. Voordeel voor Mark Rutte is echter dat de verwachtingen laag zijn en dat hij door niemand als een brekebeen wordt gezien. Dat was bij zijn voorganger wel anders en Jan Peter Balkenende werd dan ook voorspelbaar zuinig uitgeluid. Hem werd vooral kwalijk genomen dat hij een kabinet te lang was blijven zitten en zijn houdbaarheid had overschreden.

Ik heb grote moeite met die kritiek. Dat Balkenende geen tot de verbeelding sprekend leider was, is evident, maar daar staan zijn onverstoorbaarheid en incasseringsvermogen tegenover. Een politicus die in het huidige, op ontmaskering gerichte tijdsgewricht niet stabiel in zijn schoenen staat en over een dikke huid beschikt, kan het in onze genadeloze mediademocratie wel schudden. Waar Wouter Bos is weggelopen, is de MP tot het bittere einde blijven zitten, waardoor de kiezers de kans kregen om hun (vernietigende) oordeel te vellen over het laatste kabinet-Balkenende. Zo hoort het ook. Als ‘het commentariaat’ daar anders over denkt, dan spreekt het voor zijn beurt en zit het fout. Hóe fout blijkt uit het feit dat Balkenende juist in zijn eerste jaren als premier (waarvoor nu enige waardering doorklinkt) werd weggehoond, terwijl die hoon minder werd toen hij met de PvdA ging regeren, in een ongelukkig vechtkabinet dat na lang dralen door de PvdA zelf werd opgeblazen. Het is absurd om Balkenende dat kwalijk te nemen, zoals het ook absurd was dat Balkenende door de conclusies van de commissie-Davids in een kwaad daglicht werd gesteld, hoewel al het gekrakeel om ‘beeldvorming’ draaide en de bevindingen in het rapport zelf daartoe nauwelijks aanleiding gaven.


Het is goed dat de media kritisch zijn. Maar het is niet goed als een rapport over de Nederlandse rol in de Irakoorlog, waar jarenlang op is aangedrongen, vervolgens zelfs geen serieuze recensie in de kwaliteitspers krijgt. Echt schokkende en onoorbare dingen, die voor het publiek verborgen hadden moeten blijven, waren niet gevonden, en dan is niemand meer geïnteresseerd. Ik vind dat een aanfluiting. Niet dat het gezag van de Nederlandse politiek, dat hierdoor wordt ondermijnd, een zorg van de journalistiek moet zijn. Klagen over negatieve berichtgeving is als klagen over het weer. Maar het permanent inhakken op democratisch gekozen regeerders versterkt een publiek cynisme waarin het niet veel meer uitmaakt of iemand onheus wordt bekritiseerd of niet. Balkenende heeft nooit veel krediet van de media gekregen, dus dat hij uit het Torentje is verdreven, ligt aan zijn kiezers. Maar als steeds weer op televisie herhaald wordt dat de premier over zijn houdbaarheidsdatum heen is, is dat voorbereidend sloopwerk en wordt iedereen Balkenendemoe. Dat maakte de weg vrij voor Geert Wilders, niet voor Job Cohen.

In het buitenland is het niet beter. Tony Blair, Nicolas Sarkozy en nu ook Barack Obama zijn eerst door de media op een voetstuk geplaatst, om daarna te worden afgebrand. Je kunt erover twisten in hoeverre deze politici, die om hun ‘charisma’ zijn opgehemeld, het er zelf naar hebben gemaakt. Blair is gehaat om de Irakoorlog, maar won twee jaar later nog steeds verkiezingen. Sarkozy maakte een ‘hyperstart’ die wel móest gaan haperen. Obama kan pas echt beoordeeld worden als hij de eerste krassen heeft opgelopen. Allen gebruikten de media, en dan is het niet gek als zij hun trekken thuis krijgen. Maar zeker is ook dat er door ‘het commentariaat’ bovenmenselijke eisen worden gesteld. Van onervaren premiers wordt leiderschap verwacht. Zij moeten hervormen, vertrouwen bieden, patstellingen doorbreken, integer zijn, het politieke spel beheersen, alles van economie en sociale zekerheid weten, het hoofd aan buitenlandse crises bieden, er niet raar uitzien, heet van de naald reageren, kwinkslagen paraat hebben, nooit uit hun rol vallen en ook nog ‘authentiek’ zijn. En dat alles wordt elke dag in opiniecijfers uitgedrukt, zonder rekening te houden met de beperkte greep die regeringen op hun omgeving hebben.


Is het dan raar dat onze door de media achtervolgde politici weleens tekortschieten en de regie verliezen? Ik dacht het niet. Dat JPB acht jaar lang onder moeilijke omstandigheden plichtsgetrouw het land heeft gediend, is een hele prestatie. Alleen willen wij dat met onze zesjesmentaliteit niet zien.

import dirk jan van baar