Diabolische fuga

Beethoven – The ‘Late’ String Quartets. Tokyo String Quartet, 5 sterren.

Wie zich de klassieke canon eigen wil maken, wordt geconfronteerd met zo’n mer à boire dat kiezen – en dus verliezen – onvermijdelijk is. Maar wie kiest voor die paar handenvol werken die de loop van de muziekgeschiedenis blijvend hebben veranderd, is gelukkig alsnog een winnaar. Grosse Fuge opus 133 van Ludwig van Beethoven is zo’n iconoclastische compositie. Igor Stravinsky noemde de Grosse Fuge, zo’n honderd jaar nadat het werk rond 1826 werd gecomponeerd, ‘een hedendaags werk, dat altijd een hedendaags werk zal blijven’. Daarmee sloeg hij de spijker op de kop. Het is daarom begrijpelijk dat de gezaghebbende negentiende-eeuwse criticus Louis Spohr alle late werken van Beethoven, de Grosse Fuge incluis, typeerde als ‘een onontcijferbare, ongecorrigeerde verschrikking’. Toen het diabolische karakter van de fuga voor zowel de uitvoerders als het publiek een ware slijtageslag bleek te zijn, drong Beethovens uitgever erop aan om maar een andere, meer traditionele finale te schrijven, hetgeen Beethoven, met nauw verholen woede, uiteindelijk deed. Het gelauwerde Tokyo String Quartet speelt dit visionaire meesterwerk met alle nuances die het in huis heeft. Van knetterhard en agressief tot fluisterzacht en teder: de dynamiek en het kleurenpalet van dit ensemble is zo rijk geschakeerd dat deze ingenieuze fuga weer helemaal tot leven komt. En wie de Grosse Fuge na vele malen luisteren eenmaal in zijn hoofd heeft, mag verdergaan met die andere late strijkkwartetten, die, hoewel minder baanbrekend, wat genialiteit betreft niet ver bij die vermaledijde fuga achterblijven.

Ruud Meijer