Dwangmatig verhalenverteller

Oscar van den Boogaard (1964) is voor de tweede keer genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In zijn nieuwe boek Meer dan een minnaar vertelt hij een verhaal dat hem al sinds de jaren tachtig fascineert. ‘Toen ik hoorde wat die vrouw en haar minnaar was overkomen, wist ik dat ik het een keer zou opschrijven.’

Het is het jaar 1987, het weekend dat de Herald of Free Enterprise kapseist voor de kust van Zeebrugge. In een welgesteld dorp in de buurt van Gent raken tegelijkertijd de levens van twee gezinnen op drift. In een verhaal beheerst door geheimen wisselen vaders en moeders van partner en ontdekken de kinderen elkaar.

“Ik ben jarenlang gefascineerd geweest door een verhaal van een vrouw die op de boot Herald of Free Enterprise zat, samen met haar minnaar. De boot sloeg om, haar minnaar verdronk en zij overleefde het. Toen begon ik te fantaseren over deze vrouw, over haar leven en hoe ze eruit zou zien. Wat heeft ze verteld toen ze thuis aankwam? Heeft ze het verteld aan haar familie toen ze terugkeerde, of heeft ze het ontkend? Ik had dit verhaal eind jaren tachtig via een vriendin gehoord en het is me altijd bijgebleven. Ik wist dat ik er ooit een boek over zou gaan schrijven. Ik vond het een fantastisch ingrediënt voor een drama, en zo ontstond eigenlijk mijn idee voor Meer dan een minnaar. Ik heb het verhaal uitgebreid naar twee gezinnen en er andere figuren bij gecreëerd.”

Van den Boogaard heeft op veel plekken gewoond. Tijdens zijn peuterjaren woonde hij in Suriname, hij groeide op in Nederland, studeerde rechten en Franse taal- en letterkunde in Montpellier en Amsterdam, hij vertrok daarna naar Brussel om Europees recht te studeren en nu woont hij alsnog in meerdere werelden tegelijk. Enerzijds in het artistieke dorpje Sint-Martens-Latem in België, anderzijds in metropool Berlijn. “Ik zit twee weken in België en twee weken in Duitsland. Ik hou ervan om in twee werelden te leven, tussen twee plekken te bewegen. Ik wil graag veel dingen dubbel – misschien komt dat omdat mijn sterrenbeeld tweelingen is.” Hij put inspiratie uit zijn nieuwe omgeving en gaat er daarom bewust op zoek naar nieuwe impulsen. Ook Meer dan een minnaar is ontstaan door nieuwe impulsen van buitenaf.


“Ik was net in het dorpje Sint-Martens-Latem komen wonen, vlak bij Gent, en ik vond het een perfecte locatie om een roman te schrijven. Het is een weelderig dorp, met allemaal enorme villa’s rondom een golfterrein. Van boeren tot de grootste industriëlen, je treft hier iedereen. Dat trekt mij als een magneet. Ik leer hier zoveel verschillende mensen kennen. Laatst ontmoette ik een seksuoloog die van alle vrouwen op de wereld houdt. Zo’n persoon inspireert mij dan enorm. Omdat ik op een nieuwe locatie zit, neem ik dingen waar als een buitenstaander. Alles wat ik zie, al die nieuwe indrukken en impulsen, geven me inspiratie om mijn verhaal te schrijven. Voor de namen van de personages maak ik dan bijvoorbeeld een wandelingetje over een kerkhof. Daar staan de mooiste namen, perfect voor een roman. Regina, Noël, August… Namen die in marmer gebeiteld staan hebben al een geschiedenis – het heeft op de een of andere manier al iets.”

“Als ik vanuit mijn raam naar buiten kijk, zie ik nieuwe gezichten, nieuwe verhalen. Ik schrijf over de liefde en ben geïnteresseerd in de geheimen die men ten opzichte van elkaar heeft. In de geheimen die ouders hebben voor hun kinderen. En hoe ze deze geheimen aan hun kinderen vertellen zonder dat de kinderen weten wat de inhoud is. Wat geven generaties aan elkaar door? Verlangens en geheimen. Die onderwerpen trekken me enorm. Het was tijd voor Meer dan een minnaar. Dat gebeurde ook met mijn boek De heerlijkheid van Julia. Ik was net in Brussel gaan wonen en ben meteen dat boek gaan schrijven. Als ik dan eenmaal begin te schrijven, ga ik op zoek naar een structuur. Het gaat erom dat de lezer het verhaal tot zich neemt zonder te weten wat het geheim is. Dat is een vorm die je moet voelen als schrijver. Voor mij is het bijna als beeldende kunst. Het is iets heel fysieks, een soort choreografie. Hoe neem ik de lezer mee in een dans en wanneer laat ik welke pasjes zien? Sommige schrijvers kiezen er voor om altijd in dezelfde vorm te schrijven. Ik schrijf hetzelfde verhaal, maar dan elke keer in een andere vorm. Elk boek vloeit ook voort uit het vorige boek dat ik heb geschreven. Ik wil dan een andere vorm uitproberen. Als iemand dan de moeite neemt om tijdens een boekbespreking de vorm van mijn boek te benoemen, dat is dat voldoening voor mij.


“Toen ik mijn eerste boek schreef, was ik behoorlijk zelfverzekerd. Ik voelde dat ik bergen kon verzetten en dat ik de wereld tot ontploffing kon brengen. Dat gevoel heb ik nog steeds. Ik was een debutant die iets heel belangrijks wilde vertellen. Dat gevoel was ook het begin van mijn schrijverschap. Als ik schrijf, zit ik ook volledig in mijn eigen wereldje. Ik vergeet mijn omgeving en weet niet waar ik ben. Ik zit dan zeven uur aan één stuk te werken en vergeet soms te drinken. Als ik daarna opnieuw een blik op de wereld werp, lijkt het alsof de wereld is veranderd. Alles wat ik ooit heb gevoeld of belangrijk heb gevonden, zit in mijn boeken. Ik wist op heel jonge leeftijd al dat ik schrijver zou worden. Ik was een jaar of zeven toen ik de behoefte voelde om met pen en papier een verhaal te vertellen. Mijn familie zat ook vol met verhalenvertellers. Toen ik in Nederland kwam, was er altijd wel een verhaal over Suriname te vertellen, en andersom.”

Tussen zijn eerste en vijfde jaar was zijn vader militair in Suriname. Die jaren herinnert Van den Boogaard zich als de mooiste jaren van het gezin. Zijn vader ging een paar jaar later in zijn eentje terug en het gezin leefde voornamelijk voort in de verhalen over Suriname. In Nederland is Van den Boogaard opgegroeid met een alcoholistische moeder, wat hem gevormd heeft als mens. In zijn jeugd had hij momenten dat hij zijn stem wilde laten horen op een negatieve manier. Maar toen hij eenmaal boeken gingen schrijven, kon hij zijn stem kwijt, die voortklonk in zijn verhalen.

“Als kind moest ik mezelf aanleren om me in een ander te verplaatsen. Ik was afhankelijk van een alcoholistische moeder en ik overleefde door me in haar te verplaatsen. Op een gegeven moment wilde ik mijn eigen verhaal vertellen, omdat ik dat als kind niet mocht. Als kind van een verslaafde moeder kon ik mijn eigen stem niet volgen – ik kon mezelf alleen maar uitschakelen. Als je dan ouder wordt, heb je een stem nodig om iemand te worden. Dat was een van de aspecten waarom ik de drang had om mijn verhaal te vertellen. Die drang keerde zich eerst negatief naar buiten. Zo stond ik op het podium toneel te spelen en in plaats van dat ik mijn tekst oplas, schreeuwde ik dat alles moest stoppen.”


Van den Boogaard wist dat hij iets belangrijks te vertellen had. De cirkel lijkt zo goed als rond: op de flappen van zijn boek Meer dan een minnaar staat tussen de complimenten ‘De belangrijkste stem van zijn generatie’ – De Standaard.

“Ik heb twee oudere zussen. Eentje is psychotherapeute, de ander rechter. Zo zijn we op onze eigen manier omgegaan met de situatie. Op zoek naar rechtvaardigheid en het uiten van begrip. Toch kon mijn moeder enorm grappige verhalen vertellen. Het is me wat dat betreft met de paplepel ingegoten. Op mijn achttiende ging ik het huis uit om rechten te studeren en op mijn twintigste stuurde ik mijn eerste manuscript naar Johan Polak. Hij vertelde dat ik alles in me had om een grote schrijver te worden. Hij gaf me een boekenlijst met honderdvijftig titels, te beginnen bij Catullus.”

Van den Boogaard debuteerde op zijn 26ste met de roman Dentz (1990), het boek dat voor hem een ommekeer in zijn leven betekende. Hij was na zijn studie meteen voor een internationaal advocatenkantoor gaan werken, maar na een paar maanden voelde hij al dat hij iets moest doen – het was nu of nooit. Als hij ooit nog zijn verhalen wilde vertellen en zijn leven ingrijpend wilde veranderen, moest hij snel aan een boek gaan beginnen.

“Toen heb ik in een paar maanden mijn eerste boek geschreven, Dentz. Dat boek werd deze maand precies twintig jaar geleden uitgegeven bij Atheneum, Polak & Van Gennep. Ik ben trots op al mijn boeken. Natuurlijk het meest op mijn debuut, maar De heerlijkheid van Julia, Liefdesdood en Meer dan een minnaar zijn op een bepaalde manier het best gelukt. Die zijn het meest universeel geworden.”


Van den Boogaard heeft tot nu toe tien romans geschreven. Na zijn debuut schreef hij Fremdkörper (1991), waarin Van den Boogaard nadruk legt op de onmogelijke liefde. Een docent rechten belandt in een vierhoeksverhouding en weet niet meer voor welke vrouw hij moet gaan.

In 1993 schreef hij Bruno’s optimisme, over een jongen die kampt met een moeizame jeugd en bovendien seksueel misbruikt wordt. Hij komt pas op latere leeftijd uit de kast, waardoor hij er aanvankelijk een ingewikkeld liefdesleven op na houdt. Bruno heeft desondanks een positieve blik en houdt zichzelf voor dat alles goed komt.

Met zijn roman De heerlijkheid van Julia (1995) werd hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Julia heeft twee kinderen en een man die haar aanbidt, maar toch is Julia niet gelukkig; ze mist iets. Als Julia op zoek gaat naar datgene wat haar gelukkig kan maken, gaat er een wereld voor haar open, en die is niet geheel onschuldig.

In 1999 schrijft hij Liefdesdood, waarmee hij zijn eerste nominatie voor de AKO Literatuurprijs binnensleept. Het verhaal vertelt over een stel dat dacht nooit te gaan scheiden, maar de dood van hun kind drijft alsnog een wig tussen de twee. In Een bed vol schuim (2002) borduurt Van den Boogaard voort op hetzelfde thema, al draait het nu vooral om de spanning tussen twee ex-geliefden. In 2004 pakt hij het anders aan: in Inspiration Point gaat het over Van den Boogaard zelf. Hij komt voor het eerst in zijn leven alleen te wonen en dat leidt tot een boek vol zelfonderzoek.

Het verticale strand (2005) kent opnieuw een bijzonder thema: drie vriendinnen gaan naar Parijs en beleven een wilde nacht, waaruit drie dochters worden geboren. In 2007 is het tijd voor een vervolg op Bruno’s optimisme. In Magic Man ontdekt Bruno eindelijk wat hem echt gelukkig maakt.


Toch heeft Van den Boogaard zich niet alleen maar met schrijven beziggehouden. In de jaren negentig is hij in Brussel met zijn toenmalige partner Jan Mot de kunstgalerie Mot & Van den Boogaard begonnen. “Je zou het kunnen omschrijven als een invloedrijke galerie voor de hedendaagse kunst in België. Ik ben er in 2000 mee gestopt en Jan Mot zet het nu voort. Ik had er geen tijd meer voor, het groeide me boven het hoofd. Het idee voor de galerij ontstond heel impulsief in de woonkamer en het werd telkens professioneler. Maar ik wilde me nu vooral concentreren op het schrijven. Kunst blijft echter belangrijk voor me. Op mijn linkerschouder liet ik in 1997 een kunstwerk tatoeëren. Het was een werk van de Schotse kunstenaar Douglas Gordon, maar dan in spiegelbeeld. In 2002 werd een foto van deze tatoeage tentoongesteld in het Guggenheim Museum in New York.”

Oscar van den Boogaard: Meer dan een minnaar. De Bezige bij, € 19,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Suna Floret