Geert, de tandeloze tijger

Amsterdam maakt zich op voor massale demonstraties pro en contra Geert Wilders. Maar zijn ze nog wel nodig, nu de PVV-voorman de kleur van het establishment begint aan te nemen?

Zoals Geert Wilders er begin vorige week bijzat in de rechtbank in Amsterdam, zo kenden we hem nog niet: stil, timide, haast aangedaan door het grote onrecht dat hem was overkomen. “Mijn cliënt is al veroordeeld,” sprak advocaat Bram Moszkowicz.

De fanatieke voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, toen nog onwetend van het feit dat zijn tweede wrakingsverzoek wél zou worden toegewezen, beriep zich op zijn zwijgrecht. Dat werd alom betreurd; in de ‘dramademocratie’ wordt het wel gewaardeerd als een tierende Geert om zich heen begint te slaan. Zijn door strategische overwegingen ingegeven onverstoorbaarheid in de rechtbank werd ook gehekeld: Peter R. de Vries waagde te spreken van een ‘gnante’ vertoning.

Het enige opmerkelijke aan Wilders’ opstelling was het glaasje water dat hij inschonk voor Moszkowicz, die urenlang de tijd nam voor zijn pleidooi. Geert de waterdrager, twitterden enkele aanwezigen. Maar de geste gaf de wegens haatzaaien aangeklaagde politicus toch ook wel weer een onverwacht zweempje menselijkheid.

Het past in een patroon: sinds Geert Wilders serieus ging onderhandelen met de VVD en het CDA, houdt hij zich gedeisd. Toen hij op 11 september jongstleden op Ground Zero in New York sprak, deed hij dat merkbaar met de handrem erop. Alsof hij de waarschuwingen van toenmalig CDA-senator en thans minister van Defensie Hans Hillen, dat al zijn uitlatingen als aanstaande gedoger van een minderheidskabinet voortaan extra zwaar zouden wegen, ter harte had genomen. Nadien zou hij zich ook inhouden bij een toespraak in Berlijn.

Vorige week domineerde hij het nieuws met de rechtszaak en door de aankondiging van een massale pro-Wildersdemonstratie in Amsterdam, waarvan hij zich openlijk distantieerde. “Ik heb sowieso helemaal niets met die demonstratie,” reageerde hij. Opvallend, want doorgaans is Wilders niet zo vies van enige verheerlijking door zijn aanhangers. Of vreest hij de eveneens aangekondigde contra-protesten? “Als er ook maar enige kans is op geweld, heb ik liever dat het wordt afgeblazen. Ik moet er niet aan denken dat er straks tussen voor- en tegenstanders een veldslag wordt geleverd. Daar zit ik totaal niet op te wachten.” Ook ontkende hij enige relatie te onderhouden met de extreem-rechtse Britse organisatie EDL (European Defense League), die de demonstratie mede op touw heeft gezet.


Hier sprak een voorzichtig mens.

Ander bericht: Wilders sprak via Twitter zijn ‘onaanvaardbaar’ uit over het recente geweld dat tegen moskeeën gebruikt is. Daders moesten ‘hard worden gestraft’. Eerdere voorbeelden van compassie met de islamitische medemens zullen niet bij een groter publiek – en zeker niet bij de PVV-achterban – bekend zijn, laat staan hun goedkeuring kunnen wegdragen.

Ook het tumult rond de dubbele nationaliteit van CDA-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner ontbeerde vorige week de ronkende verontwaardiging die Wilders’ handelsmerk is geworden. Gezien zijn opmerkingen in 2007 over de Nederlands-Turkse en Nederlands-Marokkaanse staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb, kon Wilders natuurlijk niet anders dan aankondigen dat hij Veldhuijzen van Zanten deze week in het debat over de regeringsverklaring zou gaan vragen afstand te doen van haar Zweedse paspoort. Zulks ligt in zijn optiek geheel in de lijn van het regeerakkoord, omdat, stelt hij, een dubbele nationaliteit een ‘dubbele loyaliteit’ met zich meebrengt.

In de aanloop, afgelopen week in het herfstreces, duurde het enkele dagen voordat premier Mark Rutte vanuit Brussel reageerde op

het onderwerp: hij wist van de dubbele nationaliteit en het had hem er niet van weerhouden om mevrouw Veldhuijzen van Zanten aan te nemen als staatssecretaris. Eenzelfde geluid was eerder al opgetekend uit de mond van vice-premier Verhagen, die overigens vriendschappelijke banden onderhoudt met de CDA-politica. Menigeen voorzag dat Wilders zou ontploffen, want deze reacties duidden erop dat Rutte en Verhagen een en ander niet met Geert hadden kortgesloten. En daarmee brachten zij hem in een lastig parket, want Geert zou in het Kamerdebat omwille van zijn geloofwaardigheid voet bij stuk moeten houden en Veldhuijzen van Zanten er desnoods met harde hand (een motie van treurnis of afkeuring, waarschijnlijk niet van wantrouwen) toe moeten aanzetten haar Zweedse paspoort in te leveren. Zo niet, dan zou dat een gegarandeerde afgang betekenen.


Maar zie: Geert hield zich vorige week keurig op de vlakte. “Ik heb verder niks meer toe te voegen aan hetgeen ik al heb gezegd hierover.”

Wat nu? Dit was de diplomatieke nietszeggendheid van iemand die (mede) verantwoordelijkheid draagt, en zeker niet de robuuste taal van de populist. Henk en Ingrid konden hun oren niet geloven: was dit ‘onze’ Geert? Ja, dat was ‘m.

En dat is wat ze de komende tijd nog vaker zullen meemaken.

Maxime Verhagen legde eens uit dat hij met de PVV wilde onderhandelen omdat hij en zijn partij daarmee hoopten te bereiken dat het succes van de PVV op den duur wordt ingekapseld en uitgehold: laat Wilders maar eens vuile handen maken, laat hem standpunten inslikken, laat hem compromissen sluiten en die voorleggen aan zijn achterban. Laat hem sowieso dimmen en onherroepelijk zal de politieke outsider meer de kleur aannemen van het establishment, en aldus iets van zijn oorspronkelijke glans verliezen.

Behalve een andere rol waaraan hij en zijn kiezers zullen moeten wennen, heeft Wilders ook electorale concurrentie in het ‘eigen’ kabinet te duchten.

En wel van Gerd Leers, Henk Kamp en Ivo Opstelten. Leers, een zeer geliefde CDA’er, doet Immigratie en Asiel, de thema’s waarmee Wilders zich de afgelopen jaren heeft geprofileerd. Leers zal de naar de PVV overgelopen voormalige CDA-kiezers uit Brabant en Limburg moeten terughalen met een beleid dat niet alleen streng en rechtvaardig is, maar dat in essentie weinig tot niets te maken heeft met de islam en haar uitwassen en misverstanden.

In minister Henk Kamp op Sociale Zaken heeft Wilders een geestverwant, met wie hij zelfs bevriend is. Justitieminister Ivo Opstelten zal waarschijnlijk een van de PVV-eisen – strengere straffen – inwilligen. VVD’ers Kamp en Opstelten zullen de winst van hun partij, waarnaar ook CDA’ers uit het zuiden in juni waren geswitcht, ten minste proberen te bestendigen.


Aldus zullen CDA- en VVD-ministers een deel van het PVV-beleid uitvoeren en zullen deze regeringspartijen straks de electorale winst willen opstrijken. De eerste peildatum is in maart 2011 bij de Provinciale Statenverkiezingen: pas als de PVV als buitenboordmotor van dit rechtse kabinet zetels verliest aan CDA en VVD, zal Wilders weer van zich doen spreken zoals we dat van hem gewend waren.

Tot die tijd zal de tandeloze tijger vermoedelijk een winterslaapje houden.

Frans van Deijl