Huiselijk geweld

De wetenschap heeft de laatste jaren steeds meer oog voor de (on)gezondheid van het ‘binnenmilieu’. Want wie dacht dat hij thuis beschermd is tegen ziekten en andere ongemakken, komt bedrogen uit. De nieuwste inzichten over de grootste gevaren in uw woning.

Niet veel mensen realiseren het zich, maar een flink deel van de radioactiviteit waaraan ze gedurende hun leven bloot staan, is afkomstig uit hun eigen huis. Radon (en ook het minder bekende thoron) is een radioactief gas dat overal in de natuur voorkomt en ook in diverse bouwmaterialen zit. Er valt dus simpelweg niet aan te ontkomen. Je kunt het ook niet ruiken, zien of proeven. Het komt uit de bodem omhoog en hoopt zich op in de huizen, die tegenwoordig beter geïsoleerd zijn dan ooit. De radonconcentratie in huis is al met al veel hoger dan buiten. Het gevolg is dat ons longweefsel wordt beschadigd; radon is, na roken, de tweede veroorzaker van longkanker in Nederland.

Tien jaar geleden schatte de Gezondheidsraad het jaarlijkse aantal ‘radon-doden’ in ons land op achthonderd. Peter de Jong van de Nuclear Research & consultancy Group in Arnhem gaat in zijn recente promotieonderzoek uit van 650 doden per jaar als gevolg van natuurlijke radioactiviteit (behalve radon ook thoron én straling vanuit de kosmos).

Dat is niet mis: in het verkeer vallen jaarlijks ongeveer evenveel doden. En toch hoor je niemand over radon. Mede doordat het nergens in Europa zo’n ‘klein’ probleem is als in Nederland. Om een idee te geven: radon eist in België vier maal meer levens, en in Finland nog veel meer. Dat heeft onder meer te maken met de samenstelling van de bodem. Radon komt vooral uit rotsgrond, en in Nederland leven we voornamelijk op zand en klei. Je zou haast zeggen dat we mazzel hebben, maar dat is volgens milieuarts Frans Duijm van de GGD Groningen onterecht. “Dat is niet hoe je het probleem moet beoordelen. Als die doden zouden zijn gevallen doordat hun huizen waren ingestort, zou er meteen wat aan zijn gedaan.” Ook Evert Hasselaar, verbonden aan het onderzoeksinstituut voor de gebouwde omgeving OTB van de Technische Universiteit Delft, vindt het ‘bepaald geen non-issue’.


Hoe dan ook, in de bouwwereld wordt nog weleens geredeneerd dat we het radongehalte in onze huizen niet veel verder omlaag kunnen krijgen zonder elke dag alle ramen open te zetten. Onzin, vindt Duijm. “Van veel woningen kan de constructie lichter worden gemaakt, met minder beton. We kunnen er absoluut nog wat aan doen.” Duijm wijst op nog een ander type straling waar je weinig over hoort: gammastraling. Ook die is deels afkomstig uit bouwmaterialen. “Het is een probleem dat wordt weggemasseerd door de bouwsector. Er is becijferd dat gammastraling jaarlijks tot driehonderd sterfgevallen leidt. Een deel daarvan móet te voorkomen zijn.”

Het is geen fijn idee, maar uit allerlei materialen die in huis aanwezig zijn komen giftige stoffen vrij. Uit spaanplaat, multiplex en isolatieschuim komt formaldehyde, een gas dat irritatie aan de slijmvliezen en stank kan veroorzaken. Terpenen, een groep stoffen die in luchtverfrissers, schoonmaakmiddelen en meubelwassen zit, irriteert de ogen, de huid en de ademhalingsorganen. Weekmakers (stoffen die kunststof zacht en buigzaam maken) komen onder meer vrij vanuit vloerbedekking en behang. Het effect is een verhoogd risico op astma en allergieën, en wellicht op kanker. Weekmakers mogen inmiddels niet meer in kinderspeelgoed zitten, maar elders mag het gewoon nog wel.

Om problemen met giftige dampen te vermijden, is het vooral zaak ze uit de buurt van kinderen te houden. Hun longweefsel is nog onvoldoende ontwikkeld om ze te verwerken. Evert Hasselaar van de TU Delft is er resoluut over: zwangere vrouwen mogen niet schilderen (ook niet met de ramen open), en in de baby- of kinderkamer kun je beter geen vinyl op de vloer leggen. Zeer kortpolige vloerbedekking (hoogpolige houdt te veel stof vast) of laminaat is veel beter. Linoleum kan ook, maar dan moet er wel goed worden geventileerd. Het is vooral een kwaliteitskwestie, meent Frans de Haas van het Platform Binnenmilieu. “Kunststoffen met weekmakers zitten vooral in goedkopere materialen die veelal in het buitenland zijn vervaardigd maar die hier wel mogen worden verkocht.”


Precieze cijfers over het aantal ziektegevallen (of erger) dat door vluchtige organische stoffen wordt veroorzaakt zijn er niet. Gegevens over de samenstelling van veel ‘huiselijke’ producten trouwens ook niet. “Alleen producten die een acuut en zichtbaar gevaar kunnen opleveren, worden getest,” zegt GGD-arts Frans Duijm. “Op de langere termijn zijn klachten simpelweg niet altijd te herleiden tot een specifiek product. Maar er kan wel degelijk schade van komen. Neem schimmelwerende middelen die in vloerbedekking worden gestopt. Daar zou eens naar gekeken moeten worden: ze zijn hartstikke giftig. Of de apparaten die de lucht in je huis zouden zuiveren: die kunnen ozon verspreiden en dat is echt niet gezond. Mensen wéten dat niet.” Frans de Haas: “De woonconsument weet gewoon niet dat hij een probleem heeft.”

Zo is ook niet bekend hoeveel klachten er precies worden veroorzaakt door koolmonoxide in huis. Dat gas komt vrij uit afvoerloze geisers, gasfornuizen, gashaarden, kachels, centrale verwarmingsketels, combiketels en open haarden. Een oranje waakvlam (hij moet blauw zijn) is een slecht teken. Vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn zijn het gevolg: symptomen die veelal te vaag zijn om ze aan koolmonoxide toe te schrijven. Koolmonoxide kan ook tot bewusteloosheid leiden of erger; volgens officiële opgaven sterven jaarlijks tien mensen in Nederland aan een koolmonoxidevergiftiging, maar iedereen gaat ervan uit dat het er in werkelijkheid veel meer zijn. Datzelfde geldt voor stikstofoxide, dat ook vrijkomt uit afvoerloze geisers of uit oudere cv-ketels. GGD-arts Frans Duijm: “Als je de gezondheidsnormen voor stikstofoxide in de buitenlucht zou toepassen op het binnenmilieu, zouden al die apparaten meteen moeten worden afgeschaft.”


De naam van de legionella-bacterie zal voor altijd verbonden blijven aan de uitbraak in 1999 op de Westfriese Flora in Bovenkarspel, die tweehonderd zieken en 32 doden tot gevolg had. Destijds was een whirlpool de bron, maar de bacterie gedijt ook in drinkwaterleidingen en onder in warmwaterketels die hun inhoud onvoldoende hebben verhit. Legionella gaat dood boven de 60 graden Celsius, maar die temperatuur wordt – bijvoorbeeld door een verkeerde afstelling – niet altijd gehaald in het stilstaande water in het buffervat van een cv-ketel. Over de legionella-bestendigheid van zonneboilers klinken wisselende geluiden: Evert Hasselaar van de TU Delft heeft er ernstige bedenkingen bij.

De bacterie komt via verneveling van het water uit de douche in de longen terecht. Het gevolg: griepachtige verschijnselen, mogelijk een longontsteking en soms overlijden. Het aantal legionella-doden is moeilijk te bepalen, omdat de symptomen niet altijd aan de bacterie worden toegeschreven. Onderzoekers gaan uit van honderden sterfgevallen per jaar.

In nieuwe huizen zitten veel minder kieren dan in oude. Bovendien wordt ons op het hart gedrukt energie te besparen, dus een goed geïsoleerde woning is tegenwoordig een pre. Het gevolg is dat het leefklimaat voor de huisstofmijt er beduidend op vooruit is gegaan. Vergeleken met de jaren zeventig hebben we er daarvan honderd maal meer. Niet dat ze ons in de weg zitten: ze zijn nog geen halve millimeter groot. Maar er zijn er wel heel veel van: in een matras leven er honderdduizenden – naast miljoenen huisstofmijtlijkjes. En dan hebben we het niet eens over een bijzonder oud matras.


Huisstofmijten houden van vochtig en warm: precies de condities die we in woningen met een slechte ventilatie aantreffen. De diertjes voeden zich vooral met menselijke huidschilfers. Na consumptie poepen ze die uit, en daarin zit hem de crux: de uitwerpselen bevatten stofjes waarvoor veel mensen in meer of mindere mate allergisch zijn.

Ventileren is de beste remedie tegen huisstofmijten. Overigens ook tegen een ander euvel: schimmelvorming. Zowel Frans de Haas van het Platform Binnenmilieu als Evert Hasselaar van de TU Delft adviseren om het in huis vooral goed te laten doorwaaien: never mind het milieu. “We maken nu eenmaal zelf troep, en die moet het huis uit,” aldus De Haas. “Er komen steeds nieuwere ventilatiesystemen, maar de bouw heeft nogal eens moeite om die goed te implementeren.” Hij doelt onder meer op balansventilatie, waarbij lucht van buiten via een buizensysteem automatisch wordt aan- én afgevoerd. De warmte van de oude binnenlucht gaat daarbij over op de verse lucht van buiten. Mooi systeem, maar enkele jaren geleden leidde het in de Amersfoortse wijk Vathorst tot gezondheidsklachten bij honderden bewoners.

Inmiddels wordt balansventilatie, zo schat Evert Hasselaar, nog hooguit bij een op de vijf nieuwe woningen geïnstalleerd. De onderzoeker geeft zelf de voorkeur aan de bekende klepraampjes, die dan wel de hele dag open moeten staan. Per saldo kan dat te verkiezen zijn boven een duur en complex ventilatiesysteem. Dat kun je dan wel in huis hebben, maar zodra het een beetje lawaai maakt, is de praktijk dat mensen het gewoon uitzetten – of op de allerlaagste stand. “Zo zie je dat je weliswaar netjes aan de bouwregelgeving kunt voldoen,” zegt Frans de Haas, “maar dat dit nog geen garantie is voor een gezond binnenmilieu.”


Natuurlijk zijn we zelf ook smeerkezen. In de keuken vooral: daar maken we kip niet op de juiste manier klaar, doen we veel te lang met onze vaatdoekjes en laten we levensmiddelen bederven in de koelkast. Infecties door bacteriën als campylobacter en salmonella maken jaarlijks zevenhonderdduizend mensen ziek, aldus cijfers van het RIVM. Tachtig mensen gaan er zelfs aan dood.

Leuk hoor, huisdieren. Maar je moet er wel tegen kunnen. Honden- en kattenbeten leiden elk jaar weer tot vele infecties, vooral bij kinderen. Maar ook vogels (papegaaienziekte, elk jaar tientallen gemelde gevallen), knaagdieren (hantavirus, toenemend in omringende landen) en zelfs aquariumvissen (zweervorming op de hand) en reptielen (bacterie-infecties) kunnen ziekteverwekkend zijn. En dan zijn er nog de allergieën. Een op de tien mensen kan geen hond of kat in zijn nabijheid verdragen.

Veruit de meeste tijd van ons leven brengen we thuis door. Niet zo vreemd dat daar de meeste ongelukken gebeuren. Toch is het even schrikken: jaarlijks komen er tweeduizend mensen in of bij hun woning door een ongeval om het leven – drie keer meer dan bij een verkeersongeval. In zes op de tien gevallen gaat het om een valpartij. Het zijn vooral ouderen, maar ook moeten er elk jaar bijna zestigduizend kinderen naar de spoedeisende hulp – dertig overlijden er. Van hen hebben er tweeduizend een verbranding opgelopen; een kwart met hete thee. Campagnes hebben er volgens de overheid toe geleid dat het aantal huiselijke ongelukken met kinderen de laatste jaren wel afneemt. Ook ouderen worden getraind: er zijn valpreventietrainingen en valpoliklinieken.


Veel ongelukmijdend gedrag valt aan te leren, al gaat dat mensen van een gevorderde leeftijd niet altijd even makkelijk af. Maar je zou denken dat het aantal van 170 mensen (vooral mannen) die jaarlijks naar het ziekenhuis moeten door een ongelukje met de barbecue toch een stuk omlaag zou moeten kunnen. In de categorie overmoedigen plaatsen we ook de 29.000 doehetzelvers en tuiniers (vooral mannen van 25 tot 34 en van 60 tot 69 jaar) die jaarlijks naar de spoedeisende hulp moeten.

Een conflict met de buren is slecht voor de gezondheid. Dat laat zich al wel raden, maar vorig jaar liet Rotterdams onderzoek nog eens zien dat een ruzie met directe buren een zware wissel trekt op iemands fysieke gesteldheid. Meer nog dan andere hinderlijke verschijnselen als hangjongeren en zwerfvuil. Het zijn de verwachte klachten: slaapproblemen, concentratiestoornissen, hoofdpijn.

Burenoverlast is vaak geluidsoverlast. Geluidshinder is ook afkomstig van fabrieken, snelwegen, treinen en vliegtuigen. Tien procent van de bevolking in de steden zegt vaak last te hebben van geluid, tegen vier procent van de plattelanders. Naar verhouding klagen mensen die geluidsoverlast ondervinden vaker over een slechte gezondheid. Hier belanden we in een kip-ei-situatie: het zou ook kunnen dat mensen met een matige gezondheid gevoeliger zijn voor geluidsverstoringen. Of vaker geneigd zijn tot klagen. Per saldo lijkt het er echter toch wel op dat een langdurige blootstelling aan lawaai leidt tot een verhoogde bloeddruk, een verminderd prestatievermogen bij kinderen en slaapverstoring.

Het aantal woningen in Nederland dat meer geluid (door auto’s en treinen) te verwerken krijgt dan is geoorloofd, neemt af – ondanks de toename van het verkeer. In 2020 moeten het er minder dan zesduizend zijn.


Fijnstof is stof waarvan de deeltjes klein genoeg zijn om tot diep in onze longen te kunnen doordringen. De deeltjes zijn veel kleiner dan huisstof: ze zweven rond in de lucht. Er is veel te doen over fijnstof buiten: vooral rond snelwegen en industriegebieden. Minder bekend is dat we beduidend méér fijnstof binnenshuis vinden. “Daar worden de normen veel vaker overschreden,” waarschuwt Evert Hasselaar van de TU Delft. De belangrijkste bron is sigarettenrook – vooral smeulende sigaretten zijn boosdoeners. Verder komt het uit de open haard, uit de keuken (bij bakken en braden belandt het in de lucht) en – zoals verwacht – uit de stofzuiger. Ook slecht: brandende kaarsen. En het fijne stof van buiten laat zich lang niet altijd tegenhouden door muren: veel stof dat onze huizen omgeeft, komt uiteindelijk gewoon binnen.

Hoesten, benauwdheid en (verergering van) luchtwegklachten als astma en COPD zijn het gevolg. Enkele duizenden mensen in Nederland zouden voortijdig overlijden (niet véél eerder, overigens) door het inademen van fijnstof. Zo’n 400.000 mensen wonen in ons land op een plek waar de concentratie fijnstof in de buitenlucht eigenlijk te hoog is. Inmiddels hebben de fijnstoflimieten al heel wat bouwplannen voor woningen, scholen en zorginstellingen in de war geschopt.

Dwars door Nederland loopt zo’n vierduizend kilometer aan hoogspanningslijnen. Dat kán niet gezond zijn, menen veel mensen. De lijnen worden immers omgeven door een elektromagnetisch veld. Alleen dat wóórd al jaagt menigeen de stuipen op het lijf. Is het wel verstandig om in de buurt van een hoogspanningslijn te wonen?


Tot dusver is er geen oorzakelijk verband aangetoond tussen onze gezondheid en de nabijheid van hoogspanningslijnen. Er is één uitzondering, zo lijkt het althans: het blijkt dat kinderen die er vlakbij wonen, een iets grotere kans hebben op kinderleukemie. Andere oorzaken zijn ook nog denkbaar, en hóe de kinderen die vergrote kans kunnen lopen, is niet bekend. Er wonen in Nederland 18.000 kinderen in de buurt van hoogspanningslijnen, en de aanwezigheid daarvan zou één extra patiënt per twee jaar opleveren. Misschien.

Het risico op gezondheidsschade is dus bijzonder klein, maar de onrust is groot, en dus heeft de overheid besloten uit voorzorg bij bouwplannen rekening te houden met de nabijheid van hoogspanningslijnen. In het geval van UMTS-zendmasten, waarvoor ook veel mensen huiverig zijn, is er ondanks alle beweringen van een luidruchtige antizendmastbeweging nog geen deugdelijk onderzoek geweest dat een oorzakelijk verband met gezondheidsklachten aantoont.

Mark Traa