Met vriendelijke groenten

De een neemt genoegen met een semiverse magnetronmaaltijd, de ander doet het voor niet minder dan een eigenhandig aan elkaar gekookt driegangenmenu. Toch zouden we meer aandacht moeten hebben voor ons dagelijks maal, zo vindt de organisatie van Beter Eten 2010. door Michiel Blijboom, foto’s Ilvy Njiokiktjien

Beter Eten.

Dat was me al vaak toegebeten. En meestal waren er in dat geval verse groenten in het spel, ten faveure van zompige snacks met een flink uitlekgewicht. Maar ook op een ander vlak is het credo Beter Eten wel aan mij besteed, zag ik toen ik bij het betreden van de Brabanthallen in Den Bosch mijn jas openritste. Die gelige vlek, op twaalf uur van mijn navel, moest een restant zijn van de kip tandoori van de avond ervoor. “Dat kan beter!” sprak ik mezelf à la Henk Gemser toe.

Beter Eten was ook de naam van de meerdaagse manifestatie waarvoor ik op de vroege zondagochtend naar Brabant was afgereisd. Beter Eten 2010, zoals het festijn voluit heette, was ‘hét real food festival van Nederland’, ofwel ‘een beurs voor beter en smakelijker eten’. “Als iets in ons bestaan een centrale positie inneemt,” zo begon de verantwoording in de speciale festivalkrant, “dan is het wel ons eten. Dag in, dag uit, ons hele leven lang is er de vraag: wat eten we vandaag? Het belang van eten blijkt wel uit het feit dat we zonder niet kunnen functioneren.”

Op die laatste zin moest ik even kauwen. En dan had ik nog niet eens de aansluitende regel geconsumeerd. “Eten bepaalt onze kwaliteit van leven.”

Ik moest aan Bobby Sands denken, de legendarische IRA-strijder die zichzelf in 1981 doodhongerde in de Maze-gevangenis van Belfast. Die laatste dagen moeten kwalitatief inderdaad niet zijn beste zijn geweest.

“Als voeding zo belangrijk is,” ging de organisatie verder, “waarom springen we er dan soms zo gemakkelijk mee om? Vaak kiezen we voor gemak en lijken we al tevreden als onze maag maar is gevuld. Met Beter Eten 2010 willen we mensen weer in contact brengen met voedsel dat ze kunnen herkennen.”


Geen lihanboutjes dus!

“Met producten die deugen, omdat ze op een duurzame, niet volledig geïndustrialiseerde manier zijn gemaakt. Met respect voor hun oorsprong en de omgeving waar ze uit voortkomen.”

Dat was volgens mij hetzelfde. Maar ik wilde niet lullig doen, zo op de vroege zondagmorgen.

“Vervaardigd door groente- en fruittelers, varkens- en rundveehouders en voedselverwerkers bij wie liefde voor het vak voorop staat.”

Dat laatste deed me deugd. Ik moet zeggen dat ik dol ben op bakkers en groenteboeren die fluitend naar hun werk gaan. Wat ik alleen niet snap, zijn slagers die hun zaak hebben opgevrolijkt met een illustratie van een lachend varkentje. Want tenzij hij louter rundvlees verkoopt, vált er voor dat varkentje helemaal niets te lachen! Maar vreemd genoeg kom je die grijnzende krulstaarten nou weer net níet bij een halal slager tegen.

En zo liep ik een beetje te mijmeren bij het betreden van de Brabanthallen. Die staan dit jaar trouwens op historische bodem. Want helaas Helmond, sorry Sassenheim en volgende keer beter Vlissingen: Den Bosch is dit jaar Hoofdstad van de Smaak. Daar hadden ze zelfs een woordspeling voor verzonnen: ‘s-Hertogenbosch Smaakmakend, een kreet die bewijst dat er in de reclamewereld nog genoeg brood te verdienen valt.

‘s-Hertogenbosch Smaakmakend was niet de laatste woordgrap die ik die dag moest slikken. Integendeel, meteen bij binnenkomst werd ik door een afvaardiging van edelhertenboerderij De Zonhoeve ‘hertelijk welkom’ geheten. Maar goed, ze serveerden er gratis hertenpaté en hertenworst bij, dus het was ze vergeven. Luid smakkend zegende ik hun kar, zodat die voortaan op ‘geweide grond’ stond. Maar die grap deed het alleen op papier, merkte ik.


Als de Brabanthallen vandaag een maag waren, dan zou het geknor tot inTilburg te horen zijn. Minder cryptisch: voor zulk een prestigieus evenement was de exhibitieruimte maar slecht gevuld. Ik besloot de eerste de beste aardbei om opheldering te vragen. Nee, natuurlijk was het geen echte aardbei, maar een meisje van een promotiebureau dat ietwat verloren rondliep in een carnavalesk vruchtenpak, op zoek naar mensen die met haar op de foto zouden willen, als tastbaar aandenken aan het spektakel Beter Eten 2010. “Eigenlijk is dit nog de drukste dag,” zei de aardbei, tamelijk verrassend. “Maar er is dan ook heel weinig reclame voor gemaakt, alleen een beetje in lokale kranten. Druk zal het wel niet meer worden: sommige standhouders zijn er al niet eens meer!”

Alsof dat nog niet erg genoeg was, liep er ook nog eens een dixielandorkestje door de zaal, aangevoerd door een man die via een megafoon It’s A Long Way To Tipperary zong. Ik kneep eens flink in m’n arm. Jammer.

Wie zich de kaas niet van het brood had laten eten en parmantig alle dagen op zijn krent was blijven zitten, was de vertegenwoordiger van de Stichting WereldDelen (jazeker, ook hier een woordspeling!), een club idealisten die ‘een stem wil geven aan iedereen die vindt dat een wereld zonder honger realiteit moet en kan worden’. Uit de statuten: “Stichting WereldDelen pleit voor een aanpassing van structuren en een mentaliteitsverandering, waarbij een wereld zonder honger het uitgangspunt wordt; waarin de rechten van de zwakkere als vanzelfsprekend ingebouwd zijn en zorg vooraf in de plaats komt van reageren en herstellen achteraf.”


Zware kost!

De man van de Stichting WereldDelen zat achter wat zich nog het best liet omschrijven als ‘een feestmaal bij Volkert van der G.’. Ik noteerde de volgende ingrediënten: 251 gram tarwe, 250 gram rijst, 284 gram maïs, 61 gram gerst, 71 gram diverse granen, 141 gram aardappelen, 166 gram knol-/wortelgewassen, 84 gram sojabonen, 25 gram peulvruchten, 369 gram groenten, 213 gram fruit, 15 gram noten, 76 gram suiker/zoetstoffen, 3 gram specerijen, 45 gram plantaardige olie, 267 gram melk en 27 gram eieren. Dat genoteerd hebbende, vroeg ik me ineens af of Volkert de melk en de eieren niet te ver vond gaan. Maar goed, die genoot voorlopig toch van water en brood.

De uitgestalde etenswaar, zo vertelde de man van de Stichting WereldDelen, verbeeldde de hoeveelheid voedsel die ‘iedereen elke dag te eten zou hebben als het allemaal eerlijk verdeeld zou zijn’. Hij liet er een berekening op los waar Einstein van gesmuld zou hebben. “In 2003 bedroeg de wereldproductie aan tarwe 575.942 maal 1000 ton en waren er 6,28 miljard wereldbewoners. Als je nou 575.942 x 10 tot de negende macht deelt door 365 x 6,28 x 10 tot de negende macht, dan kom je op 251 gram tarwe per hoofd van de wereldbevolking.”

“Behalve in een schrikkeljaar,” wilde ik zeggen, maar dat slikte ik bijtijds in.

Ondanks de tegenvallende publieke belangstelling viel er her en der nog best te lachen op Beter Eten 2010. Om Gaaikemaiaanse vondsten als ‘Volsmaakt’ en ‘Veel Luwe’ bijvoorbeeld. Om een vrouw met de tekst ‘Food & Fun’ die om haar imposante boezem gespannen zat. En om de kreet ‘Gerookte Rotterdammertjes: 4 stuks voor 5 euro’ die ik als Mokumer natuurlijk wel kon appreciëren. Helaas ging het om een bepaald type worst.


Of we kamelenmelk wilden proeven, kregen we bij een andere stand te horen. “Nee dank u, ik heb al twee bulten!” grapte een blonde vrouw naast me. En daar zat ‘m nou net de crux: in het logo van De Kamelenmelkerij uit Berlicum prijkt een dier met één bult. Een dromedaris dus. “In het buitenland wordt daar geen onderscheid in gemaakt,” zei de opperkamelenmelker – en daarmee zakte een potentiële polemiek in als een slecht gebakken soufflé.

Groot voordeel van het tegenvallende bezoekersaantal was natuurlijk het gegeven dat er nu meer eten overbleef voor degenen die wél naar Den Bosch waren getogen. Dus mondde een rondje proeven uit in een culinaire triomftocht. Een paar flinke notenkoeken met spelt van Bakkerij Bekkers, graskaas van de Petrus Hoeve (even een hapsnap tip: altijd flink aandrukken als je een gratis blokje kaas pakt, zodat een tweede er automatisch aan vast kleeft), duurzaam geteelde aardbeien van De Vennenhof, een stuk ambachtelijk gemaakt marsepein en – vooruit – nog wat kaas van de Petrus Hoeve, ditmaal afgemaakt met een klodder witte truffelmayonaise. Waarna er in de maag een historische veldslag ontstond.

Daar wel. Maar in de Brabanthallen bleef het rustig, qua wapengekletter. De mannen van de Compagnie van Brederode, ‘een groep huurlingen uit de woelige vijftiende eeuw’, zaten werk- en uitdrukkingsloos voor zich uit te staren. “Er zouden 30.000 bezoekers komen,” mokte een van de middeleeuwse figuren, terwijl hij de akelig lege tentoonstellingshal monsterde. En ze hadden het al zo moeilijk. De grootschalige evenementen van het Landelijk Platform voor Levende Geschiedenis (LPLG), waar ze altijd zo veel lol hadden, waren ook al niet meer wat ze geweest zijn. Die club organiseert eens in de zoveel tijd een manifestatie waarop verschillende momenten uit de vaderlandse geschiedenis tot leven worden gewekt. “Vroeger,” bromde een huurling, “was het leuk. Toen mocht je met de prehistorie de Tweede Wereldoorlog aanvallen. Maar dat snapte het publiek niet.”


En zo was het alom doorbijten, op Beter Eten 2010, een halfbakken beurs die desondanks naar meer smaakt. Want Beter Eten 2011 wordt vast beter te verteren.

import blijboom op pad