Politiek ontslakken

Kees Boonman bespreekt de toestand in Den Haag.

Ria Lubbers kon het ooit heel beeldend vertellen. Dat de chauffeur van Algemene Zaken haar man thuisbracht, mee naar binnen ging, de tas op tafel omkeerde en zei: “Die tas is van het ministerie, dus die moet weer mee terug.” En weg was-ie. En daar binnen zat opeens een ex-premier. Zonder tas. Hoe zou het met Jan Peter Balkenende zijn? En hoe zou het de andere ex-bewindslieden vergaan? Zou het ze lukken politiek te ‘ontslakken’? Of zouden ze in een diep zwart gat zitten, net als Yuri van Gelder? Opeens niet alleen elke ochtend, maar ook weer elke avond aan tafel zitten met je eigen familie. Geen kamerbeheerder die vraagt of er eten gehaald moet worden, geen staf om je heen die alles in het werk stelt om het leven draaglijk te maken. Altijd gereden worden, en plots zelf moeten rijden. Camiel Eurlings vertelde op zijn laatste ministeriële dag dat hij op het departement de vraag had gekregen wanneer hij z’n BlackBerry wilde inleveren. En hij moest ook nog naar een auto op zoek, want die had hij niet. Er zijn ex-ministers die soms maanden nadat ze uit dienst zijn gegaan nog dagelijks sms’en met hoofdrolspelers op het Binnenhof, in de hoop dat ze uit eerste hand antwoord krijgen op de vraag ‘gebeurt er daar nog wat?’ Dat zijn de zware gevallen.

Eimert van Middelkoop schrok toen hij op de dag van zijn aantreden hoorde dat hij zijn telefoon dag en nacht moest aanhouden. “Moet dat echt?” vroeg hij verschrikt aan zijn woordvoerder. Nu belt er niemand meer. Wim Kok was jaloers toen Ruud Lubbers na zijn vertrek weer gewoon een kantoor met een secretaresse had. Lubbers kon zich sowieso altijd al onkosten veroorloven. Kok wilde dat ook en slaagde er in ook ‘zoiets’ voor zichzelf te regelen. Nu kunnen oud-bewindslieden nog een jaar nadat ze uit dienst zijn gegaan beroep doen op de belastingbetaler en mogen ze een kantoor met een secretaresse bij Algemene Zaken aanvragen.


Ook al zit een nieuw bewindspersoon fris en monter ministerheerlijk achter het nieuwe bureau, de politiek blijft een riskant bestaan. Zo staat in het Handboek voor Aantredende Bewindspersonen – het blauwe boek – een waarschuwing: “Het verdient aanbeveling er rekening mee te houden dat de inrichting ook geschikt is voor de opvolger(s).” Het zwarte gat ligt dichter bij het Binnenhof dan soms wordt gedacht.

Kees Boonman