Tussen hoop & vrees

In eigen land is Obama’s charisma verbleekt, maar elders kan zijn ster nog stralen.

De Amerikaanse kiezers spreken op 2 november hun eerste oordeel over Barack Obama uit, en dat zal niet mals zijn. Enerzijds is zulks normaal, omdat het de meeste presidenten zo vergaat. Bill Clinton kreeg in 1994 bij zijn eerste test een terechtwijzing, die hem verplichtte deels het Republikeinse program over te nemen, wat hij met verve deed. Ook Ronald Reagan was na twee jaar niet de grote communicator die hij later zou worden. Maar Obama is geen normale president. Hij zou hope en change brengen, een omwenteling in de Amerikaanse politiek, en van die stemming is niets over. Erger, het vuur zit nu bij de Tea Party, een beweging die te hoop loopt tegen Washington, en voor wie Obama een vreemde overheidsmacht is die Amerika van zijn vrijheid berooft. Als dat de heersende stemming is, helpt het niet dat de president een record aan nieuwe wetgeving door het Congres heeft gekregen. Dan staat Obamacare voor een gebrek aan zorg voor wat Amerika werkelijk is.

Zelfs dan zou je kunnen zeggen dat Obama tegen de stroom in iets voor zijn achterban voor elkaar heeft gebokst, wat hoe dan ook een verdienste is. Maar dat is achteraf bezien, en Obama heeft nog een toekomst voor zich. Het klopt bovendien niet, want de Democraten beschikten de afgelopen twee jaar over een meerderheid in beide huizen van het Congres, en de erfenis van George W. Bush was niet zo rampzalig als wordt voorgesteld. De ineenstorting van Wall Street schiep een gunstig momentum voor vergaande overheidsbemoeienis, die nu als een boemerang op Obama terugslaat, maar die zonder de voorafgaande ontsporingen nooit had bestaan. Verder erfde Obama twee oorlogen. Daarbij wist Bush met een laatste krachtsinspanning onder leiding van generaal David Petraeus de al verloren gewaande oorlog in Irak alsnog een draai te geven, en was het Obama’s eigen beslissing om de aandacht weer naar Afghanistan te verleggen en daarvoor een met Irak vergelijkbaar strijdplan te kiezen. Dat was zonder Bush niet mogelijk geweest, zoals Obama zonder Bush ook nooit als de spreekwoordelijke anti-Bush tot president zou zijn gekozen. Die Bush is er niet meer. Obama staat er nu net zo eenzaam voor als zijn voorganger in 2007, met dit verschil dat zijn militaire adviseurs nu nog minder geloven dat de presidentiële strategie voor Afghanistan – waar media 2011 met troepenterugtrekking moet worden begonnen – zal werken en dat Obama nog maar moet zien of hij in 2012 wordt herkozen.


Dat het tij na alle Obamania van twee jaar geleden gekeerd is, ziet het Witte Huis ook. Er vinden personele wijzigingen plaats, en er waren al geruchten dat Joe Biden als vice-president door Hillary Clinton zou worden vervangen. Obama zelf hield het in een interview met The New York Times op communicatieproblemen. De heilzame kanten van zijn beleid zouden nog onvoldoende overkomen. Het is waar dat toen Obama zich inspande voor zijn zorgplannen, de meeste Amerikanen zich drukker maakten om hun baan. Ook heeft Obama belastingen verlaagd, als crisismaatregel om de nationale consumptie op peil te houden, alleen is dat vergeten. Erg overtuigend klinkt het niet, zeker niet voor een president die een communicator als Reagan had willen zijn. Het lijkt erop dat Obama de problemen van de meeste Amerikanen niet aanvoelt. Wat twee jaar geleden als ‘cool’ werd gevierd, heet nu ‘out of touch’. Obama mist de warmte van Clinton (‘I feel your pain’), wat het hem ook moeilijk zal maken om samen te werken met een Republikeins Congres. Clinton was daar briljant in en wist dankzij zijn persoonlijke populariteit zelfs het Lewinsky-schandaal te overleven. Nu zijn er Democraten die niet met hun president op de foto willen.

Velen hebben twee jaar terug hun wensen op Obama geprojecteerd en zijn nu teleurgesteld dat hij geen Verlosser blijkt. Dat was onvermijdelijk. Toch denk ik dat Obama nog niet echt de kans heeft gehad om te laten zien wat hij waard is. Daarvoor is een internationale crisis nodig. Daar hoopt niemand op, al zullen sommigen zeggen dat zo’n crisis tot nu toe dankzij Obama is uitgebleven. De handreikingen naar de moslimwereld waren tekenen van goede wil, maar zijn nergens opgepakt en door Iran zelfs afgewezen. Van Plan B is niets vernomen. Maar het is nooit helemaal uit te sluiten dat kwade krachten om een gewapend antwoord vragen, of dat Obama (zoals Reagan met Gorbatsjov) het geluk heeft dat de vijand ineens het licht ziet. Zo krachtig is het bewind in Iran niet, en waarom zou Osama bin Laden het eeuwige leven hebben? In eigen land is het charisma van Obama verbleekt en lijkt hij van een andere planeet afkomstig. Maar in de boze buitenwereld, waar het leven meer door vrees dan hoop wordt bepaald, kan zijn ster nog gaan stralen. Ik zou bijna zeggen: als Allah het wil.

import dirk jan van baar