Buitenaards

Stel, je loopt op een jazzfestival gezellig babbelend met een glas in de hand een aantal podia af. Wat je hoort is wat je kunt verwachten: een beetje bebop, een stukje fusion, een flard acidjazz – aangenaam, swingend, maar geen reden om te blijven staan. Dan hoor je plotseling iets wat je doet omkijken. Wat is dat? Je moet het weten, doorlopen is geen optie meer. Opeens voel je je als Odysseus die op zijn reis het gezang van de Sirenen hoort. De muziek van het Londense Portico Quartet heeft die kracht. Zoals alle goede dingen kwam het Portico Quartet bij toeval tot stand. Vier jonge mensen liepen op een festival rond en kochten bij een muziekinstrumentenstand een Hang. Een wat? Een Hang, een ufo-vormig instrument dat je het best zou kunnen omschrijven als een kruising tussen de Caribische steeldrum en een klankschaal. Het was de aankoop van dat magisch klinkende instrument dat saxofonist Jack Wyllie, bassist Milo Fitzpatrick, drummer-pianist Duncan Bellamy en de percussionist en bespeler van de Hang Nick Mulvey deed besluiten om een band te beginnen. Ze zien zichzelf als een ‘post-jazz indieband’, en als die term al iets wil zeggen, dan verwijst hij in ieder geval naar het bijna buitenaardse groepsgeluid. Tel Wayne Shorter, John Surman, Steve Reich en Bill Bruford’s Earthworks bij elkaar op en je krijgt het Portico Quartet. Het debuutalbum Knee Deep in the North Sea werd genomineerd voor de Mercury Prize en was het jazz-folk-world-album van 2007. Isla is weer zo’n hypnotiserend album dat je doet omkijken, waar je heel lang bij stil wilt blijven staan en waar je uren naar wilt luisteren.

Ruud Meijer