‘Dat hele moederschap vind ik wel meevallen’

In haar boek ‘Verwende prinsesjes’ rekent columniste, feministe en journaliste Elma Drayer (1957) af met de Nederlandse vrouwen. Ze werken te weinig, zijn te vaak economisch afhankelijk en vinden crèches slecht voor het kind. ‘Vrouwen denken niet na over het grotemensenbestaan.’

Tijdens de boekpresentatie van Verwende prinsesjes noemde rechtsfilosoof Andreas Kinneging ú de verwende prinses, omdat u volgens hem alleen maar dramt in uw boek, maar niet met harde bewijzen komt. Pijnlijk om te horen?

“Haha, nee hoor. Ik moest daar vreselijk om lachen. Ik weet precies hoe hij denkt en hij weet hoe ik denk. We staan gewoon heel anders in de wereld en kijken anders tegen deze problematiek aan. Hij komt steeds met ‘overweldigende’ bewijzen dat vrouwen van nature zus en zo zijn en dat ze daarom zo geschikt zijn om lekker thuis te blijven. Dat vind ik nonsens. Maar het is leuk dat hij het debat aangaat. Daar zijn vrouwen vaak te bang voor.”

In uw boek haalt u fel uit naar ‘de’ Nederlandse vrouwen. U noemt ze verwende prinsesjes die de keuzevrijheid gebruiken om afhankelijk te blijven. Dat nemen ze u waarschijnlijk niet in dank af.

“Natuurlijk niet. Ik krijg voortdurend boze moeders over me heen. Maar dat ben ik wel gewend. Het zou raar zijn als ik zo’n boek niet zou schrijven omdat ik bang ben voor felle reacties. Het is natuurlijk ook niet leuk als iemand zegt: ‘Ga eens aan de slag!’ Dat is zware kritiek en onaangenaam. Maar soms moet je een beetje polemisch zijn om je punt te maken. En dan worden mensen maar boos.”

U vindt het daarbij niet belangrijk wat mensen van u als persoon vinden?

“Nee. Je hebt er namelijk zo weinig aan bij het schrijven. Wat ik asymmetrisch vind is dat je tegenwoordig op internet anoniem maar van alles kunt roepen. Uit die hoek hoor ik nooit inhoudelijke argumenten. Ze schrijven dat ik vast zelf geen moeder ben, ze vinden me elitair, maken flauwe naamgrappen, hebben het over mijn kapsel of over dat ik stokoud ben. Heel vaak gaat het over uiterlijkheden. Blijkbaar moet je je mond houden als je blond en van zekere leeftijd bent en ook nog eens een parelketting draagt.”


Terug naar de verwende prinsesjes. Waarom dit boek en waarom nu?

“Ik heb zestien jaar bij Vrij Nederland gewerkt en als er een stuk moest komen over God, seks of vrouwen, keken ze altijd naar mij. Dat waren mijn stokpaardjes. Het leek me leuk mijn opvattingen daarover een keer bij elkaar te zetten. Als columnist schrijf je alleen maar korte stukjes. Het was heerlijk om weer eens langere verhalen te schrijven. Bovendien kom ik heel weinig mensen tegen die over deze kwesties net zo denken als ik.”

En dat heeft ook een reden, dat weinig mensen uw opinie delen.

“Natuurlijk. Maar daarom mag ik de mijne wel uitdragen, toch? Els Kloek beschrijft in haar prachtige boek Vrouw des huizes de geschiedenis van de huisvrouw in Nederland. Daarin lees je dat de Nederlandse vrouw al heel snel een bevoorrechte positie kreeg. Dat sla je niet snel uit haar systeem. In Nederland kijken de prinsesjes op een beetje onnozele manier tegen het bestaan aan. Hun kan niks gebeuren.”

Nederlandse vrouwen zijn naïef?

“Daar komt het wel op neer. Als er eenmaal kinderen komen, kiezen ze ervoor om thuis te blijven of ze gaan minder werken. Zelfs als ze geen kinderen hebben doen ze dat. Kennelijk denken ze dat het nooit tegen kan zitten. Dat hun kostwinner nooit arbeidsongeschikt wordt, werkloos raakt, onder de tram komt of ze verlaat. Of dat zij hem ooit zat zullen zijn. Ze geloven in een sprookje, terwijl het bij het grotemensenbestaan hoort dat je voor jezelf kunt zorgen. Vrouwen denken daar veel te weinig over na.”

Wat vinden de naïeve dames het pijnlijkst om te lezen? Dat ze volgens u zorgen voor kapitaalvernietiging omdat ze voor niks hebben gestudeerd, of dat ze gewezen worden op onzekerheden in hun toekomst?


“Ik denk dat het allemáál pijn doet. En het allerbeledigst zijn ze door wat ik schrijf over het moederschap. Want ze vinden het allemaal heel moeilijk en ingewikkeld om moeder te zijn. Terwijl ik dat hele moederschap wel mee vind vallen. En ik weet waar ik het over heb.”

Het was anders geweest als u zelf geen kinderen zou hebben?

“Ja, daar liep Heleen Mees een paar jaar geleden tegenaan. Er werd elke keer tegen haar gezegd: ‘Je hebt geen kinderen, je weet niet waar je over praat.’ Dat vind ik geen valide argument, maar dat kunnen ze mij in elk geval niet aanwrijven. Ik heb zelf een kind, en toen ik hertrouwde kreeg ik zelfs nog een tamelijk echt gezin. Daarvóór ben ik vijf jaar alleenstaand moeder geweest. Toen was ik helemaal blij dat ik genoeg verdiende om mezelf te redden en mijn hand niet hoefde op te houden.”

Toen werkte u ook gewoon fulltime?

“Nou, ik was net een dagje minder gaan werken omdat ik een boek wilde schrijven. En toen raakte ik geheel onverwacht en tot mijn vreugde zwanger. De eerste jaren heb ik die ene dag gebruikt voor het kind. Maar ik begon me dood te vervelen toen mijn dochter op school zat. Wat moet je doen, op zo’n vrije dag? Dus toen ben ik weer fulltime gaan werken. De journalistiek is natuurlijk ook heel flexibel. Je kunt ’s avonds en in het weekend veel doen.”

Maar het vak is ook erg onregelmatig, dus lastig bij de opvoeding.

“Nee, je moet het gewoon goed regelen en mensen in de buurt hebben. En omdat ik goede betrekkingen onderhield met mijn ex, was mijn dochter vier dagen in de twee weken bij hem. Daar propte ik ook alles in. Als ik op reportage moest, deed ik dat in die dagen.”


U schrijft dat het moederschap als heilig gezien wordt. Hoeveel tijd heeft u dan zelf in de opvoeding van uw kind gestoken?

“Niet veel. Ik ben erg betrokken geweest bij mijn dochter, maar niet op de hysterische manier zoals ik het nu bij moeders zie.”

U ging niet naar balletvoorstellingen?

“Natuurlijk wel. Elke viooluitvoering, hoe vreselijk ik zo’n zit ook vond, ik was er altijd. Dat hoort er nu eenmaal bij. Maar je hebt veel tijd over hoor, als je werkt. Er zit 24 uur in een dag. Dat is allemaal niet zo moeilijk.”

Hoe deed uw moeder dat, met zeven kinderen?

“Alle keren dat mijn moeder iets exclusief met mij alleen deed, kan ik op één hand tellen. Aan liefde was geen gebrek, maar ze was niet 24 uur per dag tot onze beschikking. Zo heb ik het eigenlijk ook gedaan. Kinderen zijn een deel van je bestaan, maar ze hoeven niet in het middelpunt te staan. Kinderen horen zich aan te passen aan hun ouders, en niet andersom. Opvoeden is tegenwoordig zo geproblematiseerd. Als er maar íets met het kind aan de hand is, moet er hulp komen.”

Dat móet toch ook?

“Nou, ik keer me tegen het therapeutiseren van al die zogenaamde aandoeningen. Een verlegen kind heeft tegenwoordig meteen een probleem. Wat is er mis mee als je verlegen bent? Dat is toch geen ziekte? Wat moet je tegenwoordig allemaal wel niet zijn als kind? Slim, sociaal, spontaan, sportief. Maar niet alle kinderen zijn dat. En die opvoedhysterie wordt versterkt door een hele industrie. Ik ben geen complotdenker, maar al die hulpverleners moeten natuurlijk ook hun boterham verdienen.”

In welke fase is het volgens u misgegaan met de moeders? U schrijft in uw boek dat de Nederlandse vrouwen in de Gouden Eeuw bekend stonden om hun bazige en ondernemende houding.


“Ik ben geen historica, maar in de negentiende eeuw is er een enorme trek naar binnen geweest. Dat had destijds met economie te maken. Dat heeft het altijd. Vrouwen uit de lagere standen konden zich het nog niet permitteren om thuis te blijven, maar het ideaal bleef bestaan. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het werkelijkheid en bleven bijna alle vrouwen echt thuis.”

En daar ergert u zich aan. Wat hoopt u met dit boek te bereiken?

“Daar maak ik me geen enkele illusie over, dat ik hier iets mee bereik. Je weet als journalist dat wat je schrijft de volgende dag in de kattenbak ligt. Dit boek ligt over een jaar bij De Slegte. Maar je hoopt natuurlijk dat sommige mensen er anders over gaan denken.”

Hoopt u toch niet stiekem op een politiek debat over de economische afhankelijkheid van vrouwen?

“Nee joh, nee. Dit is ook een té oud debat. Het speelt al zo verschrikkelijk lang.”

Maar dit debat over de verwende prinsesjes is nieuw.

“Er zijn in Nederland een miljoen vrouwen die nu wel werken, maar niet genoeg verdienen om zichzelf te kunnen redden. Dat vind ik persoonlijk veel. Maar nogmaals, het debat kan zo weer overwaaien. Dan heb ik in ieder geval de bevrediging dat ik het boek heb geschreven. Toen het af was, dacht ik: al leest alleen mijn moeder het, ik heb het op papier gezet en dat kunnen ze me niet meer afnemen.”

Bij Pauw & Witteman vorige week krabbelde u alweer wat terug van uw standpunt over de arbeidsplicht voor vrouwen.

“Nee hoor. Ik zei daar precies hetzelfde als ik in mijn boek betoog: het gaat mij niet om een wettelijke, maar om een morele arbeidsplicht. Een wettelijke arbeidsplicht is onhaalbaar, dat begrijp ik ook wel. Ik vind het nogal zorgelijk dat Nederland behalve die miljoen vrouwen met een piepklein baantje én een miljoen vrouwen met een uitkering, ook nog eens 800.000 vrouwen telt die honderd procent afhankelijk zijn van hun familie of partner. Daar zitten zo’n 17.000 meisjes van rond de twintig tussen die geen opleiding volgen en geen baan hebben. Ik vind dat we ons daar om moeten bekommeren.”


Wat zou u dan als eerste veranderen als u de baas van het land zou zijn?

“Dan zou ik sowieso alle financiële voordelen voor vrouwen die thuiszitten afschaffen. En de sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders onmiddellijk weer invoeren. Het vorige kabinet verving die plicht met een pennenstreek door een scholingsplicht. Maar een bijstandsmoeder die zegt ‘ik heb een kind met ADHD thuis’ kan daar in de praktijk zo onderuit. In het nieuwe regeerakkoord staat een zinnetje over ‘beperken van de vrijstelling van sollicitatieplicht’. Als dit kabinet daar werkelijk ernst mee maakt, dan zou het debat heel hoog kunnen oplaaien.”

In welk land lopen volgens u de minste prinsesjes rond?

“In de Scandinavische landen. Als je kijkt naar de Global Gender Gap Index dan zie je dat die landen veel vrouwen op de arbeidsmarkt hebben. Nederland dondert naar beneden. Maar in Scandinavië zijn weer andere bezwaren: daar is het zwangerschapsverlof zo ellendig lang. Je bent als moeder veel te lang weg van de arbeidsmarkt. Heel veel vrouwen werken er in overheidsdienst omdat het bedrijfsleven daar terecht geen zin in heeft. Tja, Utopia bestaat niet. De wereldvrede bestaat ook niet. Maar dat betekent niet dat je er niet naar mag streven.”

Tussen alle kritiek op moeders door zegt u ook iets over emoties op de werkvloer. ‘Gewoon je vermannen’ is hierbij uw motto. Zelf weleens een traantje gelaten op de werkvloer?

“Ik heb bij Trouw ooit één keer in het openbaar gehuild. Dat was toen ik daar het telefoontje kreeg dat mijn vader was gestorven. Ja, toen ben ik wel in snikken uitgebarsten. Ik heb wel gehad dat ik tranen van woede voelde opkomen, maar het is me gelukt ze op tijd in te slikken. Ik had ooit een collega die met grote regelmaat in snikken uitbarstte. Dat moet je niet doen als vrouw, dat is dom. Zo word je nooit serieus genomen. Vrouwen betrekken kritiek op een stuk ook altijd op zichzelf. Terwijl mannen eerder denken: dan doe ik het toch over. Maar zij kunnen ook veel van ons opsteken, hoor.”


Elma Drayer: Verwende prinsesjes, portret van de Nederlandse vrouw. De Bezige Bij, €17,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Noortje Beumer