De radicale draai

Bij aanvang van het proces tegen Geert Wilders in januari was het voor de verslaggevers een uitgemaakte zaak: de politicus moest hangen. Tien maanden en een kabinet later zien diezelfde journalisten geen enkele grond meer voor een veroordeling.

Op de eerste, ijskoude dag van het proces beland ik aan de verkeerde kant van de dranghekken. Het Amsterdamse Hof is veranderd in Kamp Holland. Belangstellenden worden in identificatiesluizen gescreend, in de lucht cirkelen helikopters en langs de weg wordt gepatrouilleerd. Maar er doet zich geen enkel incident voor.

Ik draai me om en zie zo’n 250 sympathisanten van Geert Wilders met keurig voorgedrukte spandoeken warme chocomelk drinken en kletsen met de politie. Er wordt getrakteerd op muffins van de Bagels & Beans op de hoek. Omdat ik tegen het hek sta naast protestborden met ‘Voor vrijheid, tegen islam’, wil stadszender AT5 mij interviewen. “O, je bent journalist,” zeggen ze teleurgesteld, “pas maar op, je staat tussen neonazi’s! Van iedereen worden foto’s gemaakt!”

Reporters van de NOS doen hun best om aan een stel uit Brabant racistische kreten te ontlokken – ze zeggen ze zelfs voor – maar het lukt niet. Het gaat de twee ‘om de vrijheid van meningsuiting, en als onze Geert wordt veroordeeld, dan houdt het op, hè’. Een reporter van de NOS vindt dat niet het juiste antwoord: “Kom,” zegt hij chagrijnig tegen zijn cameraman, “naar die vent met z’n ‘Geert Akhbar’-spandoek. We zullen ze krijgen!”

De ME en de Wilders-watchers zijn verdwenen. Ik zit naast Fleur Agema en Martin Bosma. De sfeer in de rechtbank is grimmig. De Anne Frank Stichting heeft Wilders net tot rechts-radicaal verklaard, ‘of extreem-rechts, dat is inwisselbaar’. In de pauze staan de acht PVV-Kamerleden die het proces tegen hun voorman trouw volgen in de hoek van de hal, terwijl de pers samendromt rond Mohamed Rabbae, die aangifte tegen Wilders heeft gedaan, en de advocate Els Lucas. De verslaggevers stemmen kritiekloos in met hun ‘perfect geformuleerde aanklacht’. “Het wordt eens tijd!” roept er een.


Terug op de tribune hoor ik rechtbankvoorzitter Jan Moors beslissen dat de politicus Geert Wilders geen immuniteit geniet en voor alle aanklachten terecht zal staan. Zonder onderbouwing schrapt hij vijftien van de achttien getuigen die Wilders wilde laten oproepen, tot verbijstering van Wilders zelf.

Na afloop zegt een dame van de NOS: “Die Wilders moet niet zo zeuren. Al die getuigen kosten handenvol tijd en geld. Hij krijgt al erg veel zittingsdagen. Terwijl het een vrij simpel proces is.” “Maar zo’n veroordeling moet wel netjes gebeuren,” zegt een EenVandaag-reporter, “een martelaar is niet handig.” “Nee,” beaamt een ander stel journalisten: “Hij mag er niet bij winnen.”

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart krijgen PvdA en CDA forse klappen en boekt de PVV succes in Almere en Den Haag. Na de Kamerverkiezingen van 9 juni stoot Wilders, wiens PVV inmiddels 24 zetels heeft door naar het centrum van de macht. Tegen de tijd dat het proces wordt hervat, is het kabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van Wilders’ PVV, bijna rond.

De eerste dag van de inhoudelijke behandeling van de zaak duurt kort, door een uitglijder van rechtbankvoorzitter Jan Moors: “Het wordt u verweten dat u goed bent in het poneren van stellingen, maar vervolgens de discussie uit de weg gaat. Het lijkt erop dat u dat hier vandaag ook weer doet.”

Ik zit in de afgeladen zaal naast journalisten van Trouw, De Telegraaf en reporters van de NOS en EenVandaag. Ze houden hun adem in als Moszkowicz de rechters wraakt. De EenVandaag-reporter verzucht: “Terecht. Wat die Moors zegt, kan echt niet.” “Inderdaad,” zegt de Trouw-verslaggever, “Moors lijkt partijdig.”


Als we de zaal verlaten, worden Rabbae en de advocaten Lucas, Ties Prakken en Michiel Pestman totaal genegeerd. Alle aandacht van de pers gaat uit naar de inmiddels 23 PVV-Kamerleden die Wilders komen steunen. Ze worden nu geïnterviewd zónder valse ondertoon. In de stampvolle Bagels & Beans wordt door journalisten, PVV’ers en de Arabist Hans Jansen hevig gediscussieerd. Het gaat niet meer over de verwerpelijke opvattingen van Wilders, maar over de kansen van het kabinet. “Is een veroordeling van Wilders eigenlijk wel zo slim?” vraagt een RTL4-reporter.

Het wrakingverzoek dat Moszkowicz de vorige dag heeft ingediend, is binnen tien minuten afgewezen. Maar de Telegraaf-journaliste wordt door Trouw, de Volkskrant en Het Parool bestormd vanwege het voorpaginanieuws van haar krant over de poging van voormalig minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, om het Openbaar Ministerie tot vervolging van Geert Wilders te laten overgaan. “Ongelooflijk, dit begint echt te stinken,” zegt de Trouw-journalist. Een uur na de schorsing van het proces maken de twee dissidente CDA’ers, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, hun draai. Het kabinet, dat door Wilders gedoogd zal worden, kan er nu komen.

Als kinderen in een schoolklas zitten alle journalisten op hun vaste plekken. De sfeer is hartelijk. Er wordt gezwaaid, ook naar de PVV’ers op de tribune. Ook Wilders zelf is minder gespannen. Voor de vertoning van Fitna glijdt rechter Moors alweer uit. Nu zegt hij tegen een vrouw die Wilders’ film weigert te bekijken: “Dat kan ik me voorstellen.” Advocaat Moszkowicz reageert kregelig: “Ik kan me niet voorstellen dat u dat zegt.” Om me heen wordt instemmend geknikt.


Na afloop zegt de Trouw-journalist verbouwereerd: “Ik zie Fitna voor het eerst, en ik moet zeggen: een verdedigbare interpretatie.” Ook de verklaringen van getuigen Hans Jansen, Simon Admiraal en Wafa Sultan maken indruk. Admiraal stelt onder meer: “Nederland is een islamitisch missieland, en niet het enige,” en: “Alle Koranverzen in Fitna zijn correct vertaald.” De Trouw-journalist zegt: “Mensen zijn gekwetst, maar dat is nog geen reden om Wilders de mond te snoeren.”

In de pauze zit ik op het terras naast Els Lucas, die wordt geïnterviewd door reporters van Nieuwsuur. Lucas is vooral erg boos – het OM toont geen morele verontwaardiging, het stelt geen vragen aan de getuigen en benadert de klagers kil. “Ontluisterend, alsof ze nooit heeft bedacht dat een andere opvatting ook verdedigbaar is,” zegt de Nieuwsuur-reporter later. We passeren Rabbae. Hij maakt een verloren indruk. Alsof hij niet meer in deze nieuwe realiteit past.

Uiterst precies demonteren de aanklagers Velleman en Van Roessel de juristerij van het Amsterdams Hof. Het OM trekt twee hoofdconclusies: zelfs Wilders’ Koran- en Mein Kampf-vergelijkingen zijn “functioneel voor het debat”, en: “Wilders heeft geen intrinsiek conflictueuze tweedeling veroorzaakt”. Het OM eist volledige vrijspraak. De pers is het er mee eens.

“Je moet er toch niet aan denken dat Wilders’ vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt,” merkt de Nieuwsuur-reporter op, “straks zijn wij aan de beurt.” Het is goed dat het OM die hele waarheidsvinding overboord gooit, meent de Trouw- journalist. “Anders krijg je een gek soort theologisch oordeel over de Koran. Deze strikt juridische benadering is de enige juiste.” Alleen de NRC-correspondente houdt vol dat de vrijheid van menings-uiting moet worden beperkt zodra mensen zich gekwetst voelen. Ze wordt meewarig aangekeken.


De dag van de benadeelde partijen verloopt chaotisch. De advocaten Nico Steijnen en Mohammed Enait zijn meelijwekkend onkundig, en het moreel appel van hun collega’s Ties Prakken en Michiel Pestman slaat dood. Mohamed Rabbae, een van de klagers, is zo eenzijdig positief over Marokkanen en negatief over Wilders en diens achterban, dat er achter mij hardop wordt gefluisterd: “Als er iemand intrinsiek conflictueuze tweedeling zaait, dan is het Rabbae wel.” Er wordt gegrijnsd.

Nadat Moszkowicz een tweede wrakingsverzoek heeft ingediend, ditmaal omdat de rechtbank de arabist Hans Jansen niet wil horen over een etentje waarbij raadsheer Tom Schalken hem zou hebben proberen te beïnvloeden, klitten de journalisten weer bij elkaar. “De vooringenomenheid van de rechtbank is opnieuw bewezen,” zegt De Telegraaf-verslaggeefster.

Als die middag het wrakingsverzoek inderdaad wordt ingewilligd, gaat er een zucht van verlichting door de zaal. Rabbae, Pestman en Prakken benen woedend weg. Tot de journalisten dringt het langzaam door dat over zes maanden alles opnieuw begint. “Het is gek gelopen,” zucht de reporter van EenVandaag.

Arthur Legger