Elton John & Leon Russell: Gered van de vergetelheid

George Benson kreeg een Grammy voor This Masquerade, Donny Hathaway scoorde een monsterhit met Song for You, maar bijna niemand weet dat deze klassiekers werden geschreven door de versleten en nagenoeg vergeten Leon Russell. Maar met Elton John als reddende engel lijkt die tijd voorbij.

Even gierden de eindexamenzenuwen ons weer door de keel, even waren we weer terug in de aula van de middelbare school, waar een vijftigtal leerlingen bijeen gedreven was om de luistervaardigheidsproef Engels af te leggen. Vooraan, op het podium, de strenge surveillant die op voorhand al had laten weten dat het minste of geringste uitgesproken woord tot uitsluiting zou leiden. Zo was de sfeer ongeveer tijdens de internationale luistersessie van The Union, het album dat Elton John opnam met de zo goed als vergeten rock-legende Leon Russell. De surveillant, Rolling Stone-journalist Paul Gambuccini, riep op tot respect voor de musici en zag er streng op toe dat alle aanwezigen, met de gekopieerde songteksten in de hand, de volledige 63 minuten en 3 seconden devoot zwijgend naar veel te harde muziek zouden luisteren.

Gelukkig was de Electric Cinema, een luxe bioscoop aan de Londense Portobello Road, een stuk comfortabeler dan de gemiddelde aula. De lage, lederen fauteuils met voetenbankjes nodigden – zeker na de inname van de gul gedistribueerde alcoholische versnaperingen – zelfs uit tot het knappen van een uiltje, een mogelijkheid waar hier en daar dan ook dankbaar gebruik van werd gemaakt. En dan ineens is hij er: de zichtbaar nerveuze Elton John, een klein, wat dikkig mannetje, de popster die nu eens een keer niet larger, maar smaller than life blijkt te zijn.

Voor het openbare interview op het podium schuift Sir Elton aan bij de Rolling Stone-coryfee, een ijdeltuit die er een heuse Paul Gambuccini Show van maakt. Daarna is er gelukkig ook nog ruim de tijd voor persoonlijke vragen aan een van de monumenten van de Britse popmuziek.


Het zaadje voor The Union werd geplant tijdens The Spectacle, het televisieprogramma van Elvis Costello, waarin Elton John vertelde over zijn leven en werk. Op een gegeven moment vroeg Costello aan John wie volgens hem de drie meest onderschatte c.q. vergeten songwriters waren. Elton John noemde de namen van Laura Nyro, David Ackles en Leon Russell.

David Furnisch, Johns levenspartner, had van geen van drieën ooit gehoord, dus zette hij hun platen op zijn iPod. Tijdens Elton Johns jaarlijkse safari in Afrika zat Furnish naar een plaat van Russell te luisteren toen Sir Elton, geheel impulsief, besloot om de oude Russell een belletje te geven. Hij had de getalenteerde pianist, gitarist, zanger en songwriter in 25 jaar niet meer gesproken, dus de man met de zilveren manen was op zijn zachtst gezegd nogal verrast. Hij vertelde hem eerst over de plaat die hij ging maken met Billy Joel en hij vroeg of Russell daar ook een paar nummers voor wilde schrijven. Vijf minuten nadat hij had opgehangen, belde hij nog een keer met de mededeling dat een paar nummers niet genoeg zouden zijn: eigenlijk wilde hij een plaat met Russell zélf maken.

De vraag dringt zich op waarom Elton John (1947) juist met Russell (1942), een man die iedereen allang vergeten was, een album wilde opnemen. “Ik wilde gewoon dat hij de laatste jaren van zijn leven kon slijten met het eerbetoon dat hij de afgelopen dertig jaar gewoon niet heeft gehad,” antwoordt de man die tijdens zijn leven misschien wel meer eer en erkenning heeft gekregen dan hem toekomt. “Ik dacht: als ik al een nieuwe plaat ga maken – ik heb al zo’n veertig albums gemaakt – dan zit de wereld niet bepaald te wachten op het zoveelste album van Elton John. En ik hoef ook niet meer zo nodig nóg een plaat te maken, tenzij het iets bijzonders is, iets wat gelijktijdig oud en modern klinkt. Ik wilde de tracks weer live opnemen met een band, analoog in plaats van digitaal, iets wat Neil Young al jaren tegen me zegt: maak de plaat die je wilt maken! Toen ik mijn vriend David in Afrika naar Russell hoorde luisteren, wist ik ineens dat dát de plaat was die ik als geen ander zou willen maken.”


In 1973 kruisten de paden van Leon Russell en Elton John elkaar voor de eerste keer. Russell had samen met zijn zakenpartner Dennis Cordell zijn eigen label Shelter Records opgericht. Nadat Russell de muziek van Elton John had gehoord, ondernam hij een poging om hem voor zijn label te tekenen. Russell ging naar John luisteren in The Troubadour, een kleine folkclub in Los Angeles. Ondanks het feit dat de Brit bezig was met een tournee die zijn doorbraak in Amerika zou betekenen, koesterde hij nog steeds een nederige bewondering voor zijn Amerikaanse idool. John: “Ik zat de tweede avond net in het midden van het nummer Burn Down the Mission toen ik vanaf het podium naar beneden keek en die zilverkleurige manen zag – ik deed het bijna in mijn broek. Russell zag eruit als een kruising tussen God en Mozes. Het was zo intimiderend. Hij zag er ongelooflijk uit, en dat doet hij nog steeds. Hij droeg altijd van die Ray-Bans met spiegelglazen. Hij was geen man die je over het hoofd zag – en dat is hij nog steeds niet.”

Kan Elton John zich nog herinneren wat zijn fascinatie voor Leon Russell destijds heeft getriggerd? “Ik denk dat dat zijn manier van pianospelen was,” antwoordt hij stellig. “Er waren natuurlijk wel meer goeie pianisten, maar hij had iets bijzonders. En dan hoe hij eruitzag! Ik zag hem voor het eerst spelen bij Delaney en Bonnie, en daarna bij de Mad Dogs & Englishmen-tour van Joe Cocker. Country, folk, gospel – hij speelde het allemaal. Precies die stijlen waardoor ik ook werd beïnvloed.”

Een jaar later gingen ze samen op tournee: Russell als hoofdact met John in het voorprogramma. En hoewel het Elton John was die tijdens een concert in de legendarische Fillmore East de show stal, herinnert de Brit zich dit concert heel anders. “De mensen waren echt niet voor mij gekomen,” verklaart hij bescheiden, “Ze kwamen allemaal voor Leon. Ook Bob Dylan. Dat was trouwens de eerste keer dat ik Dylan ontmoette – ik was helemaal betoverd. Zij waren dikke vrienden. Leon had A Hard Rain’s a-Gonna Fall met hem opgenomen.


“Iedereen kwam voor hem. Leon had als studiomuzikant op zo goed als alle Phil Spector-platen en op de meeste Beach Boys-platen gespeeld. Voor dit album kwam Brian Wilson naar de studio om mee te zingen op het nummer When Love Is Dying. Leon en Brian ontmoetten elkaar buiten op de stoep en hebben elkaar daar ongeveer anderhalve minuut staan omhelzen. Stevie Nicks, die ooit nog eens een ouwe piano van hem had gekocht, Grace Jones, Ringo Starr – allemaal kwamen ze langs in de studio.”

Als Leon Russel zo veel vrienden had, hoe kon het dan gebeuren dat iedereen hem toch was vergeten? John: “Hij is gewoon van de radar verdwenen. Toen ik hem opbelde vanuit Afrika, vroeg ik hem ook wat-ie al die tijd had gedaan. Hij antwoordde: ‘Rondgereden in een bestelwagen die steeds maar kapot ging, proberen optredens te regelen, geld verdienen om de huur te betalen…’ Ik weet ook niet wat er is gebeurd. Foute agenten? Foute managers? Natuurlijk heeft het ook alles te maken met het faillissement van zijn eigen platenlabel, Shelter Records.

“Ik herinner me nog dat hij alle rechten van zijn songs is kwijtgeraakt. Dat was in de jaren zeventig, en ik was daar toen al behoorlijk kapot van. Toen dacht ik: al kon ik alleen de rechten van Song for You maar voor hem terugkopen. Daar had hij al van kunnen leven – dat nummer is zó vaak gecoverd. Nu zijn de rechten van al zijn songs in handen van EMI. We proberen om in ieder geval een deel van de rechten weer in handen van Leon zelf te krijgen, zodat hij in de toekomst weer wat kapitaal heeft om op terug te vallen. Alleen deze plaat maken is gewoon niet genoeg.

“Leon heeft destijds gekozen voor het snelle geld, maar uiteindelijk is hij natuurlijk belazerd. Dat gebeurde wel vaker. Ook Nina Simone is daar een voorbeeld van. Op het moment zelf lijkt het geweldig, maar wanneer je wat ouder wordt, heb je ineens niks meer. Je hebt geen recht meer op de royalty’s, dus de enige manier om geld te verdienen is optreden. Dat wil ik dus veranderen. Ik wil hem in de Rock and Roll Hall of Fame krijgen. Ik wil dat hij zich voor de rest van zijn leven geen zorgen meer hoeft te maken over geld, zoals hij dat tot dusver wel heeft moeten doen. Hij wist soms niet hoe hij de eindjes aan elkaar moest knopen. Hij speelde op plaatsen die je niet eens meer een club of een podium zou kunnen noemen. Zijn vrouw zei tegen me dat hij de moed min of meer had opgegeven, maar dat dit project hem weer tot leven heeft gebracht. Dat hij nu weer zo verschrikkelijk geestig was, dat ze mij zo dankbaar waren.”


Leon Russell wilde ook iets terugdoen voor Elton John, maar wat geef je een man die zes huizen met volledig personeel bezit en meer geld heeft dan wie dan ook? Het enige wat hij kon bedenken, was het schrijven van een song als dankwoord: In the Hands of Angels. Elton John herinnert zich het moment nog dat Russell hem die song voor het eerst liet horen. “We zaten met z’n allen in de controlekamer en we werden allemaal emotioneel. Ik ben naar buiten gegaan en heb m’n tranen gedroogd. Toen ik weer binnenkwam, keek hij me recht in de ogen en zei: ‘Bedankt dat je mijn leven hebt gered.’ Dat was een van de meest emotionele momenten die ik in mijn leven heb meegemaakt. Deze man is nooit bitter geweest over het feit dat hij in de steek gelaten is. Ik vond het geweldig om te zien hoe hij door de genegenheid van de mensen die hem bewonderen ineens uit zijn isolement kwam, als een gezonder, grappiger en zelfverzekerder mens.”

Toch ging het vlak voor de opnamen van het album nog bijna mis. John: “Een week voordat we aan het album begonnen, is hij naar Los Angeles gevlogen voor een vijfenhalf uur durende operatie: er kwam ruggemergvocht door zijn neus naar buiten gelopen. Het was een zware operatie, maar binnen een week zat hij alweer drie uur per dag in de studio. Daarna speelde hij met T-Bone en mij op het MusiCares Person of the Year 2010 Festival, dit jaar gewijd aan Neil Young. We deden Helpless, en Crosby, Stills & Nash waren er ook. Stephen Stills kwam na afloop naar ‘m toe en zei: ‘Man, waar heb jij gezeten?’ Dat was het moment dat hij doorkreeg dat hij nog lang niet vergeten was.”

Had Leon Russell dezelfde carrière kunnen hebben als Elton John? Sir Elton moet daar even over nadenken, en dan: “Misschien. Het is vaak toch een kwestie van geluk en the right time and the right place. Hij had zeker een productievere carrière kunnen hebben. Ik weet niet waar het in 1973 fout is gegaan, of het drugs of andere dingen waren: ik heb het hem niet gevraagd. Maar goed, de muziek verandert, trends veranderen – dat zou het ook kunnen zijn. Anderzijds, wanneer je het talent hebt om fantastische nummers te schrijven, moet je dat kunnen blijven doen, zou je zeggen. This Masquerade is een van de beste songs ooit geschreven. Ik weet ook niet hoe ik mijn carrière aan de gang heb kunnen houden met al die drugs die ik heb gebruikt. Als ik mijn werk niet was blijven doen – en waarschijnlijk is m’n werk uit die tijd niet echt goed – dan was ik waarschijnlijk dood geweest. Ik was dol op werken, ik denk dat het dat was. Ik heb een enorme drijfveer en ben bovendien erg ambitieus.”


Op de vraag wat hij de grootste prestatie in zijn veertigjarige loopbaan beschouwt, zegt hij verontschuldigend: “Dit is een ontzettend saai antwoord, maar toch: stoppen met drugs. Dat gebeurde in 1990. Ik had er echt een zooitje van gemaakt. Toen ik eenmaal het besluit had genomen, was het niet moeilijk om te doen. Die beslissing heeft m’n manier van leven en denken veranderd en heeft de weg geëffend naar een relatie met iemand van wie ik hou. Dat zou niet gekund hebben met mijn oude, onvolwassen levensstijl. Natuurlijk zijn er ook fantastische andere dingen gebeurd in mijn leven. Maar dit was het belangrijkst, omdat ik daardoor een ander mens ben geworden.”

Heeft Elton John soms weleens het gevoel dat hij eigenlijk maar beter op kan houden met muziek maken? Zei hij zelf niet dat er écht niemand meer op een nieuw Elton John-album zit te wachten? “Nee, nooit,” zegt hij resoluut. “Ik ben alleen kieskeuriger als het erom gaat wát voor muziek ik nog wil maken. Ik wil alleen nog maar platen maken zoals Bob Dylan of Neil Young die maken. Ik zit in diezelfde leeftijdscategorie. Platen die passen bij mijn manier van pianospelen. Ik luister nog naar van alles, hou van bands als Hot Chip, Robyn, elektronische muziek… Maar wanneer ik zelf dat soort muziek zou maken, zou ik mezelf een beetje verloochenen. Ik zou niet eens weten hoe dat moet! Daar zou ik dan weer een heel goeie producer voor nodig hebben. Maar goed, dan zou ik weer popmuziek gaan maken, en dat wil ik juist niet meer. Ik ben 63, dus mij vragen ze niet meer voor Top of the Pops. Daarnaast háát ik videoclips. I fucking hate them! “

Ruud Meijer