‘Ik was een amateur’

Hij heeft een rage ontketend met zijn waveboard. Inmiddels draait Abel Vegter (1983) jaarlijks een omzet van zo’n twaalf miljoen euro met zijn bedrijf StreetSurfing, al was het de eerste jaren doorbijten. ‘Er zijn momenten geweest dat ik eigenlijk beter had kunnen stoppen.’

Bij de eerste container ging het al mis, drie jaar geleden. Tweeduizend waveboards waar allemaal scheurtjes inzaten. De winkeliers bleven bellen met klachten – helemaal in paniek was ik. Ik heb zo ontzettend veel tegenslagen gehad in het begin.

Ik ben van oorsprong een wakeboarder en was Nederlands kampioen. Zo heb ik ook het waveboarden ontdekt in Amerika, waar ik was voor een wedstrijd. In een shopping mall heb ik zo’n waveboard gekocht. Eenmaal terug in Nederland kreeg ik veel leuke reacties, onder anderen van mijn neefjes. Ze vonden het prachtig om te doen. M’n vader zei: ‘Je moet er een paar kopen om hier weer te verkopen, da’s leuk.’

23 was ik, en student. Ik heb gewoon meteen een mail gestuurd naar de patenthouder van het product: hoe zit het met distributie in Nederland en eventueel in andere Europese landen? Ik had best een grote mond eigenlijk. Kreeg ik een mail terug van een kerel in Zwitserland – hij was Europees manager van StreetSurfing. Een hele lijst van voorwaarden zat erbij; ik zat te klapperen met m’n oren. Zóveel eisen! Minimale afname was één container, 2000 waveboards, winkelprijs zo’n 130 euro. Een maand later moest je nog een container afnemen, en zo stond er een hele lijst. Ook het scholenprogramma zat erbij. Dat ik de waveboards moest introduceren op basisscholen. Maar als ik iets wil, dan moet alles wijken, dus ik ging ervoor.

De banken lachten me uit toen ik 60.000 euro startkapitaal wilde lenen. ‘Wat hebt u voor zekerheden?’ Nou, eh, geen. ‘Een huis?’ Nee, ik had niks, behalve mijn studiefinanciering. Na zo’n vijf keer nee heb ik investeerders gezocht. Tijdens het wakeboarden werd ik vaak gesponsord en een van die mensen wilde wel 29.000 euro investeren. Mijn ouders deden mee en nog wat mensen. Uiteindelijk heb ik 60.000 euro bij elkaar gesprokkeld en een BV opgericht. Toen zwaaiden de deuren van de banken open.


Ik heb een container gekocht en ben langs scholen gegaan. In Nederland hebben we er inmiddels zo’n 2000 gehad, waarvan ik er zelf naar 200 ben geweest. Dan zijn we er een uur bezig met boards en helmen om één klas inclusief leraar uit te leggen hoe het werkt. We laten zestien boards een week daar, zodat de hele school een beetje kan oefenen. In het begin verkochten de waveboards alleen in de provincies waar we waren geweest. In Almere bezochten we bijvoorbeeld 250 scholen. Daar ging het als een speer met de verkoop: van niks naar honderden boards. Maar de rest van Nederland lag op z’n gat. Als ik nu naar mijn businessplan kijk, zie ik dat het begin veel te optimistisch was.

Ik begon geld te lenen dat meteen in m’n bedrijf verdween. Stapje voor stapje dook ik steeds dieper in de schulden. Er blééf maar geld ingaan, het hield niet op. 300.000 euro schuld, dat verdien je van je leven niet terug. Zoiets vreet aan je. Ik wilde het ook per se goed doen voor alle mensen die er geld in hadden gestoken. Het bedrijf slokte me echt op; ik ging er nog net niet aan onderdoor.

Ik had ook problemen met de distributeurs. Dan had ik geen voorraad meer, maar wel heel veel orders, en lagen er containers in Amsterdam die niet doorkwamen omdat ik niet genoeg geld had, terwijl ik wel een goed verleden had qua betalen. Ze zagen me als een beginneling, een amateur. En ja, dat was ik natuurlijk ook, maar het was frustrerend dat ze me totaal niet serieus namen.

Met mijn eerste aandeelhouder, Christiaan Hageraats, heb ik vaak ’s avonds gebeld. ‘Godverdomme, dat gezeik de hele dag.’ Daar begin ik dan mee: even schelden en iedereen vervloeken, en dan ga ik weer door. Mijn oplossing is dan gewoon heel hard werken. Van ’s ochtends acht tot ’s avonds elf uur zat ik aan m’n laptop. Ook nu nog doe ik dat. Mijn vriendin Lianne, met wie ik nu twee jaar samen ben, baalt er weleens van. Ook al trekt ze me er wel achter vandaan als het te erg wordt. Maar ik vind het gewoon zo ontzettend leuk, continu beslissingen nemen. Een nieuwe prijs introduceren, van 130 naar 99 euro voor de kerstperiode, nieuwe producten inkopen: dat zijn vrij intense dingen. En natuurlijk ben ik nu trots op het succes. Ik heb zoveel momenten gehad waarop ik had moeten stoppen.


Toen ik net met Lianne samen was, had ik nog weleens stress dat er helemaal geen geld was. Maar toen kwam ook de eerste klapper: de Bijenkorf kocht zestig boards. Tot die tijd waren het er steeds een stuk of drie. Inmiddels heb ik er 300.000 verkocht, maar toen was die bestelling al fantastisch. Feestvieren? Nee, dat deed ik toen niet. Ik heb nog nooit mijn succes gevierd. Zelfs niet toen ik een belangrijke rechtszaak tegen de verkoop van namaakboards heb gewonnen. Daardoor hield ik de hele markt voor mezelf, het beste wat er ooit is gebeurd. Twee jaar geleden was dat. Als ik die had verloren, was er niks meer geweest. Er zijn nog steeds veel nepboards die je via internet kunt kopen. Elke keer verzinnen ze weer een nieuwe manier. Ik probeer er wel tegenin te gaan; duizenden boards per week worden tegengehouden in de Rotterdamse haven. Maar dat is slechts een fractie van wat er tóch doorkomt. Maar ze liggen niet in de winkels, dus de markt wordt niet verziekt. Dat is wat we met die rechtszaak hebben bereikt.

Dat ik laatst de Student Ondernemersprijs 2010 won, heeft me meer googlehits opgeleverd dan de rest bij elkaar. Toen ik genomineerd was voor die prijs, moest ik voor het eerst van m’n leven een cv opstellen. Een half A4’tje werd het. Mavo, havo, mbo internationale handel en groothandel en een studie commerciële economie aan de Johan Cruijff University, een opleiding voor sporters die ooit een prijs gewonnen hebben of op hoog niveau presteren. Met die studie ben ik al zó lang bezig, eigenlijk heb ik er geen tijd voor. Maar als ik het niet afmaak, moet ik 45.000 euro studieschuld betalen. Die tijd om dat laatste jaar af te ronden, ga ik wel vinden.


Ik ben bezig om een omschakeling te maken met mijn bedrijf. Ik wil iemand aannemen die al meer van dit soort bedrijven heeft laten doorgroeien. Meerdere producten verkopen, meer bedrijven naast elkaar. Iemand die dingen van me gaat overnemen, zodat ik verder kan. Iemand ook die hetzelfde kan en heeft gedaan als ik, maar dan nog vele malen beter. Nu heb ik een heel jong team van vier mensen en vinden we alles zelf uit. Het moet professioneler. Ik wil dit stabiel maken en dan opzij stappen. Niet verkopen, maar wat anders doen. Een waterskibaan exploiteren op Bonaire, zoiets. En als dat eenmaal loopt, ga ik weer door.

Sara van Gorp