Leve de underdog!

‘FEYENOORD HEEFT TWEE SCHOTTEN GEKOCHT!”

“O ja?”

“OM HET DOEL DICHT TE SPIJKEREN!”

Deze bij voorkeur luidkeels verwoorde grap stamt uit de jaren zeventig. Er was ook een variant (“Feyenoord heeft twee Italianen gekocht. Om ijs te verkopen in de rust!”) die ik voor het eerst hoorde uit de mond van Maarten de Vos, chef-sport van de dagelijkse voorloper van het periodiek dat u nu in handen heeft. In later jaren kwam daar nog een bak over twee Denen bij (“Høgnødig en Brødnødig”), maar die was toch van beduidend minder kwaliteit. Opmerkelijk genoeg doken de grappen ook weer op in de jaren tachtig, negentig en nul, omdat het immer zwalkende Feyenoord daar keer op keer aanleiding toe gaf. Geen voetbalclub in Nederland die in z’n geschiedenis zúlke hoge pieken en zúlke diepen dalen op z’n weg kwam. Feyenoord volgen moet uitputtend zijn.

Ooit juichte heel het land voor datzelfde Feyenoord. Het was immers de eerste Nederlandse club die een Europa Cup omhoog kon houden, waarbij het voor Rotterdam natuurlijk pijnlijk is dat de allereerste speler een Amsterdammer was (nota bene eentje met de naam Israel – je zou dat een bepaald type streek kunnen noemen). Maar toen de titelhouder in het daaropvolgende seizoen al meteen door het Roemeense UT Arad uit het toernooi werd geknikkerd, werd de kiem gelegd voor een periode van jarenlang jennen. Goed, in 1974 scoorden de Rotterdammers nog even een UEFA Cup, maar daarna volgden decennia waarin de club het mikpunt werd van hoon. Maar ook van zelfspot. Ik ken iemand die zijn liefde voor Feyenoord vergelijkt met een SM-relatie, waarin hij de onderdanige partij is. Het is iemand die jaar in jaar uit naar De Kuip trekt – een man dus die het klappen van de zweep kent – terwijl hij wéét dat hij weer een pak rammel gaat krijgen. Een wereld van verschil met Ajax-publiek, dat volgens oud-voorzitter Michael van Praag alleen maar naar de ArenA komt ‘om te controleren of er wordt gewonnen’.


Wie zich ondanks de talrijke afstraffingen en vernederingen nog altijd als Feyenoord-aanhanger manifesteert, verdient een groot compliment voor zijn standvastigheid en doorzettingsvermogen. Want hoe beschamend is het niet om puur opportunistisch te kiezen voor een club die succes heeft en die liefde de rug toe te keren als dat elders kan worden verkregen? Ooit – ik heb het nu over het jaar 1981 – botste ik tegen een knaap op die ik kende als Ajacied pur sang. Hij schrok dat hij me zag en dat was niet verwonderlijk, want hij was behangen met AZ-sjaals. AZ was dat jaar landskampioen geworden. “Ajax, daar maak ik m’n vloer mee schoon!” riep hij ook nog, terwijl hij zich pijlsnel uit de voeten maakte.

Nepsupporters: dáár heeft Feyenoord in elk geval nooit last van gehad! Met busladingen meldden ze zich in Amsterdam, na die legendarische 24ste mei 1995, toen de Champions League werd gewonnen. Ineens wilden ze allemaal meedelen in het succes, die golddiggers met hun Ajax-vla en Ajax-aftershave, van wie er niet ééntje ooit op een ijskoude zondagmiddag op de onoverdekte staantribune van De Meer had gestaan, terwijl het regenwater in hun kraag kletterde, om met 9500 anderen te kijken naar spelers als Johan Zuidema en de bebaarde Hans Erkens. De ArenA bezweek bijkans onder hun aanwezigheid, maar getuige de lege plekken die je de afgelopen jaren aangaapten, zijn ze inmiddels allemaal verder getrokken. Bij FC Twente zouden ze voor de gein eens persoonsgegevens moeten natrekken.

Feyenoord denderde ondertussen voort als een botsautootje in een achtbaan, maar niet eerder vloog het zó uit de bocht als twee weken geleden in Eindhoven. Die 10-0 tegen PSV dreunt nog altijd na, daar kan een overwinning op het reeds gedegradeerde VVV niets aan veranderen. Maar moet je daar eigenlijk (nog) grappen over maken, als Ajax-mannetje zijnde? Ik denk het niet. Bovendien – en daar ben ik van overtuigd – is er uiteindelijk geen enkele Ajax-fan die wil dat Feyenoord aan het eind van het seizoen degradeert. Want, zo redeneert men, ‘een competitie zonder Feyenoord, dat scheelt je zo zes punten!’

import michiel blijboom