Schiphol Cargo

Twee Al-Qaida-terroristen zitten bij elkaar in een grot. Zegt de een tegen de ander: “Een aanslag plegen via Schiphol? Ben je gek? ’t Moet wel een beetje een uitdaging blijven.” Het is een grapje van de cartoonist Lctr dat al enige jaren actueel is en ook de komende jaren niet aan actualiteit zal inboeten.

De beveiliging van Schiphol kraken is zo langzamerhand een vast onderdeel van het repertoire van SBS-undercoverjournalist Alberto Stegeman. En ook HP/De Tijd wist dit kunstje zonder buitensporige inspanningen te flikken. Niet bij het personenvervoer, dat onmiskenbaar beter beveiligd is geraakt de afgelopen jaren, maar bij de afdeling vrachtvervoer. Vorige week werd al duidelijk dat daar nog genoeg beveiligingswerk te doen valt. In Doebai en Engeland konden ternauwernood twee explosieve pakketjes worden onderschept, gepost in Jemen en geadresseerd aan Joodse instellingen in Chicago.

Bij Schiphol Cargo, zoals het in de volksmond heet, wemelt het van de uitzendkrachten afkomstig uit alle windstreken, met antecedenten die moeilijk zijn na te gaan. Screening, controle, cameratoezicht – het bestaat allemaal wel, maar weerhoudt een tijdelijke loodsmedewerker in het bezit van een anonieme pas er niet van ongecontroleerd in en uit te lopen. En als hij zich wil laten insluiten aan boord van een vrachtvliegtuig, dan kan dat. Met alle mogelijke gevolgen van dien.

Of je nu beveiligers, piloten, stewardessen of andere werknemers in de luchtvaartbranche spreekt, ze zeggen bijna allemaal hetzelfde. Luchthavens beveiligen is in zekere zin onbegonnen werk. Je doet wat je kunt, je onderschept eens wat, maar het wachten is op de volgende wél geslaagde aanslag. Met alle begrip voor de Homerische taak die de beveiligers van Schiphol elke dag en nacht weer op zich nemen, en de beperkingen die inherent zijn aan hun werk: zo erg als bij Cargo mag het niet zijn.

Eduard van Holst Pellekaan

(e.v.h.pellekaan@hpdetijd.nl)

import vooraf