De terugkeer van het uitgedroogde potje lijm

In navolging van het radicaal-linkse actiewezen zwaait nu ook de bedachtzame Nexus-voorman Rob Riemen met het bordje ‘fascist’ om ons tegen Geert Wilders te waarschuwen. Wederom zonder een spoor van bewijs.

Hoe teleurgesteld kun je raken van een boekje dat slechts 62 pagina’s telt? Héél erg teleurgesteld, zo laat zich vaststellen na lezing van de jongste publicatie van essayist Rob Riemen, getiteld De eeuwige terugkeer van het fascisme. Behalve met de inhoud van het boekje – waarover dadelijk meer – heeft die teleurstelling ook nadrukkelijk te maken met de reputatie van de auteur.

Riemen namelijk is niet bepaald de eerste de beste. Zeker, in een land als het onze, waar iemand die nooit geschiedenis heeft gestudeerd tophistoricus kan worden (neem Geert Mak) of waar iemand die zelfs de sociale academie niet heeft afgemaakt door het leven kan gaan als een gerenommeerd politiek denker (neem Felix Rottenberg), is het begrip ‘intellectueel’ behoorlijk geërodeerd. Maar vergis u niet: cultuurfilosoof en theoloog Riemen (1962) is iemand die we wél met recht en reden een ‘echte’ intellectueel mogen noemen.

Ter opfrissing van het geheugen: Riemen is niet alleen auteur van de gelauwerde bestseller Adel van de geest (2009), waarin hij met verve een lans breekt voor het herwaarderen van klassieke humanistische waarden, maar is ook oprichter en directeur van het roemruchte Nexus Instituut. Dat geesteskind van Riemen, bekend van de Nexus-lezing, de jaarlijkse Nexus-conferentie en het tijdschrift Nexus, beoogt het Europese cultuurgoed te bestuderen ‘in zijn kunstzinnige, levensbeschouwelijke en filosofische samenhang’. Tot de internationale denkers die Riemen in de loop der jaren voor dat prestigieuze project heeft weten te strikken behoren grote namen als Richard Dawkins, Alain Finkielkraut, Theodore Dalrymple, Roger Scruton en Mario Vargas Llosa. Ook in financiële zin boert Riemen overigens goed, want dankzij ruimhartige giften van vooral het ministerie van Onderwijs en de Universiteit van Tilburg gaat er bij het Nexus Instituut – waar inmiddels acht mensen werken – jaarlijks ruim een miljoen euro om.


Zou al dat succes Riemen nu naar het hoofd zijn gestegen? Je zou het gaan vermoeden, want zijn jongste publicatie getuigt van een intellectuele luiheid die je zéker van hem niet zou verwachten. Dat hij het boekje vorige week ook nog eens gratis toestuurde naar alle leden van het kabinet en de Tweede Kamer maakt het alleen nog maar gekker: kennelijk meent Riemen – de vergelijking met een met zijn eerste zwemdiploma leurende kleuter dringt zich op – dat hij geslaagd is voor een meesterproef van jewelste.

Dat zulks helaas niet het geval is, blijkt al op pagina 8 van De eeuwige terugkeer van het fascisme. Riemen betoogt daar dat er in Europa ‘een taboe’ zou bestaan op het woord ‘fascisme’ voor zover ‘het betrekking heeft op hedendaagse politieke verschijnselen’. Ja, het staat er écht. Dat het etiket ‘fascisme’ of ‘fascist’ de afgelopen decennia – zeker in Nederland – nauwelijks aan te slepen was, dat politici van boer Koekoek tot Hans Janmaat en van Frits Bolkestein tot Pim Fortuyn er bijkans mee werden behangen en dat ook Geert Wilders het dikwijls krijgt opgeplakt, met dank aan – among others – Herman van Veen, Ella Vogelaar, Mohammed Rabbae en het radicaal-linkse actiewezen rond René Danen: het is Riemen kennelijk ontgaan.

Hebben we hier wellicht te maken met een kleine omissie? Nee, zo blijkt uit het vervolg. Want Riemen wil dat zogenaamde taboe op het ‘f-woord’ slechten en zet vervolgens een betoog op dat leidt tot de conclusie dat ‘Geert Wilders en zijn beweging’ het ‘prototype’ zijn van ‘hedendaags fascisme’.

Voor de goede orde: die operatie had, althans in theorie, best een interessant verloop kunnen krijgen. Vooral natuurlijk omdat het Riemen – anders dan Herman van Veen en consorten – wel is toevertrouwd om zo’n al eerder gehoorde stelling te onderbouwen met nieuwe, liefst steekhoudende argumenten.


Maar ook op dat punt gaat Riemen grandioos de mist in. Pagina na pagina bedient hij zich van het uitgedroogde potje lijm dat al zo vaak is gebruikt voor de massaproductie van fascisme-etiketten. De methode werkt als volgt: eerst wordt de definitie van het begrip fascisme aangepast, om niet zeggen: uitgekleed. Anders dan uw en mijn encyclopedie beweert, zou fascisme namelijk geenantidemocratische, antikapitalistische en (vooral in de nationaal-socialistische Duitse variant) ook antisemitische politieke denkrichting zijn, maar een soort lege huls. Of, beter gezegd, een ‘geestesgesteldheid’, die zich niet bedient van vastomlijnde politieke ideeën maar slechts van een specifieke ‘techniek’. In de woorden van Riemen: “Er is een charismatische leider of leidster; hij of zij zal populistisch zijn om de massa naar believen te kunnen mobiliseren; de eigen groep is altijd slachtoffer (van crises, elites en/of vreemdelingen); en al het ressentiment wordt gericht tegen een ‘vijand'”.

Stap twee laat zich dan raden: wie het f-woord aldus heeft (her)gedefinieerd en Adolf Hitler als het ware zijn antidemocratische, antikapitalistische en antisemitische partijprogramma uit zijn zak heeft gegrist, staat natuurlijk niets meer in de weg om Wilders op het toneel te hijsen als ‘het prototype van hedendaags fascisme’. Protesteren helpt niet, want ook als je niks hebt tegen de parlementaire democratie, tegen het kapitalisme of tegen joden, kun je door Riemen met terugwerkende kracht worden aangetroffen op theevisite bij de Führer.

Nogmaals: nieuw is die methodiek niet. Tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw was het onder linkse publicisten zelfs usance om te betogen dat fascisme en nationaal-socialisme ‘schijnideologieën’ waren die inhoudelijk niets voorstelden. Zo konden tevens in één moeite door de meer dan frappante overeenkomsten met inhoud en praktijk van het communisme aan het zicht worden onttrokken. Maar waarom, in hemelsnaam, bedient nu ook Riemen zich van dit procedé? ‘De nieuwe René Danen heeft een bril’ – zit hij op die conclusie te wachten? Vermoed mag worden van niet, en dat maakt De eeuwige terugkeer van het fascisme tot de meest raadselachtige boekpublicatie van 2010 so far.

focus