Hitler Persoonlijk

De Britse National Archives gaven vorige maand 151 pagina’s vrij over het leven van Adolf Hitler. De naam Von Amsberg duikt op in de documenten, evenals Felix Kersten, masseur van Heinrich Himmler en vriend van prins Bernhard. Een kijkje in het dagelijks leven van de Führer: ‘Als je zo graag iemand wilt beschermen, let dan op jezelf!’

Het document lijkt de basis van een in 1990 geopenbaard plan van de Special Operations Executive (SOE) om Adolf Hitler middels een sluipschutter te vermoorden op de Obersalzberg. De SOE was een van de Britse geheime diensten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De informatie over Operation Foxley vertoont namelijk veel overeenkomsten met het nu vrijgegeven document met de getuigenis van de gedeserteerde SS-Schutze Obernigg. Het plan werd echter nooit uitgevoerd omdat Hitler na 14 juli 1944 nooit meer zou terugkeren naar de Berghof. Obernigg werd vijf dagen later door de Britten verhoord nadat hij was opgepakt in het Franse Caen.

De 19-jarige SS’er Obernigg had geen ‘bepaalde politieke overtuiging’. Zijn ondervragers vinden hem ‘redelijk intelligent en hij heeft veel kennis’. Van augustus 1943 tot april 1944 werkte hij als bewaker op het buitenverblijf van Hitler op de Obersalzberg in Berchtesgaden. Vanuit zijn residentie De Berghof kon Hitler in de verte Salzburg zien liggen. Obernigg geeft een fascinerend inkijkje in het dagelijks leven van de bewoners van de Obersalzberg. Hij beschrijft eerst de omgeving van de berg. Zo blijkt de oorlog inmiddels ook al doorgedrongen tot het lommerrijke Berchtesgaden. Het atelier van architect en minister van bewapening Albert Speer huisvest in 1944 veertig kinderen uit gebombardeerde steden. Het ‘Kampfhäusl’, een klein berghuisje waar Hitler in 1925 de laatste hand legde aan Mein Kampf, is nog in originele staat, maar staat leeg op dat moment. De Berghof is op dat moment het enige huis van Hitler; zijn appartementen in de Rijkskanselarij in Berlijn en München zijn dan al onherstelbaar beschadigd door geallieerde bombardementen.


Bezoekers komen alleen de berg op wanneer ze een pas hebben die is getekend door Bormann of Hitlers veiligheidschef Hans Rattenhuber. De gebouwen op de Obersalzberg worden elke drie maanden in een ander patroon geschilderd om de geallieerde bommenwerpers te misleiden. Tot zijn verbijstering constateert Obernigg dat de camouflagenetten die over het huis van Herman Göring hangen, brandbare materialen als celluloid bevatten.

Maar er is meer mis met het huis van Göring, die nota bene baas van de Luftwaffe is: het huis wordt ’s nachts niet goed verduisterd. Daarnaast beschrijft Obernigg de mogelijkheden om ongezien de berg te betreden. Ondanks de zware bewaking ziet hij mogelijkheden, vanwege het dichte bos dat rondom de berg staat. Obernigg doet zijn ondervragers zelfs een suggestie: de insluiper maakt de meeste kans binnen te dringen als hij zich verkleedt als gewonde soldaat. Op de berg staat namelijk ook een ziekenhuis voor militairen. Daarnaast vertelt hij over de onderlinge spanningen tussen de SS-bewakers; de Oostenrijkers en de Duitsers liggen elkaar niet. De Oostenrijker Obernigg moet zelfs 21 dagen zitten nadat hij een Duitse Untersturmführer heeft geslagen die zich beledigend uitliet over de Oostenrijkers. “This sort of thing appeared to be quite common,” noteert zijn ondervrager.

Obernigg beschrijft Hitler wanneer hij hem voor het eerst in december 1943 weer ziet op De Berghof: “Grijs en gebogen, maar met een gelukzalige glimlach.” (Een andere krijgsgevangene zegt in het rapport over Hitler na de aanslag van 20 juli 1944: “Hij zag er niet goed uit; zijn gezicht was bleek en het vlees hing er los bij. Hij klaagde dat hij last had van etter dat vanuit zijn oor op zijn tong liep. Hij had ook zichtbaar last van een van zijn heupen.”)


Obernigg noemt Hitler prettig in de omgang, maar ‘tijdens vergaderingen schreeuwt hij en slaat hij met de vuist op tafel’. Hitler staat elke dag om tien uur op en na een bezoek van zijn kapper (‘een klein en dik clownesk kaal mannetje’) maakt hij een wandeling van twintig minuten naar het nabijgelegen theehuis op de Mooslaner Kopf. Hitler verdraagt het tijdens deze dagelijkse wandeling niet om in de gaten gehouden te worden door zijn bewakers. “Als je zo graag iemand wilt beschermen, let dan op jezelf!” bijt hij Obernigg op een dag toe.

Aangekomen in het theehuis gebruikt Hitler het ontbijt: “Koffie, brood en marmelade.” De rest van de dag ontvangt hij militairen, kunstenaars en veteranen op De Berghof. De Füher luncht om vier uur ’s middags met een maaltijd bestaande uit uitsluitend groenten. Daarna werkt hij doorgaans tot tien uur in de avond met ‘secretaresse’ Eva Braun, aldus Obernigg. Daarna ontmoet Hitler zijn generaals die hem bijpraten over de militaire situatie. Hij dineert vervolgens tegen enen in de ochtend en gaat naar bed rond een uur of vier.

Vervolgens geeft Obernigg een beschrijving van de bewoners van de berg. Zo wordt ook Eva Braun genoemd als ‘Hitler’s secretary’. Obernigg beschrijft dat als zij uit wandelen gaat, zij voortdurend wordt beschermd door bodyguards van de Reichssicherheitsdienst. De RSD was verantwoordelijk voor de veiligheid van het topkader van de nationaal-socialisten. Dat Braun op dat moment de minnares was van de Führer, lijkt hij niet te beseffen. Wel beschrijft Obernigg dat een SS-onderofficier binnen 24 uur de Obersalzberg moest verlaten na een opmerking van seksuele aard tegen Braun gemaakt te hebben. Obernigg verhaalt ook over Joseph Rotter, een tot nu toe onbekende vriend van Adolf Hitler. Rottersepp, zoals zijn bijnaam luidde, was de enige die de Führer met het informele ‘du’ mocht aanspreken. Wanneer hij midden 1944 komt te overlijden, legt Hitler een krans op zijn graf.


Maar de berg had meer illustere bewoners, waaronder een heuse ‘dorpsidioot’ genaamd Wegmacher. Hij was de enige die zonder pas in het hele gebied mocht komen omdat hij belast was met het wegennetwerk. Hij had een grote afkeer van iedereen die niet uit Beieren afkomstig was en voegde menig Pruisisch officier een ‘Pfui a Preiss’ toe, een woordgrapje dat zoveel betekent als ‘Bah, een Pruis’.

Reichsleiter Martin Bormanns bijnaam was ‘De zwarte schaduw van de berg’ (Schwarzer Schatten am Berg). Hij was naast Hitlers belangrijkste secretaris ook verantwoordelijk voor de gehele Obersalzberg. Een strenge baas, volgens Obernigg. Iedereen die harder reed dan dertig kilometer per uur werd op staande voet ontslagen. Bormann reed zelf rond over de berg in een speciale auto met drie assen, zodat hij zijn negen kinderen tegelijkertijd mee uit rijden kon nemen. Hitlers adjudant Otto Günsche, die uiteindelijk het lijk van Hitler in de tuin van de Rijkskanselarij in brand stak, wordt in het rapport omschreven als ‘een dronkaard’.

Een nooit helemaal opgehelderd mysterie rondom Adolf Hitler is of hij gebruikmaakte van dubbelgangers. De Amerikaanse atlete Anne Vrana O’Brien beschreef al in de Olypian Oral Histories in 1987 dat zij tijdens de Spelen in 1936 in Berlijn meende dat zijn profiel in die dagen ‘soms verschilde’. Toen de Russen Berlijn innamen, vonden zij het lijk van Gustav Weler in de tuin van de Rijkskanselarij. Het levenloze lichaam vertoonde een grote gelijkenis met Hitler.

Obernigg beschrijft dat hij op de Obersalzberg twee Doppel heeft gezien. Een onbekende ambtenaar werd omschreven als een ‘exact double of Hitler and was frequently saluted by the guards’. En dan was er nog Werkmeister Brillmeyer, een automonteur in dienst van de SS die opvallend veel op Hitler leek. Alleen: “He wears his hair back.” Nieuwe informatie die nog nooit in de uitgebreide literatuur over Hitler vermeld is.


Er is ook een connectie met Nederland, zo blijkt uit de documenten. In een verhoor met een andere krijgsgevangene wordt gesproken over Heinrich Borgmann, een jonge succesvolle officier uit het gevolg van de Führer die zwaargewond raakte tijdens de aanslag op Hitler op 20 juli 1944. Erik von Amsberg, een volle neef van Claus, volgde Borgmann op als Wehrmacht-adjudant van Hitler. Maar er is nog een connectie met Nederland en het gevolg van de Führer.

Obernigg beschrijft ‘professor Kersten’: “Een kleine, erg dikke man. Een hoofd als Hindenburg.” Kersten is de Finse masseur van Heinrich Himmler, de leider van de SS. Hij komt in 1939 in contact met Himmler, die leed aan chronische maagkrampen, op aanraden van August Diehn, de halfbroer van prins Hendrik, die weer getrouwd was met koningin Wilhelmina.

Na de oorlog beweert de fantast Kersten het Nederlandse volk van de ondergang te hebben gered door Himmler te beïnvloeden. Die zou van plan zijn geweest de Nederlandse bevolking in zijn geheel naar Polen te deporteren. Kersten is bevriend met prins Bernhard en wordt in 1950 beloond met het Grootofficierschap in de Orde van Oranje-Nassau. Bernhard speldt hem de versierselen tijdens een bijeenkomt op paleis Soestdijk op. Twee jaar daarvóór verschijnen Kerstens memoires, Klerk & Beul, in Nederland, vertaald en ingeleid door de latere PvdA-leider Joop den Uyl.

In 1972 doet Lou de Jong echter onderzoek naar het verhaal van Kersten over de deportatie van het Nederlandse volk. Hij komt tot de conclusie dat het een kletsverhaal is en dat Kersten het relaas heeft gefantaseerd. “Voor de historische wetenschap is Felix Kersten een volstrekt onbetrouwbare getuige,” aldus De Jong. Kersten is dan al twaalf jaar dood.

Bas Paternotte