Andreas Kinneging: ‘Een burgeroorlog valt niet uit te sluiten’

Onze democratie staat onder druk, zegt rechtsfilosoof Andreas Kinneging (1962). Ooit geroemd om onze tolerantie zijn we doorgeschoten naar onverschilligheid en wrok. Wat is er aan de hand met Nederland?

Ruim tien jaar geleden bedankte u voor het lidmaatschap van de VVD, die u te sociaal-liberaal was. U wordt doorgaans omschreven als een onversneden conservatief. Wat vindt u van etiketten als progressief en conservatief, links en rechts?
“Ze stammen uit een volstrekt andere tijd, de jaren zeventig. We kunnen nu beter optimisme en pessimisme tegenover elkaar plaatsen: mensen die veel vertrouwen en mensen die weinig vertrouwen hebben in het leven en in anderen.”

Wie zijn er optimistisch en wie pessimistisch?
“Ik zie links eerder als pessimistisch. Een grote staat die beschermt, controleert en herverdeelt, acht de zwakke mens niet in staat zich te handhaven. Liberalen zien dat anders; ze achten het mogelijk dat zwakken ook sterk worden. Ik geloof niet dat het rechtvaardigheidsgevoel bij links of rechts meer is ontwikkeld. Er is niemand die een onrechtvaardige samenleving voorstaat. Iedereen vindt toch min of meer dat mensen gelijkwaardig zijn aan elkaar. Wel verschillen mensen over de weg waarlangs rechtvaardigheid wordt bereikt. Links denkt dat de overheid daarbij een belangrijke rol speelt, rechts denkt dat de mensen dat vooral zelf bepalen.”

Aristoteles noemt rechtvaardigheid de volkomen deugd. Waarom juist rechtvaardigheid?
“Hij vindt dat je alleen rechtvaardig kunt zijn als je ook de andere deugden bezit. Kan een rechter eerlijk rechtspreken als hij laf is en dus bang om te worden bedreigd? Nee. Hij moet dus moedig zijn. Kan hij goed rechtspreken als hij van niets weet? Nee, hij moet dus ook verstandig zijn. En verder moet hij zelfbeheersing hebben, zich bijvoorbeeld niet laten omkopen.”

Wat rechtvaardig is, is vrijwel altijd onderwerp van maatschappelijke discussie, nu nadrukkelijker dan ooit. Steeds vaker hoor je gemor na uitspraken van rechters. Wat zegt dat?
“Kennelijk worden ze als onterecht ervaren, niet in verhouding met de gepleegde feiten. Aristoteles zei al dat de strafmaat dient te sporen met ons gezamenlijke gevoel van rechtvaardigheid. Een kernelement van dat gevoel is oog om oog, tand om tand. Dat is een oerbegrip: er moet gecompenseerd worden voor wat is afgenomen. Rechtspreken is de balans herstellen. Ook bij moord of doodslag moet er gecompenseerd worden, de ouders van iemand die is vermoord, zijn ten einde raad van verdriet, de maatschappij is geschokt door die daad. Dan is levenslang, een zeer lange vrijheidsstraf en soms misschien wel de doodstraf op zijn plaats.”

(…)

Anderhalf miljoen mensen hebben gestemd op Geert Wilders. Hebben zij geageerd tegen de onverschilligheid of zijn ze alleen ontevreden?
“Dat weet ik niet. Maar ik schat in dat naast die anderhalf miljoen heel wat meer mensen sympathie hebben voor Wilders en best op hem zouden willen stemmen, maar dat zij op het laatste moment toch nog maar een keer op hun oude, vertrouwde partij hebben gestemd. Ik geloof niet dat de scheiding tussen voor of faliekant tegen Widers zo enorm scherp is. Er is een grijs gebied van sympathisanten die nog niet op hem hebben gestemd. Hoe dan ook heerst er onder een deel van de bevolking wrok en ontevredenheid. Daar moeten de gevestigde partijen echt naar luisteren, anders krijgen we ernstige problemen. Je kunt anderhalf miljoen mensen, plus een potentiële aanhang die misschien wel net zo groot is niet eindeloos laten bungelen en hun stem afdoen als onderbuikgevoelens. Als je dit laat broeien, dan is de ultieme consequentie dat we hier een burgeroorlog krijgen.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Willem van Leeuwen