Oogkleppen

Hoe serieus moeten we het huidige rechts nemen – in intellectuele, niet in politieke zin? Dat was de hamvraag van mijn column op de Volkskrant-website, waarvan Dirk-Jan van Baar vorige week in HP/De Tijd de titel citeerde: “Rechtse domheid kan voor links geen maatstaf zijn.” Anders dan hij ben ik nooit als zeventienjarige ‘zeer links geweest’ – dat is het biografische voorrecht van fanatiek rechts, van de Amerikaanse neocons rond Paul Wolfowitz tot de Nederlandse rond Andreas Kinneging.

Ik zelf was toen een gematigd sociaal-democraat, en dat ben ik nog steeds. Dat ik inmiddels soms voor extreem-links word uitgemaakt, zegt dan ook vooral iets over het enorm verrechtste politieke klimaat, waarbij tevens de domheid in opmars is, zodat rechts Amerika inmiddels inderdaad – anders dan de Republikeinen van een paar decennia terug – deels uit halvegaren en godsdienstfanaten bestaat, verenigd in de Tea Party, die door een halfabeet wordt aangevoerd. Niet in de laatste plaats de Republikeinse partijleiding zélf maakt zich daar zorgen over.

Die rechtse domheid bestaat zowel in Amerika als in Nederland uit een ideologisch bepaalde weigering om de werkelijkheid in haar complexiteit waar te nemen zoals die is. Dat was in de jaren zestig eerder een handicap van links, maar is inmiddels zowel hier als daar mét een aantal toenmalige ideologen van links naar rechts meeverhuisd. Vooral in de internationale politiek leidt dat tot voorstellen die elke relatie met de realiteit missen, vanwege het onvermogen zich in andere werelden te verplaatsen.

Twee autochtone voorbeelden. Toen Rusland eind jaren negentig door massale privatiseringen bankroet ging en de met dit marktfanatisme verbonden democratie dus bij de bevolking in diskrediet was geraakt, adviseerde VVD-Kamerlid Hans van Baalen om nog méér te privatiseren. Hij was als een arts in de Middeleeuwen, die als enige remedie ‘aderlaten’ kende, vervolgens, als dat niet hielp, ‘nog meer aderlaten’ aanbeval, en als de patiënt uiteindelijk overleed, constateerde dat er kennelijk niet voldoende adergelaten was.

Of neem Henk Kamp als minister van Defensie. Tot driemaal toe toonde die zich hoogst verontwaardigd over zijn ervaringen in Irak: dat de bevolking tegen de ‘Nederlandse bezetting’ demonstreerde, dat hij niet door de plaatselijke autoriteiten voor een hinderlaag was gewaarschuwd, en dat de politiebaantjes er via clan-connecties werden verdeeld. Het wilde maar niet tot hem doordringen dat hij zijn troepen had uitgezonden naar het Midden-Oosten en niet naar een VVD-jaarvergadering in Lutjebroek. In een NRC-portret werd hij indertijd door zijn ambtenaren en soldaten de hemel in geprezen; op alle criteria scoorde hij positief. Nu ja, na enig aandringen wisten ze alsnog, tamelijk unisono, één minpuntje te noemen: Kamps inschatting van politieke situaties hield niet over. Dat lijkt mij voor een minister van Defensie buitengaats toch wel een probleem.


Zelf kwam ik twee jaar terug in het Belgische ‘Clingendael’ achter de forumtafel eens in botsing met de toenmalige Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, nog een verblinde Bush-adept. Die hield stug vol dat het vestigen van rechtsstaat en democratie in Irak en Afghanistan even kansrijk was als ooit in Duitsland en Japan. Ik heb duidelijk gemaakt dat indien Washington serieus meende dat beide kwesties te vergelijken waren, de hele onderneming tot mislukken was gedoemd. Hij liep vanwege deze ‘academische subversie’ (zijn woorden) bijna ziedend de zaal uit, maar ik kreeg van de aanwezige Belgische militaire top volledig gelijk. Zoals de toenmalige Duitse regeringswoordvoerder het onlangs in reactie op Bush’ leugenvolle memoires formuleerde: “Met Bush was het lastig overleggen, wegens zijn lage intellectuele niveau.”

Dat Bush en de zijnen ginds in een moeras zijn weggezakt, komt dan ook door een gebrek aan deskundigheid, en met name door de ideologisch bepaalde onwil om naar de wél deskundigen te luisteren. Amerika heeft met zijn gerenommeerde wetenschappelijke instituten de beste kennis ter wereld in huis: alleen heet die dus ‘subversief’. Ook bij de rechtse Nederlandse coalities sinds 2002 is zulke kennis, dan wel de moed om van zulke kennis gebruik te maken, onvoldoende aanwezig. Vandaar dat het kabinet nu eveneens in Brussel met een werkelijk adembenemende frequentie met de kop tegen de muur knalt.

En anders dan in België hadden ook in Nederland nogal wat rechtse commentatoren, uit angst zich te ver van de Washington-consensus te verwijderen, in het Irakdossier het vermogen tot zelfstandig denken verloren, zodat zij nu schoorvoetend moeten erkennen dat niet de critici van indertijd maar zij zelf de plank volledig misgeslagen hadden.


Over hoe deze rechtse verdomming mogelijk werd een volgende keer.

import oogkleppen