Slappe NAVO-thee

De NAVO wordt door veel lidstaten als een verzekerings-polis gezien die diep in een la is opgeborgen.

De Haagse besluitvorming inzake Irak leed aan ‘Atlantische reflexen’, werd door de commissie-Davids geconstateerd. Dat klonk als een sneer, alsof die reflexen niet meer van deze tijd zijn en van denkluiheid getuigen. Daaruit proef je andere reflexen, Europese. Binnen deze opvatting geldt het als gegeven dat de NAVO met het verdwijnen van de Sovjetdreiging zijn missie heeft volbracht en vergeleken met de EU aan belang heeft ingeboet. Dat mag zo zijn voor Nederland, dat de Russen op afstand weet, maar de nieuwe Oost-Europese lidstaten denken er anders over. Het feit dat zij eerder lid waren van de NAVO dan van de EU, laat zien hoe hun prioriteiten liggen. Aangezien de veiligheid van alle lidstaten ondeelbaar heet te zijn, is dat ook onze zorg.

Het is kortzichtig om te doen alsof de NAVO als relict uit het verleden kan worden opgedoekt. De alliantie werd pas echt actief ná de val van de Berlijnse Muur. Niet alleen is door het opschuiven naar het Oosten een gevaarlijk machtsvacuüm opgevuld, maar op de Balkan werd tot twee keer toe militair ingegrepen, en na 11/9 is artikel vijf van het NAVO-handvest (een aanval op één is een aanval op alle) voor het eerst in werking gesteld. Officieel zijn we nog steeds in oorlog tegen het moslimterrorisme, al horen we daar niet veel meer over sinds de verkiezing van Barack Obama, die in Indonesië herhaalde dat Amerika nooit in oorlog met de islam zal zijn.

Hier zit een probleem. Weliswaar is Obama in Europa nog populair, maar de president lijkt andere delen van de wereld belangrijker te vinden. De wonden van de Irakoorlog, die het bondgenootschap tot op het bot verdeelde, mogen dan mede dankzij de inzet van Jaap de Hoop Scheffer enigszins zijn geheeld, dat wil niet zeggen dat Amerika zijn oude vertrouwde rol weer oppakt. Washington heeft genoeg van de Europese schraperigheid. Ondanks oorlogen in Afghanistan en Irak zijn de Europese defensiebudgetten sinds 2001 gedaald, en de crisis zet die verder onder druk. Dat Nederland na Uruzgan toch weer nadenkt om een minimale missie naar Afghanistan te sturen, verandert daar niets aan.


Er zit sleet op het bondgenootschap, en een bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier bevestigde dat. Ik was er lang niet geweest, maar miste de doelgerichtheid van weleer. Deels is dat onvermijdelijk, omdat de uitdagingen nu diverser zijn. Niet voor niets wordt er op de komende top in Lissabon een nieuw strategisch concept besproken, waarbij raketverdediging en de relaties met Rusland en internationale organisaties als de EU en de VN centraal staan. Maar ook als de simpele tweedeling van de Koude Oorlog niet meer bestaat, is het te makkelijk om te zeggen dat de wereld toen eenvoudiger was. Integendeel, de nucleaire afschrikking, kernstuk van de NAVO-strategie, leidde tot discussies die zo complex en abstract waren dat het publiek het niet meer kon volgen. Laten we niet doen alsof het vroeger simpeler was. Dat is het alleen met de ogen van vandaag.

De werkelijkheid van nu is dat de NAVO door bureaupolitieke logica wordt aangestuurd. Het gaat niet meer om een groot strategisch verhaal, al is dat er nog wel, maar om basale vragen wie wat doet en wie waarvoor moet betalen. Veel lidstaten zien de NAVO als een verzekeringspolis die diep in een la is opgeborgen. Geen wonder dat de alliantie niet meer tot de verbeelding spreekt, hoewel er meer met scherp wordt geschoten dan tijdens de Koude Oorlog. Maar dat wordt liever voor het publiek verborgen gehouden, wat niet zo moeilijk is, want dat publiek steekt het liefst zijn kop in het zand. Behalve familie van de troepen is er niemand in Afghanistan geïnteresseerd, en ook bij de NAVO-strategen zelf ontbreekt het aan overtuigingskracht om uit te leggen waar die missie voor nodig was.

Dat maakt het gepraat over ‘een nieuw strategisch concept’ redelijk onthutsend. Een update zou nodig zijn omdat het vorige concept alweer uit 1999 stamt. Erger is dat serieus wordt gedacht dat betere beleidsafstemming met bevriende organisaties als de EU te bereiken is door dit in officiële documenten vast te leggen. Kan het bureaucratischer? Dit zou nodig zijn omdat niet alle NAVO-leden EU-lid zijn, wat voornamelijk op Turkije slaat. Vandaar de verkapte pleidooien (je herkent de Amerikaanse agenda) om vaart te zetten achter een Turks EU-lidmaatschap, heilloze bemoeizucht die alleen tot meer onderlinge klaagzangen kan leiden. Ik zeg het met spijt, want ik heb de NAVO altijd als hét fundament van de westerse samenwerking beschouwd. Daar worden heel veel mooie woorden aan besteed, maar het gaat er niet goed mee. Geef mij maar de oude Atlantische reflexen in plaats van de slappe thee waarmee nu handreikingen naar de hele wereld worden gedaan.

import dirk janvanbaar