Woensdagmiddag-essay: Rabbae-bashen

Vorige week zag ik Abdelkader Benali op een bruiloft en toen heb ik ‘m gevraagd waarom hij het nodig vond om juist nu Mohammed Rabbae aan te pakken. De man speelt niet veel meer klaar, is publiekelijk uitgekotst door zijn eigen partij GroenLinks en het mede door hem aangespannen proces tegen Wilders werd een smadelijke nederlaag.

Benali legde uit dat Rabbae in zijn ogen staat voor de generatie politici die koste wat kost migranten uit de wind wilden houden, waardoor die er niet weerbaarder op werden. Dat had een aantal excuusallochtonen opgeleverd die Benali bij naam noemde en die ik hier uit piëteit niet zal herhalen. En Rabbae pretendeert namens alle Nederlandse Marokkanen te spreken. Dat moet ophouden, vindt Benali. Marokkanen moeten zich niet meer laten vertegenwoordigen door organisaties als het Landelijk Beraad Marokkanen.

Dat begrijp ik allemaal heel erg goed, en ik ben het er roerend mee eens, maar toch vind ik de timing opmerkelijk. Of eigenlijk vind ik gewoon dat al die critici van Rabbae veel te laat uit het houtwerk zijn komen kruipen. Toen Rabbae echt schade aanrichtte – bijvoorbeeld door fanatiek voor een verbod op Salman Rushdie’s De Duivelsverzen te pleiten, protesteerde er bij wat nu GroenLinks is niemand, en ik herinner me geen Marokkaan of moslim die hem tot de orde riep.

Aan de moord op Theo van Gogh ging een stroom van doodsbedreigingen vooraf. Na de moord kon je geen krant openslaan, de radio of televisie niet aandoen en geen buurtbijeenkomst of paneldiscussie bijwonen zonder geconfronteerd te worden met vooral Marokkaanse moslims die zeiden dat de moord op Van Gogh natúúrlijk niet kon, maar dat Van Gogh zelf ook wel erg ver gegaan was in zijn columns.

Het waren naargeestige jaren, die volgden op de moord. De spanning was te snijden, de oorzaak van alle ellende werd door weldenkend Nederland toegeschreven aan de onverdraagzame autochtonen, die christelijke symbolen op hun monumenten zetten, naakten aan hun muren hingen, het Zesde Gebod citeerden en godslasterden. Vrijheid van meningsuiting kon niet onbeperkt zijn, oreerden dominees dag-in, dag-uit, maar je mocht natuurlijk wel zeggen dat Van Gogh het er zelf naar gemaakt had, en dat boontje om zijn loontje was gekomen en dat je dat ervan krijgt, als je moslims tart.

Tóen was er behoefte aan moslims die afstand namen van hun geweldsvergoelijkende broeders en zusters in het geloof. Dat zou veel mensen hebben gerustgesteld. Maar als je dat durfde te suggereren, werd je streng terechtgewezen. “Hoezo moet ik afstand doen van de daden van een enkeling? Alleen omdat ik toevallig moslim ben?” was het standaard antwoord, meestal gevolgd door de klassieker: “Jij doet toch ook geen afstand van Volkert van der G. omdat je toevallig Nederlander bent?

Dus ik begrijp die plotselinge behoefte van Marokkanen niet om afstand te nemen van Mohammed Rabbae. Hij is toch ook een individu? En voor wie tegenwerpt dat Rabbae claimt namens de Marokkaanse gemeenschap te spreken: Mohammed B. claimde in dienst van de islam te handelen. Ik meen nog steeds dat er heel wat kou uit de lucht zou zijn genomen als er wat meer moslims waren geweest die hadden gezegd: “Die moord op Van Gogh is afschuwelijk, punt.” Die Laurens Jan Brinkhorst tot de orde hadden geroepen toen hij moslims vergeleek met een munitiedepot: “Ben je helemaal gek geworden?” Die een vuist hadden gemaakt vóór de vrije meningsuiting van Ayaan Hirsi Ali.

Nu moet wel Rabbae als enige tot de orde worden geroepen, omdat hij een Marokkaan is, terwijl het ook autochtone Nederlanders zijn, die Wilders voor de rechter hebben gesleept. Wat is er precies veranderd? In domrechtse kringen krijgen Marokkanen van veel dingen de schuld, maar dat Wildersproces wordt toch vooral gezien als een smerige streek van links. Dus om die reden hoeven Marokkanen geen afstand van Rabbae te nemen. Daarnaast speelt die aanklacht al een tijdje, en het proces is alweer een tijdje geleden geschorst. De hele tijd heeft geen GroenLinkser of Marokkaan zich kritisch uitgesproken over Rabbae, dat begon pas toen het proces verkeerd afliep, en Rabbae in feite al onderuit was gegaan.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier gewoon een oude man wordt geslachtofferd in een (bij voorbaat gedoemde) poging de domrechtse demonen te bezweren. Ik heb weinig medelijden met de persoon Rabbae, want ik verafschuw de manier waarop hij anderen zijn Heilige Gelijk door de strot duwt (al was hij indertijd wel één van de weinige parlementariërs die beleefd en vriendelijk was tegen het personeel in het Tweede Kamer-restaurant, waar ik in mijn studententijd werkte – hij en Paul Rosenmöller en Oussama Cherribi en Hans Janmaat), maar laat die man toch met rust. Hij is oud en irrelevant en allang niet schadelijk meer. Ook hij verdient bescherming tegen de Hunnen van de PVV.

Peter Breedveld is journalist en columnist. Deze bijdrage verscheen eerder op zijn weblog Frontaal Naakt.

Peter Breedveld