‘Binnen acht jaar hebben we een energiecrisis’

Waarom hebben mensen een hekel aan oliemaatschappijen? Oud-Shell-topman John Hofmeister weet het en schreef er een boek over. Hij pleit voor gebruik van duurzame energie, maar waarschuwt dat de wereld nog jaren afhankelijk is van olie. ‘We moeten ophouden met die onzinnige discussie over klimaatverandering.’

Een ex-Shell-topman die een hekel heeft aan de olie-industrie?

“Ik zou het eerder een haat-liefdeverhouding noemen. Toen ik aan het begin van mijn carrière voor energieslurpende ondernemingen als General Electric en Nortell werkte, had ik inderdaad weinig op met de oliemaatschappijen. Ik vond dat ze in een vacuüm opereerden, alleen aan zichzelf dachten en zich niet bekommerden om de gevolgen voor de maatschappij. Daarnaast nam ik het ze kwalijk dat ze hun prijzen verhoogden zonder zich af te vragen of de klant het zich nog wel kon veroorloven, en dat ze een beroerde communicatie met de buitenwereld hadden.”

Is dat terecht?

“Ja, maar wat ik sinds mijn jaren bij Shell ook besef, is dat de overheid hier een heel sterke hand in heeft. Zíj is degene die de olie-industrie te pas en te onpas aanwijst als zondebok en zodoende de verantwoordelijkheid voor een falend energiebeleid van zich afschuift. We haten de oliemaatschappijen omdat politici ons dat hebben aangeleerd. Het is een gevecht dat de sector niet kan winnen: niet alleen hebben ze een belabberde relatie met de klant, ze moeten ook opboksen tegen een belabberd energiebeleid, zodat medewerkers hun werk niet naar behoren kunnen doen en ze door hun klanten vervolgens nog méér worden gehaat.”

In het geval van BP, dat verantwoordelijk is voor de grootste olieramp aller tijden, kan ik me dat voorstellen…

“De tragedie in de Golf van Mexico had nooit mogen plaatsvinden. Maar ik ben ervan overtuigd dat de ramp het gevolg was van falende individuen, die een aantal hoogst ongelukkige, misschien zelfs crimineel nalatige beslissingen hebben genomen. Dit is elk geval geen sectorgebonden probleem dat alle maatschappijen kan worden aangerekend. Oliebedrijven zijn al veertig jaar actief in de Golf en hebben meer dan 40.000 bronnen aangeboord. Een ongeluk als dit is nog nooit voorgekomen.”


Gezien de omvang van het probleem lijkt enige overheidsbemoeienis toch onvermijdelijk. Al was het alleen maar om te zorgen dat een ramp van dit formaat zich nooit meer herhaalt.

“Dat lukt je niet door het kind met het badwater weg te gooien. De reactie van de overheid is om de industrie collectief verantwoordelijk te houden en daarbij zulke strenge restricties op te leggen dat uiteindelijk niemand meer zaken zal willen doen in de Golf. Ik verwacht dat de binnenlandse productie zal dalen en dat de werkloosheid in de sector dramatisch zal toenemen. Maar voor president Obama maakt dat niet uit, want de gedupeerden wonen in staten die toch al niet op hem stemden. Politiek gezien kost het hem niets om die mensen op te offeren en zich vervolgens te profileren als de held voor de anti-olielobby binnen zijn eigen partij. Dat is puur opportunisme dat niets met een oplossing voor het probleem te maken heeft.”

Neemt de olie-industrie niet bewust een risico door zo ver uit de kust te boren?

“De sector beschikt over zowel de technologie als de veiligheidsprocedures om dat op een verantwoorde wijze te doen. Nogmaals: het gaat hier om een geïsoleerd probleem binnen BP waarop de rest van de sector niet mag worden afgerekend. Afgezien daarvan kun je je afvragen waarom de olie-industrie überhaupt op zulke grote diepte actief is. Het antwoord is omdat ze van Washington geen toestemming hebben gekregen om elders te werken. Het is technisch veel eenvoudiger om te boren in de ondiepere wateren aan de oost- en de westkust, of in het hoge noorden van Alaska. Maar ja, dat zijn beschermde gebieden. Dat is de enige reden waarom de olie-industrie in de Golf zit. Je bent actief waar het mag.”


Sectorgebonden probleem of niet, er gaan steeds meer stemmen op om voorgoed af te rekenen met de olie-industrie door volledig over te stappen op alternatieve energiebronnen.

“Dat is een grote misvatting. We zullen nog vele tientallen jaren afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. In alternatieve bronnen als zon, wind en water zit inderdaad meer dan genoeg energie opgesloten om tot het einde der dagen in onze behoeften te kunnen voorzien, maar voordat we de technologie hebben om volledig daarop over te schakelen, zijn we minstens vijftig jaar verder. In de tussentijd zal de vraag naar olie, gas en steenkool alleen maar groeien. Er is simpelweg geen alternatief.”

Het broeikaseffect zal de komende jaren dus alleen maar toenemen?

“Misschien wel, misschien niet. Maar dat is een onzinnige discussie waar we met z’n allen al veel te veel tijd aan hebben verspild.”

Waarom?

“Omdat het niet constructief is. Ik laat me niet uit over de vraag of klimaatverandering onvermijdelijk is of niet. Maar ik weet wel dat er over deze kwestie nooit een mondiale overeenstemming zal komen die werkbaar is. Doen we wat links wil, dan vernietigen we onze samenleving doordat het verbruik van fossiele brandstoffen en kernenergie beperkt zal wordt zonder dat er een realistisch alternatief is. Doen we wat rechts wil, dan vernietigen we de aarde doordat we gewoon blijven doorboren totdat alle olievelden en kolenmijnen uitgeput zijn. Die kloof krijg je niet gedicht, al gooi je er honderd Kopenhagen- of Kyoto-conferenties tegenaan. Het probleem is gewoon niet tastbaar en concreet genoeg.”


U pleit er toch niet voor om het probleem weg te denken?

“Natuurlijk niet. Maar niets weerhoudt ons ervan om de uitstoot van fossiele brandstoffen net zo te behandelen als willekeurig elk ander afval. In plaats van oeverloos door te emmeren over de vraag in hoeverre kooldioxide de aarde opwarmt, zouden we onze energie moeten gebruiken met het zoeken naar manieren om die uitstoot beheersbaar te houden. We houden ons afval in vaste vorm in de hand omdat we anders in ons eigen vuilnis zouden stikken. We houden ons afval in vloeibare vorm in de hand omdat we anders onze rivieren, zeeën en grondwater vergiftigen. Waarom doen niet hetzelfde met ons afval in gasvorm, bijvoorbeeld door middel van cap and trade via een mondiaal handelsplatform voor emissierechten? Zo kunnen we ons bezinnen op oplossingen die zowel duurzaam als betaalbaar zijn.”

Is het probleem niet juist dat energie momenteel té betaalbaar is? Met name uw land is daardoor een enorme verspiller.

“Als Shell-president heb ik acht jaar in Den Haag gewoond, dus ik weet hoe jullie over onze energieconsumptie denken. Maar Nederland is een stuk kleiner dan de Verenigde Staten, is veel dichter bevolkt en moet daardoor veel efficiënter omgaan met de ruimte die het heeft. Jullie hebben bestemmingsplannen, wij niet. Bij ons verspreidt de bevolkingsgroei zich juist van de stedelijke gebieden vandaan, naar geïsoleerde suburbs die onderling verbonden moeten worden met snelwegen.

“Een ander verschil is dat Nederland zo verstandig is geweest om te investeren in betaalbaar en veilig openbaar vervoer, wat ook in Europees verband wordt aangemoedigd. Ik heb toen ik in Nederland woonde niet meer dan 2000 kilometer per jaar hoeven autorijden. De rest van de tijd nam ik de trein of de fiets. Dat kan in de VS niet. Wat we hebben aan bussen en treinen is vaak krakkemikkig en vies. Openbaar vervoer wordt hier gezien als iets voor de armen.”


Waar ligt de oplossing dan wél?

“Om te beginnen moeten we het energieprobleem compleet loskoppelen van de politiek. We proberen al acht presidenten lang om energie-onafhankelijk te zijn, en we zijn slechter af dan toen we begonnen. Het probleem kan alleen worden opgelost met een plan dat minstens vijftig jaar vooruitkijkt. Politici zijn daar fundamenteel ongeschikt voor. Ze kunnen immers over een paar jaar weer van het politieke toneel verdwenen zijn.

“Obama is daar een treffend voorbeeld van. Toen hij nog kandidaat was, sprak ik hem over de noodzaak om de komende vier jaar de olieproductie op te schroeven. Hij vertelde dat hij zich juist wilde inzetten voor biobrandstoffen, niet voor nieuwe boringen. Ik antwoordde dat we bij Shell ook bezig waren met biobenzine, maar dat grootschalige productie nog vele jaren op zich zou laten wachten. Toen zei hij: ‘We gaan voor biobrandstoffen’ en liep hij weg. Daaruit maakte ik op dat hij zich laat leiden door politieke overwegingen, niet door praktische oplossingen. Begrijpelijk, want in 2017 is er een andere president die de zaken ongetwijfeld weer anders zal aanpakken.”

Hoe haal je die politieke angel uit het probleem?

“Door een toezichthoudend orgaan in het leven te roepen waar parlement, premier of president geen invloed op hebben. Vergelijk het met de Fed, de centrale bank die de gezondheid van ons financiële stelsel moet garanderen. Een centrale instelling voor het energiebeleid kan bepalen hoeveel procent van onze energie we uit welke bronnen halen. Zo kun je de sector stukje bij beetje verplichten om het percentage olie en steenkool terug te dringen ten gunste van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie. Een onafhankelijke instelling kan daarnaast bindende milieuregels opleggen, het openbaar vervoer stimuleren en garanderen dat de infrastructuur van ons energienetwerk zo efficiënt mogelijk wordt.”


Hoe zullen de oliebedrijven daar op reageren? Zij hebben immers een perverse prikkel om de status quo te behouden. Hoe hoger de olieprijzen, hoe meer winst ze maken…

“Ze zullen er in het begin misschien niet blij mee zijn, maar dat waren commerciële banken ook niet toen de Fed werd opgericht. Maar inmiddels weten ze heel goed dat ze niet zonder kunnen, want als je nu de Fed zou afschaffen, stort de financiële wereld onmiddellijk in elkaar. Ik ben ervan overtuigd dat de energiewereld zonder toezichthoudend orgaan binnen niet al te lange tijd óók in elkaar zal storten, omdat iedereen zijn eigenbelang nastreeft. Oliebedrijven hebben duidelijkheid nodig. Als je ze de regels vertelt, zullen ze die volgen. Oliemaatschappijen behoren tot de meest gehoorzame ondernemingen ter wereld.”

Dat meent u niet.

“Ik zeg het omdat ik het tot in het diepst van mijn hart geloof. Zonder regels krijgen ze immers geen vergunningen, en zonder vergunningen kunnen ze niet boren. Maar het moeten wel regels zijn die voor iedereen in gelijke mate gelden.”

Zullen ze zich niet met man en macht verzetten? Oliemaatschappijen hebben per slot van rekening een van de machtigste lobby’s in Washington.

“Dat zullen ze ongetwijfeld proberen, maar als de regels eenmaal vaststaan, is er niets meer wat ze kunnen doen. Je kunt lobbyen bij het Congres, maar niet bij een onafhankelijke organisatie. Dat is illegaal.”

Toch zal uiteindelijk het Congres over zo’n onafhankelijke instelling moeten besluiten. Politici hebben óók een prikkel om het probleem te laten dooretteren.

“Daarom denk ik dat een energiecrisis onvermijdelijk is. Over zes tot acht jaar zullen we moeten wennen aan lange rijen voor de benzinepomp en aan stroomstoringen die op willekeurige momenten toeslaan en waarvan we niet weten hoe lang ze duren. Ik hoop dat we op tijd het roer kunnen omgooien, maar misschien is dit de enige manier om veranderingen te bewerkstelligen. Pas als we moeten zweten in de zomer omdat de airconditioning het niet doet en moeten koukleumen in de winter omdat we geen verwarming hebben, zullen politici een prikkel hebben om moeilijke besluiten te durven nemen.”


Wordt het echt zo erg?

“Absoluut, en de manier waarop president Obama de crisis in de Golf heeft aangepakt, is een indicatie dat de crisis eerder vroeger komt dan later. Amerika produceerde ooit tien miljoen vaten per dag. Dat zijn er inmiddels nog maar zeven, en zonder productie in de Golf gaat dat omlaag tot vijf. Tegelijkertijd consumeren we twintig miljoen vaten per dag, en dat worden er in de toekomst waarschijnlijk alleen nog maar meer. Dus ga maar na wat dat voor de middellange termijn zal betekenen.”

John Hofmeister: ‘Why We Hate the Oil Companies. Straight Talk from an Energy Insider’. Palgrave Macmillan, e24,99.

Jeroen Ansink