De democratie kreunt

De democratie is gebaseerd op de illusie dat elke burger evenveel verstand heeft van politiek. Zonder die aanname valt de noodzakelijke filosofische legitimatie voor de democratie weg. Alle auto-cratische politieke stelsels baseren zich derhalve op het tegendeel, of zij nu het leninistische voorhoedemodel, dan wel het monarchistische principe van de koning als Gods plaatsvervanger op aarde als uitgangspunt hebben.

Een democratie kan daardoor alleen functioneren als elke burger inderdaad een zeker verstand van politiek heeft – en dus over een minimaal vermogen beschikt om feiten van fictie te kunnen scheiden. Zonder behoorlijke algemene ontwikkeling, en dus goed onderwijs, is dat onmogelijk. Mede daarom is het parlementaire stelsel pas in de loop van de negentiende eeuw tot ontwikkeling gekomen. Algemeen kiesrecht zou tweehonderd jaar eerder onzin zijn geweest – bij een referendum over de vraag of de aarde om de zon draait, was Galilei door het Vaticaan ingemaakt.

Aangezien natuurlijk niet elke burger evenveel verstand van politiek heeft, vergt een democratie, om wanstaltige uitkomsten te vermijden, dat burgers bereid zijn het gezag van medeburgers te aanvaarden – niet vanwege een geclaimde erfelijke autoriteit (de adel) dan wel goddelijke inspiratie (de kerk), maar omdat die op een specifiek terrein meer deskundig zijn. Democratie kan niet zonder het meritocratische beginsel, zonder een daarop ge-baseerde elite – en dat staat nu onder druk. En wel ditmaal door populistisch rechts.

Dat is waar het om gaat bij de domheid van de creationistische godsdienstfanaten van de Tea Party, die volgens Dirk-Jan van Baar niet zo betiteld mogen worden omdat dat arrogant zou zijn. Deskundigen zijn tegenwoordig zowel bij Mike en Sarah als bij Henk en Ingrid verdacht. Toegegeven: het zelfreinigend vermogen van de elite – van rechters tot artsen – houdt bij falen niet over, en dat werkt wantrouwen in de hand. Maar dat kan geen reden zijn om deskundigheid als zodanig irrelevant te verklaren, en dat is juist in Amerika en Nederland steeds meer het geval. Iedereen heeft voortdurend de mond vol van kenniseconomie, maar kénnis doet er daarbij kennelijk niet meer toe. Dat valt niet los te zien van het moderne manager-denken, waarbij grote kennisorganisaties worden bestuurd door mensen zonder veel inhoudelijk verstand.


Dat die domheid juist in Amerika en Nederland zo sterk heerst, is geen toeval. Beide landen delen een uitgesproken egalitaire mentaliteit, die door de jaren zestig nog verder is versterkt. In andere Europese landen bestaat nog meer standsbesef – en dus ook meer respect voor kennis en deskundigheid. Het stellen van normen – op elk vlak – werd daarentegen bij ons als tirannieke onderdrukking van de vrije expressie taboe. Het oude verheffingsideaal verdween. Dat betekent: elke mening, hoe onzinnig ook, is evenveel waard. Dat is de illusie van totale democratie, die om die reden een meritocratische elite van deskundigen niet kan ontberen om te vermijden dat obscurantisme de boventoon gaat voeren.

Door dit waardevrije egalitarisme kon het Iederwijs-uitgangspunt triomferen dat als een kind zijn leven lang dom en onwetend wil blijven, het in die diepmenselijke behoefte vooral niet dient te worden gestoord. Wel, dat is massaal gelukt, zoals GeenStijl-puber Dominique Weesie illustreert, die eens te kennen gaf dat hij nergens verstand van hoefde te hebben om daarvoor toch respect te verdienen. Maar vertrouwt hij zijn gebit ook toe aan een tandarts die zijn kennis bij elkaar heeft gegoogled en zijn boortechniek in de bouwmarkt heeft geleerd? Trots zijn op je eigen onwetendheid: dat is een typisch nieuw-rechts Nederlands fenomeen. Ik herken dat overigens van veel studenten: die hebben ook over alles een mening, alleen is die nergens op gebaseerd.

Versterkt wordt dat door het wereldwijde web. Bezaten kranten vroeger de functie van een filter dat kon verhinderen dat alle waandenkbeelden meteen wereldkundig werden gemaakt, nu zoekt iedereen zijn eigen waandenkbeeld gewoon op internet op. Samenzweringstheorieën voeren daar de boventoon en vinden zo ook electoraal steeds meer aftrek – van 11 september als zionistisch complot tot de soortgelijke taqiyya-paranoia van PVV-ideoloog Martin Bosma. Elke halfabeet waant zich nu een koranexegeet of klimaatdeskundige – dát is de huidige domheid van populistisch rechts, waarop ik doelde in dat door mijn collega-columnist gewraakte stukje ‘Rechtse domheid kan voor links geen maatstaf zijn’.


Ik mag echter hopen dat drs. Van Baar het met dr. Von der Dunk eens is dat de zelfkazende hekserij, die een van de Tea Party-sterren in haar jonge jaren heeft gepraktiseerd, geen redelijk alternatief vormt voor de wetenschap. Zo nee, dan dient hij zijn eigen doctoraalbul geschiedenis meteen aan de Universiteit van Utrecht te retourneren.

import thomas von der dunk