Eddy Terstall (1964)

Regisseur Eddy Terstall maakte onder meer de succesvolle films Hufters en hofdames, Rent a Friend en Simon. Onlangs verscheen zijn biografische verhalenbundel Ik loop of ik vlieg. Eén hoofdstuk gaat over de in 1998 aan de gevolgen van kanker overleden Claudia.

‘ Toen de dokters de kamer in kwamen en ons zo zagen zitten praten, zei een van hen: ‘We kunnen het ook een week uitstellen.’

‘Prima,’ zei ze, ‘Laten we dat doen.’ En toen, nadat ze onze toch wel verbaasde gezichten had gezien, lachend: ‘Nee, geintje. We doen het nu!’

Zo was Claudia; stoer, ze had mannenhumor, was altijd one of the boys, en dat bleef ze tot het laatst toe volhouden. We hadden nog vijf minuten alleen met elkaar en in die tijd keek ze me diep in mijn ogen en zei ze nadrukkelijk dat ik erg op mijn moeder leek, die altijd alles voor iedereen had gedaan, en dat ik niet te naïef moest zijn. Dat ik daar op moest letten. Daar heeft ze gelijk in gehad. Daar denk ik nog vaak aan.

De avond daarvoor hadden we Heart of Darkness gezien, en een uur geleden hadden we nog het kunstbeleid van Amsterdam bekritiseerd en toen liep ze, ondersteund door de twee doktoren, naar de achterkamer. De procedure heb ik in de film Simon verwerkt. Het is dezelfde gebeurtenis, alleen dan met een ander mens.

Ik had haar op school ontmoet, op het Amsterdams Lyceum. Ze kwam naast me zitten – ze was veel volwassener, zoals meisjes dat op die leeftijd kunnen zijn – en ze gaf me een stoomcursus ‘vrouw’. Ze zei dingen als: ‘Aan die zou ik maar niet laten merken dat je intelligent bent, want dan knapt ze af.’ Of: ‘O, zei ze dat? Nou, dan heb je d’r aan de haak.’ En het was eigenlijk altijd de waarheid, altijd raak. Ze wist als meisje ook hoe hard meisjes kunnen zijn. Dat er in hun leven maar één kort moment is waarop ze die extra macht hebben en dat ze dan heel lief, maar ook genadeloos kunnen zijn. Als een van hen dat kan uitleggen – dat neemt het mysterie weg en dus de angst, ja. Daardoor werden het opeens mensen van vlees en bloed voor me.


Ze zei ook altijd dat ik wat kon. Ze leerde me voor mezelf op te komen en me maatschappelijk te ontwikkelen. Als je films wilt maken, moet je wat weten van de wereld: kranten lezen, wat weten van filosofie. Aan haar denken is vaak ook gewoon: wat zou Claudia daar van vinden? Claudia was wel zo iemand voor wie ik mijn haren even goed kamde, ja. En dat deed ze – denk ik – ook wel voor mij.

Er komt een tijd dat je oud bent en je je eigen buik moet meeslepen. Ik wil graag kinderen, maar 95 procent van de tijd word ik alleen wakker met mijn katten. Mijn marktpositie als bekende regisseur is wel gunstig, maar je weet dan ook nooit helemaal waar de aandacht die je krijgt vandaan komt; iedereen denkt aan zijn eigen belang. Meestal heb ik een vriendinnetje van het voorjaar tot en met de zomer, en dan gaat het over. Ik heb dan op een gegeven moment geen zin meer om de hele tijd het mannetje uit te hangen en spannend te doen. Ik wil ook gewoon mezelf kunnen zijn. Claudia zou zeggen: nou, dan neem je er toch eentje die je een kind wil schenken en voor de rest doe je lekker waar je zin in hebt! Daar wordt uiteindelijk iedereen beter van. Tja… Ik zoek een soort loyaliteit eigenlijk, zoals ik die met Claudia gevonden had. Dat het óók vriendschap is.”

Volgende week: Richard Krajicek

Gijs De Swarte