Jezelf worden

Filosoof Joep Dohmen heeft een aantal boeken geschreven op het gebied van de ethiek, onder andere Over levenskunst en daarna Tegen de onverschilligheid. Ook in zijn laatste boek, getiteld Brief aan een middelmatige man, stelt hij de vraag aan de orde hoe je een goed leven leidt.

Het is een interessant thema in deze postmoderne, verregaand geseculariseerde tijd, waaruit de ideologische grote verhalen verdwenen zijn als richtsnoer voor het dagelijks handelen. In deze onttoverde, misschien zelfs wel onttakelde wereld leven mensen onder het regime van het neoliberalisme dat keuzevrijheid van het individu voorstaat. Nadere beschouwing van deze collectief aangehangen waarde leert echter, volgens Dohmen, dat keuzevrijheid – oftewel zelfbeschikking – in de praktijk vooral neerkomt op niet-inmenging van anderen. Alles is goed, zolang je binnen de marges van de wet blijft, en zo’n minimumbenadering is te kaal om mensen perspectief te bieden. In dit boek houdt de auteur dan ook een pleidooi voor een nieuwe publieke moraal die bindend moet werken.

Van een gebrek aan ambitie kan Dohmen in elk geval niet worden beschuldigd. Tjonge, zomaar een nieuwe publieke moraal! Ik was buitengewoon benieuwd. Gelukkig gaat het boek niet over modieuze zaken als hufterigheid op straat die in het publieke discours groter worden gemaakt dan ze zijn. Dohmen concentreert zich op zelfontplooiing, de traditionele kernwaarde van het humanisme, en constateert dat dit begrip enigszins in diskrediet is geraakt doordat het geassocieerd raakte met egocentrisme, narcisme en een eenzijdige nadruk op het carrièrezelf. Hij bespreekt een aantal critici van het zelfontplooiingsideaal, zoals de feministische Margaret Walker, die er nadrukkelijk op wees dat hierin het element van verantwoordelijkheid voor andere mensen (zorgethiek) ontbreekt. Hij gaat uitgebreid in op de late Foucault, die aan het eind van zijn leven een omslag maakte naar het humanisme en het begrip zelfzorg zowel relateerde aan de institutionele kaders die voor iedereen gegeven zijn, alsook aan de mensen met wie een individu in relatie staat. Ware zelfzorg is altijd vrijheid in gebondenheid en autonomie is altijd relatief.


Dohmen slaagt erin het begrip zelfontplooiing te zuiveren van narcistische trekjes. Doordat hij het verder aankleedt met de noodzaak tot Bildung, zelfreflectie, prioriteiten stellen, oefenen en last but not least de zorg voor andere mensen, wordt het iets wat de moeite van het nastreven waard is voor iedereen. ‘Sociale zelfontplooiing’ is de kortste samenvatting van zijn nieuwe publieke moraal.

Een mooi ideaal, zij het – vrees ik – te dun voor grootschalige, maatschappelijke begeestering. Dat ligt ook een beetje aan de extreme elasticiteit van de gebezigde terminologie. Authenticiteit bijvoorbeeld figureert regelmatig op deze pagina’s. Binnen het humanisme is dit een belangrijke waarde: je moet jezelf wórden en daar moet je moeite voor doen. Mee eens, en toch heb ik moeite met de achterliggende groeigedachte van primitief naar ontwikkeld, en meer nog met het impliciete waardeoordeel hierachter. Iemand met een slordig, weinig geïnspireerd leven is niet minder zichzelf dan iemand die uitblinkt in zelfreflectie. En ten slotte begrijp ik Dohmens afschuw van het neoliberalisme niet. Hard werken voor een zelfomschreven hypergood is nu net een fundament van het liberalisme. Zo bezien is die nieuwe publieke moraal allang aanwezig.

Joep Dohmen: Brief aan een middelmatige man. Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal. Ambo, €19,95.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Beatrijs Ritsema