Pure poëzie

Stel, je bent een jonge jazz-pianist die wordt uitverkoren om, samen met coryfeeën als Benjamin Herman en Jesse van Ruller, Hans Teeuwen in zijn incarnatie als jazzvocalist te begeleiden. Vervolgens krijg je een contract aangeboden door het prestigieuze Blue Note-label om een album op te nemen. Wat doe je dan? Het overkwam Ruben Hein allemaal en hij werd daadwerkelijk met die vragen geconfronteerd.

Hein had, net als zijn leeftijd- en instrumentgenoten Gideon van Gelder en Rembrandt Frerichs, kunnen opteren voor een album vol onversneden, eigentijdse jazz. Dat Hein dit niet deed, komt niet helemaal als een verrassing. Als deelnemer aan Unsigned, het project van Muziek Centrum Nederland dat talentvolle solisten of bands zonder platencontract de kans geeft om onder professionele omstandigheden twee nummers op te nemen, liet hij al horen dat zijn voorkeur uitgaat naar een vorm van vocale popjazz waarin hij zichzelf begeleidt aan de piano. Risky business dus, want de verrichtingen van geestverwanten als Wouter Hamel of Jamie Cullum worden over het algemeen niet beschouwd als het meest creatieve dat de jazz heeft voortgebracht.

Toch blijft Ruben Hein op zijn debuutalbum Loose Fit rechtovereind. De teksten zijn dieper en poëtischer dan die van zijn collega-popcrooners en ook muzikaal gaat hij net een tandje verder. En wat nog het belangrijkst is: Hein heeft een fantastische stem en zijn dictie en tekstinterpretatie maken hem tot een muzikale verhalenverteller optima forma.

Ruud Meijer