Hedgefondsen zijn goed voor ons

Hedgefondsen hebben ten onrechte een slechte naam, zegt de Britse expert Sebastian Mallaby. Ze gaan beter om met risico’s dan banken en richten weinig schade aan als ze failliet gaan. ‘De sector zal de komende tien jaar verdriedubbelen’.

Driehonderd uur aan interviews met topmanagers, een ongekende toegang tot interne documenten en een onderzoeksbudget waarvan andere onderzoekers alleen maar kunnen dromen. Sebastian Mallaby mag dan niet de eerste auteur zijn die de hedgefondssector onder de loep heeft genomen, hij is waarschijnlijk wel degene die daarbij de meeste medewerking heeft gekregen. De voormalige Economist-journalist is tegenwoordig verbonden aan de Council of Foreign Relations, een gerespecteerde denktank die de invloed van de Amerikaanse politiek op de wereld bestudeert. Zijn boek More Money Than God past in dat stramien, omdat de Amerikaanse hedgefondsmanager vaak gezien wordt als uitwas van het Angelsaksische do or die-kapitalisme.
Niet dat de superbeleggers met hun miljardeninkomens ook maar iets doen om dat beeld te ontkrachten. Zo verklaarde Paul Tudor Jones, die zich bij voorkeur laat fotograferen naast een mensenetende haai, dat een beurscrash à la 1929 wat hem betreft ‘totaal rock-’n-roll’ zou zijn. En reageerde Michael Steinhardt op de zelfmoorddreiging van een tot wanhoop getreiterde medewerker met de opmerking: “Mag ik toekijken?”
Een onvoorwaardelijke vriend van de sector wil Mallaby zich niet noemen. “Daarvoor is de titel van mijn boek bij te veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten.” Maar de sector is volgens de bebrilde Brit wel aan een herwaardering toe. “Niet de hedgefondsmanagers maar de zakenbanken hebben de financiële crisis veroorzaakt.”

Hedgefondsen zijn weinig meer dan een veredeld casino voor ingewijden, creëren geen toegevoegde waarde en berokkenen de maatschappij alleen maar schade. Wat klopt er niet aan deze constatering?
“Zo’n beetje alles. Hedgefondsen dragen op minstens twee manieren bij aan de samenleving. Om te beginnen bedienen ze niet alleen individuen, maar ook pensioenfondsen, liefdadigheidsinstellingen en non-profit-organisaties. Yale University had op een gegeven moment bijvoorbeeld veertien miljard dollar aan eigen kapitaal. Meer dan de helft daarvan kwam dankzij het rendement van hedgefondsen.
“Daarnaast verhogen ze de liquiditeit op de financiële markten. Omdat ze zulke intensieve traders zijn, gaat het handelsrisico omlaag, zodat het voor ondernemingen goedkoper wordt om kapitaal aan te trekken. Beleggers zijn immers eerder geneigd om een bedrijfsobligatie te kopen als ze weten dat die weer net zo makkelijk kan worden gedumpt. En omdat er dankzij hedgefondsen bijna altijd een koper is, zal de financiële wereld niet in paniek raken als de koersen onverwacht dalen. De kans op een beurscrash wordt daarmee kleiner.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Jeroen Ansink