Gedonder in het reservaat

Noord-Korea is weer eens in het nieuws. Eerst mocht de Amerikaanse atoomgeleerde Siegfried Hecker de wereld laten weten hoezeer hij onder de indruk was van de vorderingen met het kernprogramma van dit geheimzinnige land, met name van zijn vermogen om uranium te verrijken. Twee dagen later werd een Zuid-Koreaans eilandje beschoten, volgens waarnemers het ernstigste incident sinds het einde van de Korea-oorlog in 1953, nadat dit voorjaar al een Zuid-Koreaanse onderzeeër door een Noord-Koreaanse torpedo was getroffen. Het zijn van die berichten die je even doen opschrikken, maar waarbij je tegelijkertijd denkt dat ze ons niet aangaan. Op zo’n moment kan het Verre Oosten niet ver genoeg zijn. In Europa is de Koude Oorlog voorbij en zijn de beide Duitse staten al twintig jaar verenigd. Kan dat Noord-Korea niet eens ophouden met die onzin?

Niet dus, en het geïsoleerde en verarmde bewind in Pyongyang voelt zich de hand boven het hoofd gehouden door de kameraden in Peking, die het economisch wel goed gaat en zich ergeren aan het Amerikaanse vlagvertoon in hun achtertuin. Een klassiek geopolitiek conflict, dat mogelijk pas wordt beslist zodra Amerika zijn militaire aanwezigheid op het Koreaanse schiereiland beëindigt en de democratische regering in Seoel voortaan op bescherming van China is aangewezen. Zover is het nog niet, al moeten we niet vergeten dat Vietnam in 1975 onder leiding van het communistische Noorden is verenigd. Dat kon Europa toen ook al niet veel meer schelen (waarbij het bewind in Hanoi net als dat in Pyongyang aanvankelijk eerder een cliënt van Moskou dan van Peking was).

Aanzienlijk meer zorgen waren er bij het uitbreken van de Korea-oorlog in juni 1950. De Noord-Koreaanse aanval op het Zuiden gold toen als bewijs van het agressieve karakter van het communisme. Om het tij te keren, werden er onder VN-vlag uit de hele wereld troepen naar Korea gestuurd, ook Nederlandse. Voor West-Europa was die gebeurtenis aanleiding om de eigen herbewapening ter hand te nemen. Dat gebeurde ook in de ‘weke onderbuik’ in Zuid-Europa. Turkije wist zich via troepenzending naar Korea voor het vrije Westen verdienstelijk te maken en werd in 1952 NAVO-lid, tegelijk met Griekenland. Tijdens de oorlog verwisselde de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel diverse keren van bezetter, stonden Amerikaanse en Chinese troepen oog in oog met elkaar en kwamen de fronten pas tot rust na de dood van Stalin in 1953. Sindsdien heerst tussen beide Korea’s een kille status quo.


Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is even gedacht dat het Noord-Koreaanse regime snel zou instorten, maar dat gebeurde niet, ook niet na de dood in 1994 van de zonnegod Kim il-Sung, vader van de huidige leider Kim Jong-il. Zo is Noord-Korea een communistisch reservaat geworden, net als Cuba. Het zijn historische curiositeiten waarvan we het in Europa ook wel leuk vinden dat ze er nog zijn. Maar het Noord-Koreaanse bewind is bepaald geen grapje en over Cuba ontstond in 1962 bijna een wereldwijde kernoorlog. Beide regimes laten zien dat de geschiedenis niet overal hetzelfde ritme kent. Geen van beide is van plan vanzelf te verdwijnen, ook niet als de rest van de wereld het geduld verliest en een oplossing wil forceren. De kans is dus aanwezig dat de buitenwereld zich op de zaak verkijkt.

Dat hebben we gezien bij de kwestie-Cyprus, die de VN al een halve eeuw bezighoudt. Ook hier is sprake van een verdeelde natie: het eiland dat deze maand zijn vijftigjarige onafhankelijkheid van Groot-Brittannië viert, bestaat sinds de Turkse invasie in 1974 uit een Turks en een Grieks deel. In 2004 leek het plan-Annan een uitweg te bieden, waarbij Cyprus in zijn geheel lid van de EU zou worden. Anders dan de Turks-Cyprioten wezen de Grieks-Cyprioten dit VN-plan af, mede omdat het Turkse leger op het eiland present zou blijven. Tegelijk werd Grieks-Cyprus lid van de EU, tot ergernis van de internationale gemeenschap, die met een halve oplossing voor een heel probleem bleef zitten en nu meer genegen lijkt om zich maar neer te leggen bij de door Turkije geschapen feiten.

Dit lijkt een kleine kwestie, die echter wel de relaties compliceert tussen de EU en de NAVO, die het strategisch belangrijke Turkije graag EU-lid ziet worden. Het opent tevens een doos van Pandora, zoals de gedwongen Griekse exodus uit Klein-Azië die in de vorige eeuw plaatsvond. Voor Europa is dat voltooid verleden tijd. Deze regio met zijn etnische en religieuze twisten is voor ons nog verder weg dan het Verre Oosten. Maar dit is nu wel EU-terrein, terwijl het Turkse deel van Cyprus door de instroom uit Anatolië verder oriëntaliseert. Wij kijken liever de andere kant op, net als bij het gedoe tussen de Korea’s. Het postmoderne Europa is te druk bezig met de eigen verdeeldheid.

import dirk jan van baar