‘Groots en meeslepend moet het zijn’

Ze is door vakgenoten uitgeroepen tot CEO van het jaar. Jeanine van der Vlist (1964) van Alcatel-Lucent Nederland geeft leiding aan 550 mensen. ‘Ik accepteer dat ik word geleefd, zolang ik maar vooruitgang zie.’

Eigenwijs was ik vroeger, en nog. Ik was de oudste, plichtsgetrouw. Als ik om twaalf uur thuis moest zijn, dan was ik dat ook. Maar ik ging wel echt m’n eigen gang. Ik had een goed beeld van wat ik wilde en ik liet anderen niet vertellen wat dat moest zijn. Directeur wilde ik als kind al worden. Omdat m’n vader dat was en omdat hij ooit had gezegd dat iedere vrouw huisvrouw zou worden. Nou, ik niet, dacht ik. Ik ging HEAO bedrijfsinformatica doen omdat daar veel mogelijkheden in waren – de IT was toen enorm in opkomst. Directeur werd ik op m’n 31ste, bij het Britse IT-bedrijf ICL. In die zin ben ik lost geraakt in mezelf, want what’s next? Ik zoek nu alleen bedrijven uit waar ik een transformatie kan creëren.

Ik hou er nog steeds niet van als anderen me vertellen wat ik moet doen. Naarmate je meer mensen om je heen hebt die jou vertellen hoe het moet, is de kans kleiner dat je plannen lukken. Tegen die mensen moet je dan opboksen en daar heb ik het geduld niet voor. Mijn voorbeeld is John F. Kennedy, die er voor zorgde dat de eerste man op de maan kwam. Door grote doelstellingen neer te zetten, gaan mensen zich focussen, al denken ze dat het niet haalbaar is. Ik hoor vaak: “Zou je dat nou wel doen?” en “Het zijn wel grootste plannen, wil je dat echt zo?” Ja, dat wil ik – groots en meeslepend moet het zijn. Ik raak gepassioneerd door verandering. Laat mij alsjeblieft niet op een winkel passen; dat kan ik niet, dan verveel ik me. Maar als er doelen zijn die bijna grenzen aan het onmogelijke, word ik enthousiast.

Mijn man on the moon is de structurele verandering die ik bij Alcatel-Lucent Nederland aan het neerzetten ben. Traditioneel zijn we een hardwareleverancier voor telecombedrijven als KPN. Met de veranderende wereld en de opkomst van China moet een stap worden gezet richting software en diensten. Dat is groots en meeslepend omdat ik de organisatie hiervoor moet veranderen. Mensen die heel veel van hardware wisten, moeten nu richting software en services. Je komt dan inderdaad aan de identiteit van het bedrijf en van de werknemers. En ja, dat stuit op verzet. Ik probeer mensen toch mee te krijgen door heel transparant te zijn, veel informatie te geven over het nut ervan. Een maand na mijn komst is de verandering ingezet. Inmiddels zijn we een jaar verder en ziet een heel grote groep de lol ervan in. Je zult altijd een groep houden die er kritisch over blijft. Dat mag ook. Obstakels vind ik ook uitdagingen – voor mij is het onderdeel van het proces. We moeten in 2011 uit de zwarte cijfers komen, en dat gaat lukken. Voor het eerst in tien jaar gaan we groeien.


Ik heb een aantal mensen die ik als klankbord gebruik. Dat zie ik als inspiratie. Dat is ook het contact met Ben Verwaayen, directeur van Alcatel-Lucent wereldwijd. Zijn manier van denken en communiceren zijn inspirerend. Heel open. Wat ik grappig vind aan hem: hij is altijd aan het uitdagen. Dat begon al bij het sollicitatiegesprek. Het eerste kwartier zat hij alleen maar te brommen. Echt uittesten en kijken hoe ik reageerde. Pittige stellingen, stevige opmerkingen. “Wat kom je hier doen? Je past helemaal niet in het bedrijf.” Dat soort teksten. Dat vind ik eigenlijk wel mooi.

Ik heb het afgeleerd om erkenning, het schouderklopje, belangrijk te vinden. Kijk, als je begint en je bent nog onzeker, dan is het lekker om af en toe te horen dat je het goed gedaan hebt. Dat geeft zelfvertrouwen om door te gaan. Maar ik heb altijd bij bedrijven gewerkt waar geen nieuws goed nieuws was. Het was niet gebruikelijk om complimenten uit te delen. Ik heb nog wel momenten van onzekerheid of twijfel, maar het worden er steeds minder.

Liefst ga ik vier keer per jaar op vakantie. Het werk kan ik dan meestal makkelijk loslaten. Ik wil wel altijd ver weg, dat is een hang-up van mij. Als ik dichtbij blijf, ben ik bang dat ik het niet kan loslaten. Nu gaat de knop meteen om zodra ik met mijn man en mijn dochter van twaalf en zoon van zeventien in het vliegtuig zit. Ze zeggen weleens: je bent er nooit en áls je thuis bent, ben je aan het werk. Als ze het zouden kunnen veranderen, zouden ze het wel doen. Voor mij is het nooit een reden geweest om niet zo veel te werken. Mijn man Gerard was tot voor kort huisvader, dus er is altijd goed voor ze gezorgd.


Bij een baan als deze word je geleefd. Van ’s ochtends vroeg tot vaak ’s avonds laat is de agenda vol. Natuurlijk heb ik weleens dagen dat ik denk: moet het nou allemaal? Maar meestal denk ik: ik heb dat doel en daar moet ik per se naartoe. Ik accepteer dat ik word geleefd, zolang ik maar vooruitgang zie. Als ik dat niet zie, heb ik het moeilijk. Bij Worldmax, leverancier van draadloos internet, was dat zo. Ik begon daar nadat ik general manager was geweest bij cowboyclub Dell. Worldmax was een start-up, dat had ik nog nooit gedaan. Ik was als CEO verantwoordelijk voor alles: er was geen vangnet, geen instructies van een hoofdkantoor. Het begon veelbelovend, maar vanwege de kredietcrisis trokken investeerders zich terug. Ik kon het bedrijf niet laten groeien, niet bouwen – dat is niet mijn ding. Ik heb een jaar lang geprobeerd vooruitgang te forceren en dat is niet gelukt. Heel frustrerend.

Toen ik door een headhunter werd benaderd voor Alcatel-Lucent, heb ik wel lang getwijfeld. Het bedrijf wordt je kind en ik had niet bereikt wat ik wilde. Het was een van de taaiste besluiten in mijn carrière om op dat moment te zeggen dat ik wegging. Ik ben er wel vaker tegenaan gelopen, dat mensen dachten: o mijn god, een vrouw. Kun je dat management wel aan? Van een vrouw werd er niet altijd veel verwacht, en vanuit die underdogpositie werk ik het lekkerst. Ik zal eens laten zien dat ik het wel kan! Mijn motto is: underpromise, overdeliver. Als je iets belooft, moet je het ook doen. Beter dan gevraagd. En als ik geen doelstelling krijg, verzin ik er wel een. Scoringsdrift, ja.


Ik vind dat ondernemerschap meer moet worden gestimuleerd in Nederland. Ik hou heel erg van de Amerikaanse cultuur dat je drie keer je neus mag stoten, dat je failliet mag gaan en dan iets opbouwt. In Nederland is dat niet zo. Ik vind het erg gaaf als mensen het risico nemen. Ik heb nog nooit dat briljante idee gehad waarmee ik een eigen bedrijf op wil zetten. Als ik iets bedenk waarvan ik geloof dat ik het groots en meeslepend kan maken, dan word ik ook ondernemer.

Sara van Gorp