Mark Rutte is nog geen Pieter Cort van der Linden

Premier Mark Rutte vergelijkt zichzelf graag met Nederlands eerste liberale premier, Pieter Cort van der Linden. Dinsdag vonden de algemene politieke beschouwingen plaats in de Eerste Kamer. De premier kreeg daar niet alleen kritiek van partijen te verwerken die niet tot de coalitie behoren. Ook binnen eigen kring en met name het CDA klinkt gemor. En dan is de PVV nog niet eens toegetreden tot de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan wel eens de achilleshiel van dit kabinet worden.

Kern van de premierschap van Cort van der Linden was het besef dat hij geen alledaagse compromissenpolitiek kon voeren. Daarvoor was de verkiezingsuitslag te versplinterd. Die compromissen waren anders wel in de formatiepogingen geslaagd.

Die conclusie, het gebrek aan kans op compromis tussen oppositie en coalitie, is nu ook de kern van de problematiek. Technisch kan men elkaar de hand reiken, zoveel verschillen de partijprogramma’s nou ook weer niet, maar met een koud hart wordt het nooit wat. Niet voor niets zijn zoveel formatiepogingen in zo korte tijd tijd gestrand dit jaar. Stemmingen in de Tweede Kamer komen ook nu al in de eerste maanden van regeren vaak neer op VVD/CDA/PVV tegen de rest.

In maart zal een nieuwe Eerste Kamer aantreden. Aangenomen dat VVD/CDA/PVV een meerderheid zullen verkrijgen – wat aannemelijk is als de PVV kiezers op de been weet te krijgen zijn, zal Rutte nog steeds steun van oppositiepartijen moeten krijgen. Braaf zegden D66, de PvdA en GroenLinks toe het kabinet onbevooroordeeld op voorstellen en daden te beoordelen.

Het CDA was echter scherp. Voorman Werners sprak van een ‘respectloze wijze’ waarop het kabinet het aantal parlementsleden wil verlagen en van een ‘denigrerende woordkeuze’ over de bezuinigingen op ambtenaren. Verder zouden de bezuinigingen op kunst en cultuur van weinig respect voor de kunst en cultuur getuigen. Ook de rigiditeit van de arbeidsmarkt, een knieval richting de PVV, werd bekritiseerd. Loek Hermans, toekomstig fractievoorzitter van de VVD, heeft ook al aangegeven zich weinig aan te trekken van de PVV-blokkades. Daarbij noemt, eerder en nog steeds, het CDA de PVV populistisch en beschuldigen zij de PVV ervan de godsdienstvrijheid niet te respecteren.

Dat doet denken aan de algemene politieke beschouwingen van december 1913. Terwijl de Kamerleden nakauwden op de mislukte formatie van een kabinet Bos(de SDAP’er) en de antithese, zette Cort van der Linden zichzelf neer als onafhankelijk en partij-overstijgend premier.

Daarvoor moest Cort van der Linden, zoals hij dat zei, moeten ‘terugtasten tot de kiezers zelf’. In feite schiep hij hiermee het eerste zakenkabinet dat zichzelf los zag van de partijen die het steunde, maar wel rekening hield van de bestaande politieke krachtsverhoudingen. Daardoor kon hij iedereen aan boord houden.

Mark Rutte koos voor een ouderwetse coalitie zonder onafhankelijke partijloze ministers. Daardoor moet Rutte met het kabinet telkens naar twee kanten buigen: dan weer de PVV, dan weer de oppositie. Als dan ook in de kern, de eigen coalitie met het CDA, kritiek loskomt, is er maar één oplossing: een onafhankelijk opererende premier die loskomst van de partijpolitiek.

Dit – zo onhollandse – leiderschap toont Rutte al, maar nog weinig overtuigend. Mogelijk om de verkiezingen in maart te willen winnen met een geprofileerde en sterke VVD. Maar de schijn van een een harde, pragmatische premier kan hij nog maar enkele maanden volhouden omdat dan echt wetgeving door beide kamers zal moeten gaan.

Als Rutte dat niet oppakt na de statenverkiezingen, zal het gelijk van Tjeenk Willink tevoorschijn komen. Hij pleitte voor een zakenkabinet na het mislukken van Paars+ om oppositie en emotie de ruimte te geven, paradoxaal om het geordend eens én oneens te kunnen zijn.

Rutte zal met Jan en alleman, in de Tweede Kamer én Eerste Kamer dealtjes sluiten en daarbij de meest fragiele meerderheden aan moeten gaan. Daarbij moet hij letten dat hij de emoties van de PVV in de Tweede Kamer meeneemt, maar de deugdelijkheid van wetgeving voor het CDA en de VVD in de Eerste Kamer niet uit het oog verliest. Dat laatste is moeilijker dan het eerste.

Als uitvinder van de moderne vaste minister-president zonder meerderheidscoalitie hing het volgens Cort van der Linden maar van één ding af: het vermogen om de Eerste en Tweede Kamer te overtuigen van het doelmatig besturen van het land door deugdelijke wetgeving af te leveren. Recept: een eigen koers los van de partijen. Rutte, vlieg uit!

Sywert van Lienden