Gat in de klapveemarkt

‘klapvee (het; g.mv.) [‘kl pfe], publiek dat een televisiestudio in wordt gedreven om aldaar, op bevel van de cowboys op de opnamevloer, enthousiast in de handen te klappen. Het klapvee herkauwde de grappen van de komiek en begon daarna luidkeels te loeien

‘Mag ik u wat vraag’n?”

Nu krijgen we het, denk ik.

Je laat je op een donkere dinsdagavond, bij een gevoelstemperatuur van min vijfentwintig, op een verlaten parkeerterrein aan de rand van Leeuwarden opslokken door een behaaglijk verwarmde touringcar, kruipt naar je hydraulische stoel-met-plastic-zakje-voor-sinaasappelschillen-en-andersoortig-afval, ontworstelt je op de jou toegemeten vierkante centimeters aan je dikke winterjas, weet je aangestaard door twee krullenbollen van het type ‘vrolijke huisvrouw’ en krijgt dan in het sappigst denkbare Fries te horen: “Mag ik u wat vraag’n?”

Ik placeer me op mijn veerkrachtige zetel, vastbesloten de vraag zo eerlijk mogelijk te beantwoorden. Of niet, want het tweetal is niet onaantrekkelijk en wie weet wat er nog van komt als ik toegeef bekend te zijn van televisie.

“Heeft u ’n kurk’ntrekker?”

Pardon?

“Of ’n skroev’ndraaier,” vult haar buurvrouw aan. Het tweetal heeft een fles wijn bij zich, maar stuitte bij de feestelijke opening daarvan op een probleempje. “We hadd’n gehoopt op ’n skroefdop, maar er zit ’n kurk op.” Uit de luidsprekers klinkt het sprankelende stemgeluid van Ciska Peters. “Geen spiegels, geen tapijt/De wijn kost weinig geld/Geen klok, maar alle tijd/Geen mens die vragen stelt/In de Zwarte Kat.”

Dit wordt een avond met een zeer laag rock-‘n-roll-gehalte, vrees ik.

Twee tot drie keer in de week organiseert Alberto Radstake, een 27-jarige Achterhoeker die een beetje op schaatser Mark Tuitert lijkt, busreizen naar televisiestudio’s waar live-uitzendingen vandaan komen. Daarmee snijdt het omroepmes aan twee kanten: enerzijds zijn programma’s als Opium, het culturele magazine van Cornald Maas, en Paul de Leeuws Madiwodovrijdagshow ook op de incourante dagen verzekerd van een goed gevulde tribune, anderzijds kan Jan Publiek, om hem maar even oneerbiedig over één kam te scheren, op een eenvoudige manier in de gelegenheid worden gesteld een tv-uitzending bij te wonen. En dat kost hem zegge en schrijve een tientje. “Eerst was het vijf euro,” zegt Alberto, “maar dat vonden de mensen verdacht. Als we naar Opium gaan, krijgen ze ook soep en broodjes, en je merkte gewoon dat ze dat niet geloofden: eten, drinken én een busreis naar een evenement: dat kán gewoon niet voor vijf euro! Dus heb ik de prijs verhoogd. Ook al omdat op deze manier de afzegdrempel een stukje hoger is. Als het vijf euro kost, zijn de mensen eerder geneigd niet te komen dan wanneer ze tien euro hebben betaald.”


Aanvankelijk deed Alberto, de man die onder de naam tvuitje.nl het gat in de klapveemarkt ontdekte, alleen AVRO-programma’s aan. Dat heeft te maken met zijn achtergrond. Ooit werkte hij voor de voormalige lepeltjesomroep (voor lezers die net zo jong zijn als Alberto: in de grijze oudheid kreeg elk nieuw AVRO-lid ter introductie een zilveren theelepeltje). “Ik zat op de ontwikkelredactie,” herinnert hij zich, “en heb daar veel pilots gemaakt. Je geld of je leven bijvoorbeeld, met Ruben Nicolai. En Chantal zingt, waarin Chantal Janzen…”

Ik voel ‘m al aankomen.

“…liedjes zingt, samen met andere BN’ers. En ik heb Een nieuwe jas live gemaakt. Het concept daarvan was dat het Metropole Orkest…”

Hier zou hij kunnen stoppen, want andermaal zie ik het voor me.

“…oude liedjes in een nieuw jasje steekt.”

En dat dan live, vermoed ik.

“Maar het is helaas allemaal bij pilots gebleven,” zegt Alberto, die na vier jaar ploeteren bij De Algemene een nieuwe bezuinigingsronde niet overleefde. “Een oud-collega vroeg me op zekere dag: ‘Kun jij niet eens in jouw uithoek kijken of er animo is om bij Opium in het publiek te zitten?'”

Met ‘jouw uithoek’ werd de streek rond Doetinchem bedoeld. Opium wordt uitgezonden vanuit Amsterdam, dat moge na deze opmerking duidelijk zijn. Bussen vol klapvee leverde Antonio in de grote stad af. Zeer tot genoegen van presentator Cornald Maas. Die had het wel gehad, met het standaardpubliek dat via een castingbureau wordt gerekruteerd. “Die mensen,” heeft hij zich eens laten ontvallen, “zitten er alleen omdat ze betaald worden, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in wat er aan tafel gebeurt. En dat merk je. De mensen die via Alberto komen, hebben er zin in. Die vinden het leuk om hier te zijn. Dat werkt veel beter.”


“Maar,” gaat Alberto verder, “op een gegeven moment wisten de mensen in de Achterhoek het wel. Dus toen besloot ik steeds weer een andere uithoek te gaan prikken.”

En zodoende rijden we nu door inktzwart Friesland. Van Leeuwarden via Heerenveen, waar meer tientjesklanten staan te kleumen, naar Almere, waar de Madiwodovrijdagshow wordt gefabriceerd. De bus heet voor de gelegenheid dan ook de Madiwodovrijdagshowbus. Alberto vindt hem over het algemeen gezelliger dan de Opiumbus, ook al omdat die overdag rijdt. En overdag zijn er doorgaans geen gezellige vrouwen aan boord die een fles witte wijn achterover willen kieperen. Daar zijn we dan toch weer te calvinistisch voor. Terwijl de luxe touringcar zich losrukt van Heerenveen, richt de chauffeur zich tot ‘diegeen die net zijn ingestapt’.

“Diegenén!” roept iemand achter hem. De correctie heeft het effect van een sneeuwbal in de nek.

“O, we hebben een neerlandicus aan boord…” bromt de stuurman in zijn microfoon. “En niets zo leuk als een domme buschauffeur verbeteren, hè?”

Achter me stijgt een orgiastisch gegil op, gevolgd door applaus. De dames hebben de fles open gekregen. Met dank aan een behulpzame medepassagier, die minutenlang op de dop heeft staan trappen. Die dop is er door al het geweld uiteindelijk vanzelf uitgeschoten, want de fles is gevuld met koolzuurhoudend druivensap. Vreemd dat de dames daar een schroefdop bij hadden gedacht.

En voorwaarts gaat het, richting Almere. Rijden door nachtelijk Nederland is als het maken van zo’n beeldpuzzel waarbij je de genummerde puntjes door middel van lijntjes met elkaar verbindt. In dit geval volg je gewoon de helverlichte gele M’s, die als het hedendaagse equivalent van de ster van Bethlehem aan de hemel staan.


Nou ja, dat soort gedachten openbaart zich dus. Zoals ik op een gegeven moment ook afdwaal naar een jaartal dat iets dichter bij de geboorte van Christus is gesitueerd dan 2010. Half wegdommelend is het ineens november 1973. Ik ben twaalf jaar oud en zit in het publiek bij een tv-show.

Ik ben klapkalf.

Sta mij toe u deelgenoot te maken van een jeugdtrauma. Ik zit in het hoofdstedelijke Bellevue-theater en ben te gast bij de rechtstreekse uitzending van Voor achten, een licht-informatief amusementsprogramma van de KRO dat, de titel verraadt het al, voor achten wordt uitgezonden. Presentator is de gebronsde boterbabbelaar Hans van Willigenburg. Ik zit naast Kees Schilperoort, de vleesgeworden gezelligheid die dan met programma’s als Mik (tv) en Van twaalf tot twee (radio) op de toppen van zijn roem verkeert. Kees lacht om alles wat er gebeurt en onderscheidt zich daarmee van de meute die ook in 1973 enige aansporing behoeft – zéker in een show van Van Willigenburg. Ik waan me op twee schuivende aardkorsten als Schilperoort het begrip ‘schuddebuiken’ een geheel nieuwe dimensie geeft, maar blijf dapper overeind, ondanks de 29 (!) kilo die ik op dat moment weeg. We genieten van Rob de Nijs die een liedje zingt, en terwijl ik naar hem kijk, zie ik hoe hij bij een s-klank ineens een druppel speeksel katapulteert, door die ook dan al aanwezige spleet tussen zijn voortanden.

De volgende gast is zangeres Gonnie Baars, bekend van de monsterhit Alle leuke jongens willen vrijen (maar ’t stadhuis is er niet bij).

Ze mag haar nieuwste plaatje pluggen en doet dat door zwaaiend en zwierend de publieke tribune te beklimmen. Halverwege maakt ze een bocht naar links en al galmend komt ze op Kees en mij af.


En dan gebeurt het.

Vlak voor Gonnie de trap weer afdaalt, perfect getimed tussen twee strofen en – helaas – vol in beeld, strekt ze haar rechterarm uit en… aait ze me over m’n bolletje!!

Ze lacht me ook nog toe.

Moederlijk, haast.

En ik sta compleet voor lul – voor zo’n beetje heel Nederland. Want in 1973 zijn er nog maar twee netten.

“Weest u alstublieft voorzichtig met uitstappen, want het is spiegelglad!” De stem van Alberto brengt me in één klap terug in 2010. De Madiwodovrijdagshowbus is aangekomen bij Studio Cé in Almere, en de reisleider bezweert dat waardevolle spullen ‘het beste in de bus kunnen achterblijven’. Dat biedt de chauffeur een uitgelezen mogelijkheid om zich op lollige wijze te onderscheiden.

“Ik zou het níet doen!”

Bushumor.

“De leukste programma’s hebben geen bus nodig,” zegt Alberto even later, als we ons in de speciale Madiwodovrijdagshowbusfoyer, een mooi woord voor een ruimte met een paar kapstokken en een koffieautomaat, uit onze wintervacht pellen. Madiwodovrijdagshowbuspassagiers, zo heeft Alberto eerder laten weten, mogen eerder dan ‘normale’ mensen de studiovloer op en kunnen zodoende de beste plekjes inpikken. Naast zo’n twee tot drie Paul de Leeuw-shows per week zou hij zijn cliëntèle ook weleens ‘een A-programma’ willen aanbieden, maar dat zit er voorlopig niet in. “De Wereld Draait Door en Ik hou van Holland hebben genoeg animo, die hebben mij niet nodig.”

Dus zit hij ook op deze dinsdagavond weer braaf toe te kijken hoe De Leeuw zich een weg door zijn dagelijkse show schmiert. “Jullie zijn nú al het leukste publiek van deze dinsdagavond,” grapt het voormalige kijkcijferkanon nog vóór de camera’s draaien. Want je hoeft niet per se buschauffeur te zijn om op dit niveau grappen te kunnen maken.


“Jullie moeten straks gewoon lachen om alles wat ik zeg,” gaat hij verder, “want voor je het weet zit je weer in de bus naar Heerenveen en Leeuwarden. Het is niet anders.” Alberto grijnst. Het is dit soort persoonlijke aandacht (De Leeuw tegen de rest van het publiek: “Jullie zijn ook leuk, maar zij zijn nou eenmaal belangrijker!”) dat een tvuitje.nl onderscheidt van een tv-uitje. Wat niet kan voorkomen dat het Friese stamboekklapvee na afloop bijna meteen de zaal uit wordt gedreven, op weg naar het gereedstaande vervoermiddel. Alberto: “Gelukkig wel, want ik lig nu al steeds om drie in m’n bed!” Een halfuur na het doven van de studiolampen worden er in de aanpalende kantine schalen met dampende bitterballen neergezet. De Madiwodovrijdagshowbus is dan al voorbij Lelystad.

Michiel Blijboom