Het diplomatenlek

Israël lijkt het enige land dat niet in verlegenheid is gebracht door de publicatie van vertrouwelijke correspondentie van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken door WikiLeaks. Over premier Bibi Netanyahu wordt gemeld dat hij charmant is en zich overal onderuit weet te draaien, maar dat imago had hij toch al. Veel belangrijker is dat de zorgen over het Iraanse kernprogramma blijkbaar breed worden gedeeld en dat Israël op dat punt in de Arabische wereld vele medestanders heeft. Zo heeft de Saoedische koning Abdullah bij het Westen op actie aangedrongen en opgeroepen om ‘het hoofd van de slang af te hakken’. Ook de leiders van Bahrein, Jordanië en Egypte zouden graag een beëindiging van het Iraanse kernprogramma zien, omdat zij bang zijn dat radicale moslimgroepen onder zo’n nucleaire paraplu dekking kunnen vinden.

Dat bevestigt wat Israëlische regeringen al jaren zeggen. De Israëlische geloofwaardigheid kreeg een extra lift door de aanslag op twee Iraanse atoomgeleerden in de ochtendspits van Teheran. Net zomin als omtrent de computerwormen die het opstarten van een Iraanse kerncentrale onlangs ontregelden, doen de Israëliërs daarover geen mededelingen (er wordt wel geglimlacht), maar het helpt als Mahmoud Ahmadinejad zulke incidenten aan buitenlandse krachten (Mossad, CIA) toeschrijft. Dat vergroot de mythische kracht van Israël. Hetzelfde gold voor een bombardement op een Syrische installatie in september 2007, een preventieve actie die het geschonden vertrouwen van George W.Bush in de Israëlische strijdkrachten herstelde. Haviken als Netanyahu en Bush hebben van de onthullingen van WikiLeaks weinig te vrezen. Zij deden nooit geheimzinnig over wie ze als vijand beschouwen. Het is de klassieke diplomatie, die het van discretie en fluwelen woorden moet hebben, die schade ondervindt.

Vervelend voor Europa, dat altijd op diplomatie aandringt. Maar Europeanen zijn beleefd genoeg om het vooral vervelend te vinden voor de Amerikanen. Angela Merkel (‘risicomijdend en niet creatief’) en Nicolas Sarkozy (‘pro-Amerikaans, maar met een kort lontje’) kunnen met hun weinig flatteuze typeringen leven. Het is voor Europese staatslieden zelfs een voordeel om te weten hoe er in Washington over hen wordt gedacht, en je mag hopen dat ze de Amerikaanse directheid gewend zijn. Silvio Berlusconi schijnt erom gelachen te hebben en is de schaamte allang voorbij. Ook bij de Russen zal het probleem niet zitten. De Sovjet-Unie was al een maffiastaat en Russen staan om hun botheid bekend. Zij houden ervan om uit de school te klappen, op gevoelige tenen te staan en anderen schrik aan te jagen. Dat ligt anders in Azië, waar het voorkomen van gezichtsverlies voorop staat, en in de moslimwereld, die zich permanent verongelijkt voelt. Juist de snel beledigde Turkse premier Recep Tayyip Erdogan en de Arabische leiders met hun verbijsterende hypocrisie staan er gekleurd op.


De verhalen over Erdogan zijn voor de Amerikanen pijnlijk. De premier zou Israël haten, Hamas niet terroristisch vinden, en onder invloed staan van zijn islamistische minister van Buitenlandse Zaken, die afstandelijk tegenover het Westen staat. Niet nieuw, want Israëlische bronnen hebben dat vaker gemeld. Maar de bedenkingen over Erdogan staan haaks op het Amerikaanse pleidooi om Turkije EU-lid te maken. Het is ook de vraag of Washington in de eigen toenaderingspoging tot de moslimwereld gelooft. Ten aanzien van Iran waren de verwachtingen vooraf al niet groot, want als Arabische leiders de Khomeini-revolutie als het grootste gevaar in de regio zien en Amerika of Israël tot militaire actie aansporen, zal het bewind in Teheran voor een nieuwe Amerikaanse president niet snel de rode loper uitleggen. En als dat voor Barack Obama onverhoopt toch was gebeurd, had Amerika al zijn Arabische bondgenoten de schrik van hun leven bezorgd.

Hypocrisie is inherent aan het diplomatieke bedrijf, maar de Arabische leiders gaan wel heel ver. Zij stellen zich achter de schermen niet alleen totaal anders op dan in het openbaar, maar houden zo ook andere staten en – het allerergste – hun eigen onderdanen voor de gek. Eenzelfde dubbelspel zien we in Afghanistan en Pakistan. Geen wonder dat dit tot cynisme en moslimextremisme leidt. Bij zoveel leugenachtigheid is het de vraag waarom Europese leiders lippendienst bewijzen aan het bewust in de wereld geholpen misverstand dat de Israëlische bezettingspolitiek het kernprobleem van het Midden-Oosten is, terwijl Arabische leiders dat zelf niet geloven. Zou het dan niet eerlijker zijn en meer politieke duidelijkheid scheppen als Europa voortaan de Israëlische visie volgt? Wie vrede wil in het Midden-Oosten, begint met het stoppen van zelfbedrog.

import dirk jan van baar