Cleveringa heeft de naam en faam. In november 1940 verhief hij als decaan van de Leidse rechtenfaculteit zijn stem tegen de opdracht van de Duitse bezetter om joodse collega’s te ontslaan. In een propvol Groot Auditorium van het Academiegebouw riep hij in herinnering dat de Grondwet, ‘in overeenstemming met de beste Nederlandse tradities’, iedere Nederlander benoembaar verklaart tot elke landsbediening en tot elke bekleding van elke waardigheid en elk ambt, wat zijn geloof ook is, ook al is hij joods, zoals Cleveringa’s ontslagen leermeester en collega E. M. Meijers. Alle aanwezigen hieven het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus aan. De Duitsers sloten de universiteit en Cleveringa werd afgevoerd naar de Scheveningse gevangenis.
Om het volledige artikel te kunnen lezen moet u inloggen of registreren