Linda de Mol: ‘Natuurlijk ben ik kwetsbaar’

Ze won alles wat er te winnen valt, maar laat zich nog steeds op de kast jagen door nare reacties op internet. 51 vrijpostige vragen aan Linda de Mol (1964), de vrouw die haar leven op militaire wijze geregeld heeft.

Ik heb net zitten kijken bij de opnames van het finalespel van Miljoenenjacht. Hoeveel van die gouden koffertjes heb je inmiddels voorbij zien komen?
“Poeh, geen idee. Ik doe het bijna tien jaar, dus het zijn er duizenden geweest.”

En hoeveel blij hupsende kandidaten?
“Niet normaal hoeveel. Ik vind het een raar idee dat er talloze mensen rondlopen die veel geld bij me hebben gewonnen. Drie ton hier, een miljoen daar. En ik vergeet ze. Ik zit weleens in een taxi en dan vraagt iemand: ‘Ken je me nog?’ Ik heb natuurlijk geen idee. ‘Ik ben bij jou getrouwd!’ Dat was dan in 1989 of zo. Als ze dan vertellen over dat ene aanzoek in de bioscoop, komt het heel langzaam bij me terug. Maar er zijn zo veel mensen in een show van me geweest. En ik gooi ze van mijn harde schijf daarna. Dat moet wel.”

Tijdens de opnames klonk je oprecht enthousiast. Hoe krijg je dat voor elkaar?
“Ik vind het spelletje leuk.”

Wees eens eerlijk: je ziet jezelf dit toch niet nog tien jaar doen?
“Geen idee. Zover denk ik niet. Daar ben ik heel lang geleden al mee opgehouden.”

Wanneer?
“Rond mijn dertigste. Als je jong bent, heb je een heel duidelijk scenario in je hoofd van wat je met je leven wil. Dan wil ik een man, dan kinderen, dan dit en dit in mijn carrière. Nou ja, er zijn zo veel dingen gebeurd die ik echt in mijn wildste fantasieën niet had kunnen bedenken en die ik helemaal niet leuk vond, dat ik ben opgehouden met dat soort fantasieën.”

Heb je het over je privéleven?
“Ja, en over werk, want op dat vlak is ook niet alles geweldig gegaan – denk maar aan Talpa. Ik beslis tegenwoordig per seizoen. Ik moet er niet aan denken mezelf voor vijf jaar aan een zender te verbinden. Als je het programma gaat staan afdraaien en het alleen maar doet voor de hypotheek, ben je niet goed bezig en moet je kunnen beslissen iets anders te gaan doen.”

Op je 36ste zei je in een interview: “Misschien moet ik maar een keer ophouden met televisie.” En nu sta je nog steeds naast die koffertjes.
“Ik denk elk jaar wel een keer aan stoppen. Meestal rond december. Als ik als om kwart over tien ’s avonds als een hijgend hert op de bank zit, ondertussen met de kinderen probeer Sinterklaassurprises in elkaar te fröbelen en de volgende ochtend weer vroeg moet aantreden in de studio, denk ik weleens: waar ben ik mee bezig?”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Roos Schlikker