Het jaar van het afscheid

Aan het einde van het jaar blijkt dat 2010 vooral het jaar van het einde was. Van een hele reeks politieke carrières en tradities, van ons vaste geloof in de euro en het pensioenstelsel, van onze militaire missie in Afghanistan en van nog veel meer.

‘Vroeger, stel ik mij voor, kuierde zo’n hoofdredacteur in de duistere dagen tussen Kerst en Oudjaar door statige lanen bedaard huiswaarts, zijn gedachten nog bij het goede gesprek dat hij zojuist met zijn vrienden ter sociëteit gevoerd had. Thuisgekomen trok hij zijn sjamberloek aan, schonk zich in zijn gelambriseerde studeervertrek een goede fine in, stak een geurige sigaar op, doopte de pen in het verzilverde inktstel en schreef: “Het jaar 1927 was het jaar van…” Maar waar was 1987 het jaar van?’

Met bovenstaande woorden begon John Jansen van Galen drieëntwintig jaar geleden zijn eindejaarsoverdenking in de Haagse Post. Zijn dilemma is nog steeds actueel. Want ook nu, in de duistere dagen tussen Kerst en Oudjaar, dringt zich opnieuw die prangende vraag op: waar was 2010 het jaar van? Het zou mooi zijn als we een sjamberloek, een gelambriseerd studeervertrek, een goede fine en een geurige sigaar paraat hadden om over het antwoord op die vraag te gaan nadenken, maar… misschien lukt het ook zonder.

We zouden dan kunnen beginnen met – nogmaals – stil te staan bij twee zeer prominente landgenoten die ons in 2010 ontvielen: Harry Mulisch en Hans van Mierlo. De eerste behoorde, samen met W.F. Hermans en Gerard Reve, tot de Grote Drie van de naoorlogse Nederlandse letteren. Met Mulisch’ dood werd dat tijdperk voorgoed afgesloten. Hans van Mierlo, op zijn beurt, was de enige politicus van zijn generatie die erin slaagde een nieuwe, duurzaam gebleken politieke partij op de kaart te zetten: D66. Als de initiator van zo’n stukje vitaal gebleven sixties-erfgoed overlijdt, is dat eveneens reden om te spreken van een afgesloten tijdperk. Dat gebeurde in 2010 trouwens ook in de Verenigde Staten, na het heengaan van senator Edward Kennedy, de pater familias van een politieke dynastie waartoe ook een voormalig president behoorde die in de jaren zestig nogal eens werd vergeleken met ons ‘eigen’ sixties-icoon Van Mierlo.

En nu we dan toch in politieke sferen zijn beland: op het Binnenhof werd in 2010 niets zo frequent gedaan als aftreden en opstappen. Nog maar twaalf maanden geleden leken ze stuk voor stuk te behoren tot het huisraad van onze politieke arena: de fractievoorzitters Bas van der Vlies (SGP), Agnes Kant (SP) en Femke Halsema (GroenLinks), de christendemocratische Hoffnungsträger Camiel Eurlings, zijn prominente partijgenoten Jack de Vries en Ab Klink en natuurlijk PvdA-vice-premier Wouter Bos en CDA-premier Jan Peter Balkenende. Om zeer uiteenlopende redenen, variërend van privé-omstandigheden (Eurlings, De Vries, Bos) tot verkiezingsnederlagen (Kant, Balkenende), interne partijperikelen (Klink) en een ‘mijn tijd is gekomen’-gevoel (Van der Vlies, Halsema), gooiden al deze kopstukken de handdoek in de ring. Al doende maakten ze van 2010 het jaar van de grootste ‘opruiming’ in onze parlementaire geschiedenis.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Roelof Bouwman