Luxe met een gaap

De Miljonair Fair is van een evenement dat weerzin en verwondering wekte verworden tot ‘een dingetje’. Bij de opening waren amper BN’ers en van het vervolg keken ook weinig mensen op. Verslag uit de altijd inspirerende RAI.

Vanaf het moment dat ik zeker weet dat ik de MiljonairFair 2010 ga ‘doen’, strijden twee gevoelens om voorrang. Eén: het prinsheerlijke gevoel anoniem een dag lang onbekommerd te kunnen kijken naar hen die, om wat voor reden ook, een goed gevulde portemonnee hebben. Twee: het knagende gevoel dat ik, zoals wel vaker, eigenlijk te laat ben en het ‘oude Europa’ inmiddels zó oud is geworden dat de economie een viagrapil nodig heeft om het spartelende en dartelende geld, dat erom smeekt in blinkende materie te worden omgezet, weer in grote hoeveelheden te laten stromen.

Het is wellicht flauw en het zal ongetwijfeld een inbreuk zijn op mijn journalistieke onbevangenheid, maar iedereen met wie ik op de beurs in gesprek raak, confronteer ik met het idee dat Amsterdam, in miljonairskringen althans, vergeleken bij een stad als Moskou is afgegleden naar de status van Madurodam. En vrijwel iedereen beaamt dat met gezonde tegenzin. Als het waar is wat een topbelegger mij ooit bezwoer, namelijk ‘dat geld energie is’, dan moeten we wat Nederland betreft misschien wel de noodklok luiden.

Ik bespeur matheid. Luxe met een gaap. “Het zorgeloze, levenslustige geld zit hier allang niet meer,” zegt een gepensioneerde man die naar eigen zeggen bij Van Lanschot heeft gewerkt en met wie ik aan een van de talrijke bars aan de praat raak. “In Nederland is het meer dan ooit zoeken en tasten geworden naar nieuwe markten. En zelfs áls je iets gevonden hebt dat commerciële potentie heeft, moet je negen van de tien keer keihard bikkelen om er wat van te maken. En is er weinig tijd om het breed te laten hangen. In dit kikkerlandje is het passen en meten: van de schuur in je tuin tot je belastingaangifte.”

Het levert hoe dan ook niet de decadente sfeer van champagne, geilheid en protserige diamanten op die een Miljonair Fair wellicht nodig heeft. “En ach, als je dan na al dat zweten miljonair bent,” vervolgt de ex-bankier meewarig, “wat koop je daar dan voor? Saaie gesprekken met lotgenoten over waar je je tweede huis gaat kopen. Zoiets. Opwindend, hè?”

Misschien denken we, onbewust, tegelijkertijd aan de tegenpool van de suffige miljonair: Roman Abramovich, Chelsea-eigenaar, levensgenieter en veelzijdig entrepeneur met bakken vol schimmig geld in zijn achterzak. De pensionado: “Kijk naar ons voetbal. Hier gaat een club als Feyenoord met de pet rond om wat stuivers van de businesselite los te weken. En vallen ze arme supporters lastig als de opbrengst daarvan tegenvalt. Wát een armoe! Dan kun je beter met Abramovich aan tafel gaan zitten.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Hans van Willigenburg